De paniek bij Rene Meuwissen en Miranda Dekkers van JBB

En toen werd er om een schorsing gevraagd. Het is uitermate zeldzaam dat een inspraak in een gemeenteraad zoveel emoties oplevert dat de raad om een moment van schorsing vraagt. Het gebeurde na het emotionele betoog van Jennifer Voets na haar inspraak bij de gemeente Boxtel over de misstanden bij Jeugdbescherming Brabant.

Boxtel is één van de gemeenten die onlangs nog stelde zich niet te herkennen in het zwartboek over JBB. Volgens de wethouder waren er geen signalen dat er ook in de eigen gemeente misstanden waren ten aanzien van het handelen van de de ingehuurde gecertificeerde instelling JBB.

Geen empathie

Na de inspraak van Jennifer Voets weet de wereld wel beter. En in korte tijd hebben meerdere inwoners van Boxtel zich gemeld met zeer schokkende verhalen over JBB. Waar het zwartboek zich richt op de patronen van het falen van JBB zien we in Boxtel het patroon wel heel duidelijk. Het verhaal van Jennifer staat namelijk niet op zich. Er zijn vergelijkbare verhalen. Een van de patronen is de jeugdzorgwerkster in deze. Een net afgestudeerde (?) jeugdzorgwerkster die als een stier door een porseleinkast gaat, zich niets aantrekt van regels en procedures, adviezen en onderzoeken van andere professionals negeert, risico’s totaal verkeerd taxeert en zichzelf, net als heel JBB, boven de wet plaatst. Vervolgens stelt ze doodleuk dat ze geen empathie heeft en zich zeker niet gaat inleven in wat ze allemaal veroorzaakt en vrolijk met een lachend gezicht uithuisplaatsingen regelt.

Moedig

De stap van Jennifer is moedig. Ze weet dat ze hiermee 2 tegenstanders uit de tent heeft gelokt die nu nog meer gaan samenspannen: JBB en haar vader die beiden niet blij zijn met deze aandacht. En van beiden zijn al signalen ontvangen die daar op wijzen. Haar stap toont de moed aan die je moet hebben om op te staan. Want zowel JBB staat bol van de rancune en haat als je het durft hen (openlijk) aan te spreken maar ook de andere ouder die aangesproken wordt is vaak uit rancune tot gekke dingen in staat. Het is juist de reden dat scheidingsgevallen niet bij JBB horen en dat ze hier totaal niet op ingericht zijn. Het feit dat JBB deze dossiers aanneemt toont aan dat het ze alleen maar om geld gaat. En dat het gebrek aan expertise uiteindelijk mensenlevens kan gaan eisen. Het wachten is hierop!

Professional van € 150.000 per jaar

Maar de non reactie van JBB op Jennifer is wel het meest schokkend. Nadat eerst bestuurder Meuwissen met een damage control achtig verhaal kwam dat ze elke klacht en zelfs de schrijver van het zwartboek serieus nemen daag ik hier Meuwissen uit om aan te tonen wat hij heeft gedaan om dit serieus te nemen. Waarom is er nog geen contact gezocht met Jennifer en haar familie om over de situatie te praten? En waarom worden klachten alleen maar afgedaan met excuses en corrigeren jullie niets? En hoezo we nemen het zwartboek serieus? Wie was er zonder afmelding afwezig bij een gesprek over het zwartboek met de raad van toezicht? Rene Meuwissen! Omdat hij het moeilijk vond onderscheid te maken tussen het brede zwartboek en een individuele casus. En dat is de professional die met een totaal bezoldiging van bijna € 150.000 per jaar naar huis gaat? Op basis van zijn houding en de reacties naar derden is die professionaliteit niet zichtbaar. En dan gaat diezelfde Meuwissen zeggen dat hij zaken serieus neemt? Het probleem van Meuwissen is dat hij niet beseft dat mensen met elkaar praten en informatie uitwisselen. Stop dus met manipuleren en verdraaien van feiten want dat heeft geen nut. De positie van Meuwissen is echt onhoudbaar aan het worden!

