Positie bestuurder Jeugdbescherming Brabant totaal onhoudbaar!

Dat het niet goed zit bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant wordt met de dag duidelijker. De instelling geeft een desolate indruk waarbij bestuurder en management aan het vechten zijn om hun eigen (persoonlijke) imago’s te redden. Dat duizenden kinderen en hun familieleden de dupe zijn van het jarenlange gebrek aan fatsoen en respect voor de democratische rechtsstaat door de handelswijze van bestuurder René Meuwissen lijkt ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen.

Sinds de publicaties van begin september over het falen van JBB in de case Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek, Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening, komt er dagelijks nieuwe informatie vrij over JBB. Informatie van nieuwe dossiers(inmiddels zijn het er meer dan 70!) die telkens nog schokkender zijn dan de al bekend zijnde dossiers, informatie over onderzoeken tegen JBB, informatie van gemeenten, advocaten, van (oud)medewerkers van ketenpartners en (oud)medewerkers van JBB zelf. Zelfs bronnen die dicht rondom de bestuurder en directie opereren geven aan dat zij zich herkennen in het zwartboek. Maar durven niet openbaar te spreken uit angst voor de reactie van de bestuurder en zijn kompanen!

Het beeld wat ontstaat is er één van een organisatie die als een totaal ongeleid projectiel opereert en waarbij de bestuurder als een ware anarchist zijn eigen regels bepaalt en zich niets aantrekt van de wet- & regelgeving die er in Nederland is vastgelegd. Om zijn eigen positie te beschermen is alles geoorloofd. Variërend van achterhouden van informatie, het in de doofpot stoppen van onderzoeken, smaad/laster, liegen in de rechtbank, het persoonlijk en in zijn bijzijn toelaten van liegen tegen zijn eigen klachtencommissie en intimideren van cliënten. Intimidatie is al jarenlang zijn handelsmerk. Op internet circuleert een brief van zijn hand waar geen enkel middel wordt geschuwd tegen mensen die gebruik maken van hun vrijheid van meningsuiting. De actie om ouders die mogelijk hebben meegewerkt aan het zwartboek rechtstreeks te benaderen is werkelijk waar ongehoord en gaat volgens diverse juristen in tegen elke grondrecht en privacy van de cliënten. Het is een absolute wanhoopsdaad van een bestuurder die de grip op zijn imperium kwijt is. Het handelen van René Meuwissen zou overigens een prachtige intimidatie scene geweest kunnen zijn uit de film ‘The Godfather’.

Zo is er alles aan gedaan om de vernietigende oordelen van de Inspecties over het falen van JBB in de case Baby Hannah in de doofpot te krijgen(de beerput gaat steeds verder open waarbij nieuwe publicaties op handen zijn), zijn er zorgwekkende signalen dat JBB onafhankelijke onderzoeken van de Nationale- en Kinderombudsman probeert te beïnvloeden, worden beleidslijnen in lopende dossiers continue gewijzigd ten einde cliënten onder druk te zetten, worden maatregelen genomen zonder toetsing door de rechter en worden lastige dossiers beëindigd om zo enige aansprakelijkheid en verplichte correctie te voorkomen. En nergens wordt ook maar iets gedaan aan de verplichte waarheidsvinding. In de komende weken zullen nog de nodige opzienbarende zaken uit meerdere dossiers toegevoegd worden aan het zwartboek. Alle zaken stapelen nu in een rap tempo op. De geest is uit de fles en gaat er ook niet meer in terug.