De hoge poten van Miranda Dekkers

Het interview van Jennifer gisteren op Omroep Brabant TV maakte de houding van JBB duidelijk. JBB belde tijdens of direct na de uitzending op hoge poten de omroep omdat er zaken uit het interview gehaald moesten worden In het kader van de privacy. Vervolgens komt directrice Miranda Dekkers met een zeer zwakke reactie. Maar dat is dezelfde Miranda Dekkers die de privacy van cliënten schendt door geheimhoudingsovereenkomsten niet na te komen, onjuiste informatie verstrekt aan de rechtbank en niet ingrijpt als haar medewerkers de privacy van cliënten bewust schenden door valse, niet geverifieerde of vertrouwelijke informatie te delen met partijen die daar niets mee te maken hebben. Haar formele reactie op het interview was dan ook schokkend: het gaat om complexe zaken en ook wij moeten lering trekken. Hoeveel lering ga je trekken als je weigert om het gesprek aan te gaan, als je klachten naast je neer legt en je zelf medewerkers opdracht geeft te liegen tegen de rechters. Waarom geen uitnodiging tijdens de uitzending aan Jennifer gegeven voor een gesprek?

De waarheid zal zegevieren

Nee René Meuwissen en Miranda Dekkers willen geen lering trekken. Willen geen veranderingen. En iedereen die het durft op te staan tegen hen zal worden afgestraft door hun pionnen in het veld. En dat hierdoor onschuldige kinderen de dupe zijn zal jullie een zorg zijn. De waarheid komt boven, de geest is uit de fles en en op enig moment zal JBB zich moeten gaan verantwoorden. Want JBB is onder jullie leiding verworden tot een partij die alles uit de kast trekt om zoveel mogelijk geld uit de gemeente kas te trekken waar geen enkel resultaat tegenover staat. Ten einde het koninkrijkje JBB overeind te houden. Maar dat gaat niet lukken. De geest is uit de fles en de stank van de rottende wijn die bij jullie geest in de fles zat verspreidt zich langzaam over heel Brabant. En laat één ding duidelijk zijn: Alle fouten door JBB gemaakt zullen ook door JBB rechtgezet moeten gaan worden. Het spelen met mensenlevens, en zeker die van kinderen zal niet ongestraft blijven, niet voor Meuwissen en Dekkers, maar ook niet voor iedere medewerker die zich daar aan bezondigt heeft! De waarheid zal zegevieren! en dat zorg voor heftige paniek bij Meuwissen en Dekkers. Ze weten dat ze gefaald hebben, dat ze de zaak niet in de hand hebben. dat ze alleen aan hun eigen belangen hebben gedacht en dat de kinderen bij JBB slechts een pion zijn om geld te verdienen. En dat zorgt voor de heftige paniek. zeker bij Meuwissen waarvan al langer bekend is dat hij niet terugdeinst voor leugens en intimidatie. Maar de maatschappelijke verontwaardiging is groot en wordt steeds groter.

Positie bestuurder Jeugdbescherming Brabant totaal onhoudbaar!

Hoe bestuurder JBB zijn cliënten en klachtencommissie minacht

Advertenties

Jeugdbeschadiging Brabant

In de afgelopen maanden zijn de ontelbare misstanden binnen Jeugdbescherming Brabant volop in beeld gebracht met het uitgebreide falen in de casus Baby Hannah en direct daarop volgend het zwartboek ‘Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening’. Met als reactie van JBB heftige ontkenningen, intimidaties van meewerkende ouders en een complete verdraaiing en het bagatelliseren van de feiten. Zelfs een vernietigend rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in de casus van Baby Hannah werd ontkend en gepoogd in de doofpot te stoppen. Sindsdien heeft de Stichting (H)erken Ouderverstoting een stortvloed aan dossiers ontvangen en gesprekken gevoerd met gedupeerden.

Maar wat mij opviel was de hoeveelheid jeugdigen die mij benaderden. Diegene die juist beschermd moeten worden reageren uitermate vernietigend over, zoals de jeugdigen het zelf noemen, ‘Jeugdbeschadiging Brabant’.

Er is veel gebeurd in de afgelopen maanden. Gesprekken met gemeenten (colleges en jeugdzorg ambtenaren), gemeenteraad-  en Tweede Kamerleden, (Kinder)Ombudsman en Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd, contacten met bezorgde advocaten (die de handelswijze van JBB ‘off-the record’ herkennen en bevestigen), verontruste externe hulpverleners (die door JBB volledig genegeerd worden en waarmee cont(r)acten worden beëindigd omdat ze te kritisch zijn over de beleidslijnen van de jeugdzorgwerkers), scholen die overvallen worden en zich niet serieus genomen voelen en bij voorkeur geen gesprekken meer willen voeren met jeugdzorgwerkers omdat hun informatie stelselmatig verdraaid wordt en ze door de jeugdzorgwerkers tussen de ouders geplaatst worden in plaats van dat de school veilig en neutraal is voor de kinderen, rechters die ons aanmoedigen om het goede werk, de misstanden bij JBB bloot leggen, voort te zetten, contacten met media en een extern kwalitatief onderzoek naar de jeugdzorg opgestart door de 9 gemeenten in West Brabant west. Tot slot weten we inmiddels ook dat de Autoriteit Persoonsgegevens overstelpt wordt met klachten over JBB en dat men zich afvraagt en gaat onderzoeken wat er bij hen in algemene zin aan de hand is en wat er daar moet gaan gebeuren.