De positie van René Meuwissen is met alle feiten die bekend zijn geworden eigenlijk onhoudbaar geworden. Het is daarom onbegrijpelijk dat de Raad van Toezicht, onder leiding van de Financieel directeur van het LUMC Gerard van Loon, niet ingrijpt en Meuwissen laat doorgaan. Het toont de wijze waarin Meuwissen, op bijna Noord Koreaanse wijze zijn imperium bestuurt en bewaakt. Het is bijna niet voor te stellen dat de voorzitter van de Raad van Toezicht zijn persoonlijke carrière op het spel lijkt te zetten om René Meuwissen de hand boven het hoofd te houden. Een toezicht houder overigens die in gesprekken over JBB zich beroept op de keukentafelervaringen van zijn vrouw, toevallig ook jeugdzorgwerker, en deze N=1 ervaringen afzet als hoe de jeugdzorg in elkaar zit. Een toezichthouder die de Jeugdwet niet kent en bij de wettelijke waarheidsvinding van artikel 3.3.JW zelfs glashard betwijfeld of dit wel in de wet staat. Het is lastig zo’n toezichthouder nog serieus te nemen.

René Meuwissen (63) komt over als een beminnelijke man, de lieve zachte opa die bescheiden op de achtergrond wil blijven. Als bestuurder probeert hij bij dossiers buiten beeld te blijven om zo te voorkomen dat hij verantwoordelijk, lees aansprakelijk, gesteld kan worden voor de handelingen van zijn pionnen op de werkvloer. Met deze werkwijze lijkt hij de ideale werkgever: zijn personeel krijgt veel vrijheid en verantwoordelijkheid. En om hun werk goed te doen stelt Meuwissen ruime beleidskaders vast. Kaders waarbij zij de wet mogen overtreden. Maar de verantwoordelijkheid die ze krijgen is slechts een afleidingsmanoeuvre om zo zelf buiten schootsveld te blijven. Loopt een dossier fout dan is de jeugdzorgwerker de dupe en wordt deze rücksichtslos geslachtofferd.

Binnen zijn organisatie heeft Meuwissen een aantal getrouwen om hem heen verzameld die zijn werkwijzen ondersteunen en zijn beleidslijnen uitdragen. Uiteraard de voorzitter van de Raad van Toezicht Gerard van Loon, regiodirecteur Miranda Dekkers en gebiedsmanagers Gerard Stoop en Mathi Schipper zijn de voornaamste met daaronder een keur aan JZW-ers die, vaak uit angst voor hun baan en de lange arm van Meuwissen, niet durven af te wijken van zijn beleidskaders. Ondanks de vele, vaak gegronde, klachten en overduidelijke overtredingen van wet- & regelgeving mogen/moeten zij onbelemmerd doorgaan in het mishandelen en beschadigen van kinderen en ouders die toch al kwetsbaar zijn. Op geen enkel moment is er enige zelfreflectie en wordt er nimmer de-escalerend gehandeld. De behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman, de handleiding hoe je als (semi) overheidsinstelling moet omgaan met de burger, wordt volledig genegeerd. Niet verwonderlijk dat toen de ombudsman aangaf het handelen van JBB naast deze handleiding te willen gaan leggen, er ineens druk werd uitgeoefend om het onderzoek een andere wending te geven. Zonder succes overigens.

Meuwissen kent een lang track record binnen de jeugdzorg. Hoe lang is niet duidelijk te krijgen, op social media is hij niet tot nauwelijks te vinden, en op internet zijn slechts wat flarden te zien van zaken waar hij bij betrokken is. Maar wel dat hij in 2014 zich al sterk bezig hield met het ondergeschikt maken van de werkelijke zorg aan het verdienmodel van de instellingen. Van recentere datum is zijn oproep om de klachtmogelijkheden voor cliënten in te perken en het rapport van de Ombudsman Rotterdam waarin JBRR, de voormalige instelling waar Meuwissen voor werkte, op de vingers getikt werd wegens intimidatie van cliënten. In de media weet Meuwissen vooral te melden hoe goed zijn mensen het moeilijke werk doen en dat als er iets is de schuld altijd bij een ander ligt. Nergens is er enige zicht op zelfkritiek over het eigen aandeel en handelen in het werk. Zijn club is fantastisch en foutloos!

Het inperken van de klachtmogelijkheden past natuurlijk volledig binnen de zienswijze van René Meuwissen. Een wijze waarop hij de rechten van cliënten wil inperken om zo ongestoord zijn imperium buiten elk zicht van controleurs te houden. Ook omdat hij van mening is dat gemeenten, ondanks dat zij betalen voor zijn zorg, van hem geen inzage mogen hebben in de voortgang van dossiers en zijn bedrijfsvoering. Indien noodzakelijk worden de gemeenten voorzien van onjuiste of onvolledige informatie of wordt informatie volledig verzwegen. Privacy is daarbij zijn toverwoord. Maar dat het onwenselijk is de klacht mogelijkheden in te perken blijkt wel uit de cijfers van JBB: meer dan 50% van de klachten wordt gegrond verklaard. Logisch dat je dan minder klacht mogelijkheden wil hebben voor de cliënten. Maar hij kan natuurlijk ook aan de kwaliteit gaan werken van zijn dienstverlening. Maar dan moet er betere mensen aangenomen worden en die laten zich niet leiden door een feodale leider als René Meuwissen.

De tik op de vingers van de Ombudsman Rotterdam is natuurlijk een gevoelige. Want hier is vastgesteld dat JBRR cliënten intimideerde. Het opzetten van een intimidatiecultuur lukt niet van vandaag op morgen. Daarvoor moet je een organisatie opzetten van vertrouwelingen die jouw handelswijze ondersteunen maar waarvan je ook als bestuurder moet weten dat ze te vertrouwen zijn. Dat kost even tijd. Het rapport van de ombudsman gaat gedeeltelijk over de periode dat Meuwissen al weg was bij JBRR, echter de mate waar in de intimidatie plaatsvond is onmogelijk op te zetten door de opvolger van Meuwissen in zo’n korte tijd.

De rol van Meuwissen is een gevaarlijke voor de hele jeugdzorg in Nederland. Want hij is niet alleen bestuurder van JBB maar ook vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. In deze functie schuift hij aan bij allerlei belangenclubs en op basis van zijn lange staat van dienst geniet hij een hoog aanzien in de jeugdzorgwereld. Hierdoor is hij in staat zijn werkwijzen breder uit te dragen en landelijk in beleidskaders onder te brengen. Hiermee de olievlek van zijn anarchistische bolwerk wijd verspreidend.

Het is zorgelijk dat hier nog nooit op ingegrepen is door de overheid. Daarom is het goed dat enkelen het nu aangedurfd hebben om Meuwissen en zijn club aan te spreken op de schade die hij in de afgelopen jaren heeft aangericht.

Meuwissen is inmiddels verworden tot de vis die op het droge aan het spartelen is, aangeschoten wild! Die de grip verliest op zijn imperium. Die vanuit zijn eigen achterban de vragen krijgt hoe dit allemaal mogelijk is en hoe het kan dat alles wat hij de jeugdzorgwerkers heeft voorgehouden kennelijk toch anders is. Dat hij druk bezig om is zijn eigen imago en dat van JBB op te poetsen blijkt wel uit de opdracht die hij intern heeft gegeven na de negatieve publiciteit over Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek: het werd tijd dat JBB positief in het nieuws kwam! Enkele dagen later verscheen er een spoed vacature voor een nieuwe communicatie medewerker. Het zal u dan ook duidelijk zijn dat bestuurder en woordvoerder kennelijk een andere visie hadden over wat er dan gebracht kon en moest worden.