Jeugdigen staan op tegen JBB

Maar ook veel nieuwe dossiers. Inmiddels zijn er circa 100 dossiers binnen gekomen die slaan op JBB, terwijl er ook nog vele dossiers uit de rest van het land aangeboden worden. Veelal ouders die tegen het voortdurende falen van JBB aanlopen maar bovenal tot op het bot geïntimideerd worden door de Jeugdzorgwerkers, gebiedsmanagers, directie en bestuurder van JBB. Aanleiding voor ons om te gaan werken aan deel 2 van het zwartboek met nog meer schokkende dossiers. Om zo de feiten bloot te blijven leggen maar bovenal aan te tonen dat het zwartboek niet 1 dossier is, zoals JBB iedereen wil doen laten geloven, maar echt is samengesteld uit een overvloed aan dossiers. Naast dit deel 2 zijn er ook meerdere publicaties te verwachten vanuit verschillende onafhankelijke van elkaar betrokken partijen die allemaal het falen en de intimidatie van JBB aan den lijven hebben ondervonden en het noodzakelijk vinden hier onderzoek naar te doen en te publiceren. We houden u hiervan op de hoogte!

Jeugdigen die beschermd moeten worden maar vervolgens zien dat de Jeugdzorgwerker de strijd aangaat met ouders en daarbij alle middelen inzetten variërend van liegen en bedriegen, smaad en laster en uiteindelijk zware intimidatie van ouders, scholen, externe hulpverleners en zelfs de jeugdigen zelf!

Maar wat mij opviel was de hoeveelheid jeugdigen die mij benaderden. Diegene die juist beschermd moeten worden reageren uitermate vernietigend over JBB. Jeugdigen die gedwongen worden om dingen te doen of te ondergaan die ze niet willen, die niet gehoord worden, die zien dat de jeugdzorgwerker ouders bewust tegen elkaar uitspelen en zaken laten escaleren, jeugdigen waar beslissingen over genomen worden zonder dat met ze gesproken is. Er zijn zelfs jeugdigen die al jaren een OTS hebben en slechts één of twee keer zijn gehoord. Jeugdigen die nog nooit ‘hun’ gezinsvoogd hebben ontmoet, die gedwongen worden uitspraken te doen over hun ouder(s) en totaal verdraaide of zelfs verzonnen gespreksverslagen krijgen. Er staan voorvallen in dossiers die nooit hebben plaatsgevonden of hebben kunnen plaatsvinden binnen de tijdslijnen. Jeugdigen die beschermd moeten worden maar vervolgens zien dat de Jeugdzorgwerker de strijd aangaat met ouders en daarbij alle middelen inzet variërend van liegen en bedriegen, smaad en laster en uiteindelijk zware intimidatie van ouders, scholen, externe hulpverleners en zelfs de jeugdigen zelf!

Kippenvel

De gesprekken met deze jeugdigen zijn schokkend. Bij elk gesprek staat het kippenvel op je lijf en lopen de tranen over je wangen. De woede en boosheid over het totale gebrek aan empathie, maar bovenal de vooringenomenheid, halsstarrigheid en desinteresse in wat er werkelijk speelt en wat de jeugdige echt denkt en vindt, roept veel verdriet en woede op bij diezelfde jeugdigen. Want in alle gevallen hadden de kinderen voor de interventie van JBB zelf geen enkel probleem. De opdracht van de rechter is over het algemeen ook: bescherm de jeugdige tegen de strijd tussen de ouders. Maar JBB richt zich volledig op de jeugdige en laat de strijd tussen de ouders volledig escaleren. Met als gevolg dat het probleem van de jeugdige na bemoeienis van JBB zeer groot en onoplosbaar is geworden. Gezinnen zijn uit elkaar getrokken door onnodige uithuisplaatsingen, broers en zussen uit elkaar gehaald en contacten verbroken, kinderen bewust tussen strijdende ouders geplaatst, loyaliteitsconflicten verergerd. Maar bovenal: ze zijn nooit gehoord. De grote gemene deler achteraf bij deze jeugdigen: ze zijn beschadigd voor het leven en hun vertrouwen in de mensheid en maatschappij totaal kwijt. Onderzoek heeft aangetoond dat Brabant het hoogste aantal zelfdodingen onder jeugdigen kent van Nederland. Een verder onderzoek naar de oorsprong en achtergronden lijkt wenselijk. Vooral noodzakelijk om te weten in hoeverre jeugdzorg, en dan met name JBB, betrokken is geweest bij deze jeugdigen. Het zelfde geldt voor het aantal potentiële familiedrama’s. Hoe verhoudt dat aantal zich tot de rest van Nederland?