Er moet schoon schip gemaakt worden bij JBB, dergelijke bestuurders en medewerkers horen niet thuis in de jeugdzorg. Kinderen en ouders die aan een GI worden toevertrouwd moeten er er meer dan 100% van op aan kunnen dat hun belangen gewaarborgd zijn, dat ze de beste hulpverlening krijgen en dat hun wettelijke grondrechten gerespecteerd worden. Dat GI’s eerlijk zijn en zich inderdaad aan de waarheid houden. Dat JZW-ers zich beroepen op feiten in plaats van hun eigen visies die ze nergens toetsen of wetenschappelijk niet onderbouwen. Daarom moeten de rotte appels uit de JBB mand geschud worden. En moeten de JZW-er zichzelf gaan afvragen of zij nog wel geschikt zijn voor hun werk, of ze zichzelf wel in de spiegel kunnen aankijken zonder dat hij barst van de vele leugens en hoeveel kinderen ze onrecht hebben aangedaan door ze weg te houden bij een ouder, opa’s en oma’s en broers of zusters! En elke jeugdzorgwerker die een contactverbod heeft gevraagd of ondersteund dient per direct op stappen omdat dat nooit in het belang van een kind is! Dergelijke pseudo psychologische prutsers horen niet thuis in de jeugdzorg!

Ik kan Meuwissen, en zijn getrouwen van Loon, Dekkers, Stoop, en Schipper nu maar 1 advies geven: hou de eer aan jezelf en stap zelf met onmiddellijke ingang op. Jullie falen en handelen wordt langzaam aan bloot gelegd en uiteindelijk zal dit ook voor jullie leiden tot een onhoudbare positie binnen de jeugdzorg. Met verstrekkende gevolgen van dien omdat naast bestuursrechtelijke feiten er ook nog juridisch strafrechtelijke feiten zijn gepleegd die hoe dan ook op enig moment op jullie bordje gaan komen.

Advertenties

Schokkend: 2 kinderen per uur slachtoffer van ouderverstoting!

Twee kinderen per uur!! Twee kinderen per uur die het contact met een ouder kwijtraken omdat één van de ouders niet wil dat de andere ouder in het leven van het kind zichtbaar is. Twee kinderen per uur die vervolgens voor de rest van hun leven zo beschadigd zijn dat hun kansen op een normaal sociaal en werkzaam leven zo goed als verpest zijn. En waarom? Omdat één van de ouders niet in staat is om te delen en los te laten. Niet in staat is om de kinderen te bieden wat ze nodig hebben: een onbelast contact met beide ouders. Noodzakelijk voor hun sociaal emotionele- en identiteitsontwikkeling.

2 kinderen per uur. Dat zijn er 48 per dag, 1.400 per maand, 16.000 per jaar. Dat is meer dan het aantal kinderen dat in juli 2018 in Nederland geboren is. Dat is meer dan het aantal mensen dat gemiddeld per dag naar de Efteling gaat.

Ouder onwaardig

Stelt u eens voor: uw kind zit in een klas van 32 kinderen. Na 1 schooldag heeft de helft van deze kinderen geen enkel contact meer met een vader of moeder. Na 2 dagen hebben al deze kinderen totaal geen contact meer met een vader of moeder…. Bedenkt u zich eens wat dat betekent voor die kinderen, de verstoten ouder, opa’s en oma’s, andere familieleden, vrienden enz. Mensen die deze kinderen van de één op de andere dag niet meer zien, soms zelfs nooit meer omdat ze overlijden voordat er een stap gemaakt wordt in een oplossing! Wat een leed…. en dat alleen omdat één van de ouders het de kinderen niet gunt dat ze ook nog een andere ouder hebben. Want dat is het: ze gunnen hun eigen kinderen de andere ouder niet! Ze denken dat ze de andere ouder raken, maar ze raken nog veel meer hun eigen kind op een manier die een ouder onwaardig is!

Een verstotende ouder wordt vaak gesteund door een netwerk van nieuwe partner, (groot)ouders, familie, vrienden en collega’s. Met deze ondersteuning zijn zij ook geen haar beter dan de verstotende ouder zelf. Want geen enkel kind wijst een ouder uit zichzelf af. Dat doen ze omdat ze dat opgedragen wordt, ze met dure cadeaus gekocht worden of omdat het te onveilig is voor ze om de andere ouder lief te hebben en daarbij  bedreigd worden in hun basale levensbehoeften als ze wel positief zijn over de verstoten ouder.

De autoriteit op het gebied van OVS, Dr. Childress, heeft inmiddels aangetoond dat als kinderen zo snel als mogelijk worden weggehaald uit de vergiftigde omgeving ze nog redelijk kunnen worden geholpen

Waarom leven kinderen verwoesten?

De schade voor de kinderen door OVS is zo groot dat de maatschappij straks wordt opgescheept met 16.000 volwassenen per jaar  die onherstelbare trauma’s hebben overgehouden aan hun jeugd. Kent u nog de verontwaardiging van jaren terug als er bij criminelen en verslaafden gesteld werd: ‘hij heeft zo’n slechte jeugd gehad’ en de straf mild was. Kinderen die te maken hebben met OVS raken vaker verslaafd, vallen vaker uit op school, komen eerder in het criminele circuit terecht, hebben mindere kansen op de arbeidsmarkt en zijn slechter in staat om relaties aan te gaan en te onderhouden. En de veroorzaker, de verstotende ouder, geeft dan als het zover is niet thuis en geeft de schuld aan de kinderen of zelfs de verstoten ouder: zij wilden of hadden immers geen contact. Daarmee toont de verstotende ouder aan het eigen aandeel niet in te willen of kunnen zien.

Maar als ouder wil je toch dat je kinderen goed op groeien? Waarom dan het leven van de kinderen zo verwoesten? Daarom is OVS ook maatschappelijk onaanvaardbaar. Maar de verstotende, pathogene, ouder beseft dat niet. Die denkt  alleen maar dat zij goed en in het belang van het kind handelen. Niet openstaand voor enige zelfreflectie of aanwijzingen dat hun handelen ongezond is. Om vervolgens de veiligheid te zoeken van het eigen netwerk die net zo min in staat is om te beseffen wat de kinderen wordt aangedaan.

We laten een kind toch ook niet bij een mishandelaar of misbruiker? Waarom dan wel bij een ouder die het kind het recht ontneemt om contact te hebben met de andere ouder.

Sekte

Onlangs heb ik gesproken met Emeritus Hoogleraar Louis Tavecchio. In Nederland de autoriteit op het gebied van OVS. “Ouderverstoting leidt tot een ernstige verstoring van het hechtingssysteem van een kind. Daarnaast ontstaat bij het kind het Stockholmsyndroom (een syndroom waarin het, door de afhankelijke positie waar het in verkeert, de verstotende ouder gaat ver idealiseren). Alleen al daarom moet een kind die te maken heeft met OVS ten alle tijde psychologische hulp krijgen”, aldus Tavecchio. Hulp die per definitie door de verstotende ouder, vaak ondersteund door een jeugdzorgwerker, geweigerd wordt. “Maar bij enig vermoeden van OVS is de inzet van een klinisch psycholoog absoluut noodzakelijk. Hier kan niet meer worden volstaan met een jeugdzorgwerker of een gedragswetenschapper die de kinderen, al dan niet zelf, ziet”, stelt Tavecchio.

“De aanwezigheid van een kind bij een ouder die aan OVS doet moet je vergelijken met een kind wat is opgenomen in een sekte. De hele dag door worden er door de verstoter en diens netwerk waanbeelden geschetst over de verstoten ouder. Iedere dag worden die beelden erger en erger gemaakt waardoor het voor de kinderen geloofwaardig wordt en ze zo afhankelijk en bang zijn geworden dat ze niet meer terug kunnen of durven”, gaat Tavecchio verder.

“Ouderverstoting leidt tot een ernstige verstoring van het hechtingssysteem van een kind. Daarnaast ontstaat bij het kind het Stockholmsyndroom.” (Louis Tavecchio)

Onwenselijk

Kinderen die met OVS te maken hebben moeten daarom zo snel als mogelijk weg gehaald worden bij de verstotende ouder. De verstotende ouder en het netwerk heeft een dusdanig negatieve invloed op het kind dat een langer verblijf absoluut onwenselijk is. We laten een kind toch ook niet bij een mishandelaar of misbruiker? Waarom dan wel bij een ouder die het kind het recht ontneemt om contact te hebben met de andere ouder.