Raadsleden geëmotioneerd

Eén van de jeugdigen die mij benaderde had afgelopen week de moed om in haar gemeente de gemeenteraad toe te spreken. Het werden 5 uiterst emotionele minuten. Zelfs zo erg dat raadsleden na haar toespraak vroegen om een schorsing. Om even bij te komen. Haar relaas treft u onder aan deze blog integraal aan. Lees het en huiver.

Inmiddels zijn er circa 100 dossiers binnen gekomen. Veelal ouders die tegen het voortdurende falen van JBB aanlopen maar bovenal tot op het bot geïntimideerd worden door de Jeugdzorgwerkers, gebiedsmanagers, directie en bestuurder van JBB. Aanleiding voor ons om te gaan werken aan deel 2 van het zwartboek met nog meer schokkende dossiers. 

Opvallend hierbij is dat in de weken hiervoor uit dezelfde gemeente zich via via een tweede gezin zich bij mij melde. Het verhaal was vrijwel identiek. In beide gevallen gebrekkige communicatie, besluiten op basis van niet geverifieerde informatie, geen waarheidsvinding en wederhoor en het niet volgen van procedures en termijnen. Maar de grootste overeenkomst: een zelfde jeugdzorgwerker, die nota bene net afgestudeerd was en vervolgens zonder termijnen en voorschriften te volgen als een stier door een porseleinkast de ene UHP na de andere regelde.  Hiermee wordt de rode draad snel blootgelegd en kunnen we steeds meer vraagtekens zetten bij de expertise van de jeugdzorgwerkers bij JBB en de controle op de procedures door gebiedsmanagers, juristen, directie en bestuurder. Want nu het aantal dossiers toeneemt zien we steeds vaker dezelfde namen van jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers voorbij komen die continue in dezelfde fouten vervallen en, nu het heet wordt onder de voeten, steeds heftiger gaan intimideren en ouders en jeugdigen gaan straffen als ze ook maar het lef hebben om hun case onder de aandacht te brengen van de stichting HOVS. Gelukkig zijn steeds minder ouders en jeugdigen hiervan onder de indruk en durven ze op te staan. Voor zichzelf en hun dierbaren. In deel 2 van het zwartboek dus niet alleen de verhalen van de ouders, maar juist ook van de jeugdigen. Om nog meer aandacht te schenken aan, zoals de jeugdigen het zelf noemen, ‘Jeugdbeschadiging Brabant’.

Damage Control

Eén van de oplossingen die JBB in hun damage control voor zich ziet, is zo snel als mogelijk de lastige dossiers te sluiten, OTS-en te beëindigen of door snel een UHP te regelen. In veel gevallen wordt gesteld dat doelstellingen behaald zijn en dat ontwikkelingsbedreiging weggenomen is terwijl de waarheid aantoont dat dat niet het geval is, doelen absoluut niet gehaald zijn en zelfs in meerdere jaren totaal geen hulpverlening is opgestart. Er wordt niet geschroomd om hierover te liegen naar de rechter en de Raad voor de Kinderbescherming. Het is dan ook de oproep aan de gemeenten en Raad voor de Kinderbescherming om elk dossier wat bij JBB ligt langs de meetlat te leggen en te vergelijken met de adviezen, wat JBB hiermee gedaan heeft, in hoeverre beschikkingen zijn opgevolgd en of er externe hulp is aangevraagd en of die ook wel daadwerkelijk is ingezet, maar ook om de voortgang eens onafhankelijk te laten toetsen en de uitkomsten inzichtelijk te krijgen.