De autoriteit in de wereld op het gebied van OVS, Dr. Childress, heeft inmiddels aangetoond dat als kinderen zo snel als mogelijk worden weggehaald uit de vergiftigde omgeving ze nog redelijk kunnen worden geholpen en, mits goed begeleidt, het hechtingssysteem redelijk kan herstellen. Maar dan is het wel noodzakelijk dat de volledig achterhaalde stelling van rust, zoals die nu door de GI’s wordt gepropageerd, wordt losgelaten. De strategie van rust leidt alleen maar tot verdere beschadiging omdat de verstoter de vrije hand heeft de verstoting door te zetten. Het kind zo snel als mogelijk onderbrengen bij de verstoten ouder geeft het kind niet alleen de rust om zichzelf te zijn maar ook, om zonder negatieve druk, van de verstoten ouder te houden en de noodzakelijke affectieve band op te bouwen. Maar ook kan dan het negatieve geschetste beeld over de verstoten ouder weggehaald worden. Daarom is het onbegrijpelijk dat alle zichzelf respecterende jeugdzorgwerkers dit simpele feit niet in willen zien en blijven hangen in niet bewezen theorieën.

“De aanwezigheid van een kind bij een ouder die aan OVS doet moet je vergelijken met een kind wat is opgenomen in een sekte.” (Louis Tavecchio)

2 kinderen per uur. Dat is heel veel. Dat zijn er 48 per dag, 336 per week, 1.400 per maand, 16.000 per jaar. Dat is meer dan het aantal kinderen dat in juli 2018 in Nederland geboren is. Dat is meer dan het aantal mensen dat gemiddeld per dag naar de Efteling gaat.

Sta op!

Dit laten we toch niet gebeuren in Nederland? Sta op tegen OVS. Spreek de verstotende ouder en hun netwerk aan, zeg dat je het onaanvaardbaar vindt dat kinderen de andere ouder niet zien, dat het geen eigen keuze is van het kind. Ken je OVS situaties waar al hulpverleners bij betrokken zijn? Spreek de hulpverleners aan, doe meldingen bij Veilig Thuis, stuur mails naar de Gecertificeerde Instellingen en wijs ze op hun bijdrage aan kindermishandeling. Maak de verontwaardiging groter en groter. Deel deze blog met landelijke en lokale media en volksvertegenwoordigers en wijs ze op hun verantwoordelijkheid. Spreek de Wethouders Jeugd aan en wijs ze op hun verantwoordelijkheden als controleur en budgetbewaker van de jeugdzorginstellingen. Maak Nederland kenbaar dat we dit niet meer accepteren! OVS is onaanvaardbaar!

De schade voor de kinderen door OVS is zo groot dat de maatschappij straks wordt opgescheept met 16.000 volwassenen per jaar  die onherstelbare trauma’s hebben overgehouden aan hun jeugd.

Kinderen (4 & 6) waren bekend bij de instellingen

Kinderen waren bekend bij de zorginstellingen. Ik schrijf hier bewust waren want op 22 september jl. is Nederland weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Twee kinderen van 6 en 4 zijn nodeloos om het leven gebracht bij een familiedrama in Papendrecht. Familiedrama’s zijn inmiddels een terugkerend fenomeen, het woord is zelfs opgenomen in de Dikke van Dale. Een woord wat nooit had mogen bestaan. Kort onderzoek levert op dat er tussen 2002 en 2015 er minimaal 64 kinderen en 38 volwassenen slachtoffer zijn geworden van een familiedrama. Dat is 6 kinderen en 3 volwassenen per jaar. En bij elk familiedrama staat er: Het gezin was bekend bij de politie en bij zorginstellingen. De politiek moet zijn verantwoordelijkheid nemen en is nu aan zet om hardhandig in te grijpen.