Samenwerking

Maar zien we ook steeds meer initiatieven komen van ouders en jeugdigen om te gaan samenwerken en samen de strijd met JBB aan te gaan. Elkaar ondersteunen in hun strijd en gericht met de juiste acties het stuurloze schip van bestuurder René Meuwissen aan te gaan pakken. JBB is een doodlopende weg in de jeugdhulpverlening. De geest is uit de fles en de geur van de bedorven wijn die bij de geest in de fles zat verspreidt zich over Brabant. Het is nu aan alle betrokkenen om op te staan en JBB eens goed onder de loep te nemen. Want de term Jeugdbeschadiging Brabant wordt niet voor niets bedacht door een jeugdige die beschadigd is door een instantie die betaald wordt om juist die beschadigingen te voorkomen.

Inspraak bij gemeente Boxtel.

Mijn naam is Jennifer Voets, Ik ben 23 jaar oud. Ik heb drie zusjes waarvan er twee minderjarig en een met psychiatrisch problematiek. Zij heeft een Narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ik wil hier graag mijn verhaal doen omdat anderhalf jaar geleden mijn zusjes abrupt uit huis zijn geplaatst en wij vanaf dat moment in aanraking kwamen met Jeugdbescherming Brabant. Ik zal even in het kort mijn voorgeschiedenis vertellen. Vlak na dat mijn moeder bij mijn vader is gevlucht zijn wij in contact met hulpverlening zoals bureau Jeugdzorg. Dit omdat mijn vader niet goed met ons kon omgaan , een narcistische persoonlijkheid heeft en ook niet voor ons zorgden als wij een weekend bij hem kwamen. Ik moest als kind van 11 dan heel het weekend op mijn zusjes passen terwijl mijn vader aan het werk was of was stappen of thuis aan het drinken met vrienden. Omdat dit steeds erger werd en wij ook in aanraking kwamen met drank, drugs, geweld, bedreiging naar andere maar ook naar ons, heeft de rechtbank na veel gesprekken en onderzoeken bij bureau jeugdzorg besloten dat mijn vader een contact verbod kreeg en dat hij pas weer contact mocht hebben met mij en mijn zusjes als hij in therapie zou gaan en zou mee werken met onderzoeken bij bureau Jeugdzorg. Omdat hij vanaf het begin dat hij bij mijn moeder is weggegaan is blijven bedreigen en treiteren en daarvoor haar meerdere malen zowel lichamelijk als psychisch heeft mishandeld heeft mijn moeder ook een trauma op gelopen. Bij haar is PTSS geconstateerd. Ondanks dat zij dit heeft, heeft ze al die tijd goed voor ons gezorgd ( dit werd ook door de onderzoeken bij bureau jeugdzorg en veilig thuis bevestigd) maar doordat er geen hulp voor haar kwam, en de dreiging vanuit mijn vader bleef ging het steeds slechter met haar. Ze kreeg herbelevingen en was erg verdrietig. Op een avond ander half jaar geleden was het beter dat mijn moeder even een nachtje niet thuis zou zijn om even uit de situatie te zijn. Ik paste op mijn zusjes en zij gingen gewoon naar school en ik naar mijn werk. Toen ik thuis kwam van mijn werk stonden er ineens twee vreemden mensen in huis zonder bevel of politie die mij kwamen vertellen dat mijn zusjes per direct uit huis werden geplaatst en ik niet mocht weten waar ze heen zouden gaan. Er was geen specifieke reden maar ze hadden informatie van derden waarvan nooit is gecheckt of dit waar is. Ook moesten zij hun telefoons en laptops inleveren zodat ze geen contact met ons konden zoeken. Zowel zij als ik waren allebei in shock. Mij werd ook opgedragen dit niet aan mijn moeder te vertellen. Ze vertrokken en lieten mij daar alleen achter. Als ik niet op dat moment thuis was gekomen had ik ze niet weg zien gaan en wist ik niet eens waar ze waren. Het voelde voor mij alsof ze ontvoerd werden. Ik heb toen meteen contact gezocht met een hulpverlener van Veilig Thuis omdat die al bij ons in beeld waren en die was het ook niet eens met het handelen van JBB. Veilig thuis werd dan ook meteen van de baan geschoven en daar werd ook niets opgevraagd. Vanaf dat moment kwamen wij in aanraking met Jeugdbescherming Brabant. Mijn zusjes zijn bij twee verschillende pleeggezinnen geweest en zouden daarna uit elkaar gehaald worden omdat er weinig plek was bij pleeggezinnen. Ik heb toen zelf geregeld dat ze bij kennissen terecht kwamen. Ik had ook aangeboden om zelf de zorg op me te nemen maar daar werd niet eens naar geluisterd. De rechter sprak uit dat er voor een jaar een uithuisplaatsing werd gedaan maar dit zeker geen jaar hoefde te duren. Maar vanaf het begin dat wij in aanraking kwamen bij JBB werd er niet verteld wanneer mijn zusjes weer terug mochten en waar dan aan voldaan moest worden ook werd er geen plan gemaakt. Terwijl dit wel aangegeven staat op hun eigen website. Verder zijn ze niet bereikbaar en kijken ze totaal niet om het contact te herstellen. Ik, mijn zusjes en moeder waren altijd een team en niemand kwam daar tussen. Nu is alles uit elkaar gevallen en ik ben bang dat dit nooit meer goed gaat komen. Als er namelijk een conflict is word al het contact verbroken of word ik ingezet als toezichthouder. Ze zijn ook op de hoogte van het contactverbod van mijn vader wat door de rechter is uitgesproken en weten van oude dossiers maar daar word niet naar gekeken, ze zijn zelfs aan het onderzoeken of de jongste daar niet kan gaan wonen en ze mag van JBB gewoon bij het pleeggezin opgehaald worden door vader. Terwijl een paar maanden geleden in zijn huis een drugslab is gevonden en er veel gedeald word. Ik maak me daar erge zorgen over omdat ik niet wil dat zij dezelfde dingen gaat zien en meemaken. Als JBB nou hun werk goed had gedaan en was gaan samenwerken met andere instanties waren mijn zusjes allang weer thuis geweest en was ons gezin weer als van ouds. Nu zie ik mijn zusjes niet meer en was ik mijn moeder bijna verloren omdat ze de pijn niet meer aan kon. Ik zie geen toekomst perspectief en zie JBB dan niet als Jeugdbescherming Brabant maar meer als Jeugd beschadiging Brabant. Want zowel ik, mijn moeder en mijn zusjes hebben door het handelen van Jeugdbescherming Brabant een trauma opgelopen. Ik zie geen toekomst perspectief meer en hoop dat jullie mij kunnen helpen.