De inspecties vragen de zorginstanties hun eigen handelen te onderzoeken

Maar direct na de vondst van de slachtoffers begint het grote wegkijken: geen enkele instantie en jeugdzorgwerker wil het verwijt krijgen dat zij (mede)schuldig is aan het drama. Dooddoeners van de woordvoerders zijn dan meestal dat men het niet heeft zien aankomen, er geen signalen waren dat het zo uit de hand zou lopen, risico’s verschillend zijn getaxeerd etc. Want als zorginstelling, als bestuurder of hulpverlener is het niet fijn om te moeten horen dat je (mede) verantwoordelijk bent voor de dood van onschuldige kinderen die jij had moeten beschermen!

Slager keurt eigen vlees

Direct na een dergelijk incident moet er een melding door de zorginstelling gedaan worden bij de Inspecties Gezondheidszorg & Jeugd en bij Justitie & Veiligheid. Maar wat er dan gebeurt is eigenlijk een gotspe eerste klas: deze inspecties vragen vervolgens aan de betrokken instelling om een onderzoek te doen naar wat er gebeurd is en daarvan verslag uit te brengen aan de inspecties. Met andere woorden: de slager verkoopt bedorven vlees maar mag nog wel zijn eigen vlees keuren om dan te zeggen dat het niet bedorven was. Deze werkwijze van de inspecties zou je verwachten in de vele bananen republieken die we hebben op de wereld maar niet in de samenleving die we in Nederland hebben ingericht.

Doofpot

Na elk familiedrama wordt er dus een onderzoek opgestart, maar heeft iemand van u ooit wel eens de uitslagen van de onderzoeken gezien? Ik denk het niet. Want alles wordt verstopt onder het mom van de privacy. De betrokken instanties haasten zich in het vermelden van algemeenheden zoals het feit dat ze lessen geleerd hebben, dat ze nog beter met elkaar moeten communiceren en beter gaan kijken hoe ze de risico’s moeten gaan taxeren en beoordelen. Maar wat ze fout gedaan hebben, wie waar fout gehandeld heeft en hoe ze tot deze conclusies gekomen zijn wordt onder de pet gehouden. Zelfs familie en belanghebbenden krijgen daar geen inzicht in. Met als enige doel de instanties zelf buiten het schootsveld te houden en zo te voorkomen dat men persoonlijk aangesproken wordt wegens mogelijke medeplichtigheid aan moord of dood door schuld. Om zo vervolgens de schuld volledig te geven aan diegene die toch al op het kerkhof ligt. Wat er gebeurd is moet in de doofpot!

Jeugdzorg faalt al sinds 2011 in het voorkomen van familiedrama’s en zeven jaar later weten we nog niet wat er gedaan is met de aanbevelingen van de OvV.

Voorwaarden aan onafhankelijk onderzoek

In maart 2018 heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid(OvV) onderzoek gedaan naar de voorwaarden waar een onafhankelijk onderzoek in het publiek belang aan moet voldoen. “In een tijd waarin de tevredenheid over het functioneren van de democratie afneemt, is onafhankelijk onderzoek relevanter dan ooit. Cruciaal is daarbij dat de onderzoekers niet aangestuurd worden door de machthebbers zelf”, aldus de OvV. Dus hoe kun je als Inspectie aan de instellingen vragen om zelf het onderzoek te doen. Het is het zelfde om aan Willem Holleeder te vragen zelf onderzoek te doen naar zijn mogelijke strafbare feiten. Onafhankelijkheid is meer dan de schijn van belangenverstrengeling vermijden. Onafhankelijkheid is ook dat de onderzoekers geen persoonlijk belang mogen hebben bij de uitkomsten van het onderzoek. Het is dan ook zorgelijk dat de Jeugdzorginstellingen niet open staat voor het benoemen van een waarnemer in de onderzoekscommissie van de familie of belanghebbenden zoals bijvoorbeeld een advocaat. Nee alles wordt schimmig gehouden zelfs de leden van een dergelijke commissie worden niet of nauwelijks naar buiten gebracht.