Voorgeschiedenis: mijn moeder is gevlucht voor mij vader. Narcisme.
Wat is er fout aan Jeugdbescherming Brabant:
– Informatie word gehaald vanuit derden waarvan geen waarheidsbevinding is gedaan.
– Ook mocht ik niet zeggen tegen mijn moeder zeggen dat ze uit huis geplaatst werden.
– Op het moment dat mijn zusjes uit huis geplaatst zijn mochten ze geen contact met mij en werden hun telefoons en laptops afgepakt. Hierdoor hebben zij allebei een trauma opgelopen.
– Er word niet gekeken naar oude dossiers. Zoals dat vader een contactverbod heeft. Omdat hij mij de zorg opdroeg aan mij en zelf opstap ging, dronk en drugs gebruikte.
– Er is geen plan van aanpak. Terwijl dit een van de doelen is die op de website van Jeugdbescherming Brabant is.
– Jeugdbescherming heeft gezegd dat de kinderen alles mogen beslissen waardoor opvoeding niet meer mogelijk is.
– Zij is op de hoogte van contact met vader terwijl hier een verbond van is. Als hij contact zou willen zou hij eerst naar de rechtbank zou moeten. En toch word mijn zusje opgehaald bij het pleeggezin.
– Ook bij problemen wordt contact meteen afgehouden.
– Laatst is er ook een drugslab gevonden bij vader.
– Moeder was er bijna niet meer geweest. Iedereen kwijt.
– Als ze het werk hadden gedaan was alles nu weer normaal geweest.
– Ik had verwacht dat onze gezin snel weer bij elkaar zou zijn.
– Er is geen toekomst perspectief.
– Niet bereikbaar
– Een van mijn zusjes kon alleen hulp krijgen via Jeugdbescherming Brabant niet via de huisarts.
– Ik werd ingezet als toezichthouder
– Ik mag niet op kinderen passen terwijl dochter van pleeggezin het wel mag.

Veilig thuis was niet eens met het handelen van JBB.
Jeugdbeschadiging Brabant

Besluit Inspectie G&J: arrogantie of andere krachten?

Vrijdag 26 oktober werd de Stichting (H)erken Ouderverstoting door een journalist geïnformeerd over het besluit van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd dat er geen onderzoek gaat plaatsvinden naar de misstanden bij Jeugdbescherming Brabant(JBB). Eind september hebben 18 gemeenten uit West Brabant, ondersteund door meerdere gemeenten uit Oost Brabant, de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd een verzoek gedaan om dit onderzoek. Dit nadat er een zwartboek is gepubliceerd waarin de misstanden bij deze GI werden blootgelegd. Het verzoek tot onderzoek werd “ondersteunt” door de bestuurder van JBB. De gemeenten hebben al laten blijken niet blij te zijn met het antwoord van de Inspectie en graag het gesprek aan te willen gaan. Ook de Stichting HOVS en de betrokken ouders willen graag het gesprek met de Inspectie aangaan, echter de stichting heeft tot de dag van vandaag nog helemaal niets vernomen van de Inspectie.

Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. Dat lijkt bij deze Inspectie niet het geval.

Zwartboek

De misstanden werden bloot gelegd in een zwartboek. De rode draad in het zwartboek komt er met name op neer dat beschikkingen van rechters niet uitgevoerd worden, hulpverlening niet wordt opgestart, adviezen van professionals en Raad voor de Kinderbescherming genegeerd worden, er geen of nauwelijks communicatie plaatsvindt, ouders geïntimideerd worden, er niet aan waarheidsvinding gedaan wordt, (kern)beslissingen genomen worden zonder deze te toetsen bij de rechter, wet- & regelgeving niet gevolgd worden, afspraken geschonden, dossiers niet op orde zijn, medewerkers onbereikbaar zijn en er is geen evenredigheid in de contacten tussen GI en cliënten.

Reactie Stichting HOVS op afwijzen onderzoek door Inspectie

Kamervragen over zwartboek

Een kleine maand later heeft de inspectie aan de gemeenten laten weten dat zij vooralsnog geen aanleiding zien om onderzoek te gaan doen naar JBB. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat de Inspectie van mening is dat zij het aantal klachten en de inhoud van de klachten niet bepalend vindt om een onderzoek te doen. Andere bronnen, welke zijn onbekend, zijn hier mede bepalend in. Tevens is een lopend onderzoek door de Nationale Ombudsman naar het dossier van de samensteller een reden voor het niet opstarten van een onderzoek. Ook het feit dat JBB net door het Keurmerk is getoetst en zijn nieuwe certificering heeft gekregen is een reden om geen onderzoek op te starten omdat volgens de Inspectie de GI voldoet aan alle vereisten door verkrijging van de certificering. De GI gaat af op een mondelinge terugkoppeling van het Keurmerkinstituut, het formele rapport is nog niet afgerond. De Inspectie weet dus niet op welke punten de GI wel of niet goed scoort. Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten.

Argumenten boterzacht

We zijn dan ook heel benieuwd welke bronnen de Inspectie heeft gebruikt en hoe die zich verhouden tot het aantal en de inhoud van de klachten. Eén van de andere redenen is ook het nog lopende onderzoek bij de Nationale- & Kinderombudsman. Echter dit onderzoek betreft slechts 1 dossier en is een procesanalyse van dat specifieke dossier. Omdat dit onderzoek zich slechts richt op 1 dossier is het voor JBB relatief eenvoudig om, bij een negatieve uitkomst, dit als een incident af te doen, de betreffende jeugdzorgwerker te slachtofferen en als organisatie de handen in onschuld te wassen en wederom, voor de zoveelste keer, beterschap te beloven. Het zwartboek bestaat uit 30 dossiers en toont een causaal verband aan tussen de werkwijzen in de verschillende dossiers. Het negeren van die signalen door de inspectie is zorgelijk en doet onrecht aan alle ouders en betrokken kinderen die hebben meegewerkt aan het zwartboek. De keuze van de Inspectie brengt direct deze ouders en kinderen in gevaar omdat de rancune en frustratie van JBB op wat er gaande is van elke mail en brief die ze versturen af spat.

Maar de meest opvallende reden is dat het Keurmerkinstituut net JBB ge-audit heeft en dat er een nieuwe certificering is afgegeven. Wanneer die audit heeft plaatsgevonden en of de klachten die in het zwartboek staan zijn meegenomen in die audit is niet bekend. Het lijkt er hiermee op dat de Inspectie geen onderzoek wil, de klachten als vervelend beschouwd, zelf wil bepalen wat ze wel en niet onderzoeken en hiermee klagende burgers en gemeenten arrogant opzij zet. De argumenten van de Inspectie zijn dan ook boterzacht.

Opvallend was dat Meuwissen 2 weken voor publicaties al door de Inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie.