Het OvV stelt in het rapport: “Aandacht besteden aan de positie van een onafhankelijke onderzoeksinstantie of -commissie wil zeggen: het creëren van randvoorwaarden die het mogelijk maken daadwerkelijk onafhankelijk te werk te gaan. Instanties of commissies die een onafhankelijke positie hebben, moeten zelf hun onderzoeksvraag kunnen formuleren, hebben als enige zeggenschap over de bevindingen en conclusies, kunnen zelf een onderzoeksteam samenstellen, beschikken over een eigen budget, et cetera. Toegang tot de juiste informatie is hier een cruciale factor.” Naast deze randvoorwaarden is dat er volledig aan waarheidsvinding gedaan wordt en dat deze ook naar buiten gebracht wordt. Dit maakt het onderzoek niet alleen geloofwaardiger maar geeft ook een grotere kans op vertrouwen dat er ook aan verbetering gewerkt gaat worden zeker als het om maatschappelijk ernstige situaties gaat als familiedrama’s. Het is tekenend voor de jeugdzorginstellingen dat één van hen men alles in het werk stelt om een onafhankelijk onderzoek van de Nationale- & Kinderombudsman probeert te beïnvloeden en ze bewust onjuiste informatie aan de onderzoekers overhandigen.

Jeugdzorginstellingen moeten professionaliseren en lerend vermogen tonen volgens het OvV

Jeugdzorg faalt al vanaf 2011 in het voorkomen van familiedrama’s

Begin 2011 heeft de OvV een rapport uitgebracht naar aanleiding van 27 voorvallen van kindermishandeling met fatale en bijna fatale afloop en zijn regelgeving en richtlijnen bestudeerd. De conclusies zijn helder:

  • Jeugdzorgwerkers moeten zich niet meer afhankelijk opstellen van de medewerking van een ouder maar direct handelen
  • Moeten alle relevante informatie van andere professionals betrokken bij het gezin betrekken in de behandeling van de case
  • Zorgen voor een professionalisering van het stelsel
  • Lerend vermogen tonen
  • De toestroom van meldingen bevorderen.

Nu 7 jaar later moeten we vaststellen dat alleen het laatste punt gerealiseerd is: logisch want hoe meer meldingen hoe meer dossiers hoe meer geld. De verdere reactie van Jeugdzorg Nederland op het rapport van de OvV is ontluisterend en symptomatisch. Er worden werkgroepen opgesteld om er aan te gaan werken om er vervolgens nooit meer op terug te komen. Zeven jaar later weten we nog niet wat er gedaan is met de aanbevelingen van de OvV.

Politiek aan zet

Daarom lijkt het mij tijd dat de politiek echt in beweging gaat komen. Dat in het geval van familiedrama’s vanaf nu standaard de OvV in actie komt, direct beslag gelegd wordt door het OM op alle informatie die aanwezig is bij de instanties zodat dossiers niet meer bewerkt kunnen worden om zo het eigen falen te verdoezelen. Onafhankelijk onderzoek met volledige transparantie over de rol van de instellingen. Het zou Jeugdzorg Nederland sieren om zelf ook de OvV op te roepen deze taak op zich te nemen en op deze manier invulling te geven aan de eigen gedragscode om het vertrouwen in de jeugdzorg te vergroten.

Maar daar hoort ook bij dat je open staat voor zelfreflectie en stappen en conclusies te verbinden aan je eigen handelen. Conclusies die nodig zijn nu er nog altijd gemiddeld bijna 10 doden per jaar vallen waar de jeugdzorginstanties bij betrokken zijn. Er kleeft veel bloed aan de hoge heren en dames die niet open staan voor veranderingen en ieder voorval in de doofpot stoppen onder het mom van de privacy.