Totaal onaanvaardbaar

Dat het goed mis zit bij de GI blijkt wel nu er in de afgelopen maanden in meerdere dossiers rechters JBB ontslagen hebben als toezichthouder in de OTS en belanghebbende, omdat ze geen hulpverlening hebben opgestart, oplossingen verder uit beeld zijn gekomen of de belangen van de kinderen niet (juist)hebben behartigd. De beslissing van de Inspectie is des te vreemder omdat diezelfde Inspectie op 21 augustus de handelswijze van JBB in het dossier rondom Baby Hannah totaal afkraakt. Het aantal tekortkomingen in de primaire processen is aanzienlijk en een aantal daarvan hebben zelfs tot verwondering geleid. Het ontbreekt aan voldoende afstemming, informatie uitwisseling en gezamenlijke besluitvorming. Risico’s worden verschillend getaxeerd en hierover wordt geen overleg gezocht. Continuïteit is onvoldoende en medewerkers zijn onervaren.

Het is de Stichting HOVS dan ook totaal onduidelijk op welke argumenten al deze besluiten zijn gebaseerd. De Inspectie heeft de stichting hierover ook niets laten weten. Er is zelfs totaal niet op het zwartboek, laat staan op de brieven en mails nadien, gereageerd. Als overheidsinstelling ben je verplicht om binnen afzienbare tijd te reageren naar de burger die je benaderd. Kennelijk is deze regel niet bekend bij de Inspecteur-Generaal en haar medewerkers. De stichting heeft het besluit van de Inspectie via de media moeten vernemen. Totaal onaanvaardbaar!

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst.

Bom onder stelsel

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst. Maar het toont ook aan dat het huidige systeem totaal onwerkbaar is en enige intrinsieke motivatie tot betere en openlijke controle van instanties en een totale verbetering van het systeem ontbreekt. Met deze keuze van de Inspectie lijkt de transitie van 2015 ten dode opgeschreven. Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven. Het wachten is nu dan ook op de definitieve ontmanteling van dit stelsel door een volgend kabinet.

Inspectie neemt gemeenten niet serieus

De keuze van de inspectie om de zorgen van ouders en de gemeenten, ondersteunt door JBB, zo te negeren toont ook aan dat er bij de inspectie geen enkel besef bestaat over de complexe materie waar de jeugdzorg zich mee bezig houdt. Maar ook dat men de zorgen van de gemeenten, diegene die de rekeningen moeten betalen, niet serieus neemt. De rode draad in het zwartboek zijn voor de betrokken gemeenten juist voldoende aanleiding om hun zorgen kenbaar te maken, twijfels te hebben over de kwaliteit van JBB en om die reden het verzoek te doen tot onderzoek naar JBB. De inspectie toont aan dat zij de betalers van de zorg niet serieus wenst te nemen. Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten. Het kan en mag niet zo zijn dat gemeentelijke gelden worden overgemaakt aan organisaties die zich niet aan wet- & regelgeving houden. Een wethouder die dit doet kan daar later hele vervelende politieke consequenties van ondervinden. Deze verstrekkende consequenties en maatschappelijke ongewenstheid lijken bij de beslissingen van de inspectie geen rol te hebben gespeeld. Hiermee toont wat mij betreft de inspectie ook aan geen besef te hebben van de noodzakelijke coherentie van de democratie en de verre gaande gevolgen van een op het oog eenvoudige beslissing om geen onderzoek te doen.

Werkwijzen Rotterdam nu zichtbaar in Brabant

Ook is inmiddels een onderzoek naar de rol van JBB in het afwijzen van dit onderzoek wenselijk. JBB “ondersteunt” dit onderzoek weliswaar, het is echter algemeen bekend dat JBB en Jeugdzorg Nederland niet zitten te wachten op onderzoeken naar hun werkwijzen en functioneren. Met name de rol van bestuurder René Meuwissen, die op basis van betrouwbare bronnen nauwe banden heeft met Inspectie en ministerie, is discutabel. Enkele jaren voor zijn pensioen zit hij niet te wachten op een onderzoek naar het functioneren van zijn organisatie. Zeker niet met in het achterhoofd het rapport van de Ombudsman Rotterdam van eerder dit jaar waarin naar voren kwam dat JBRR, de organisatie waar Meuwissen eerder bestuurder was, cliënten intimideerde. Opvallend is dat de werkwijzen van destijds in Rotterdam nu zichtbaar worden in Brabant. Dit rapport uit Rotterdam is al een smet op zijn carrière, een nieuw onderzoek naar een organisatie waar hij eindverantwoordelijk is kan zijn ego niet aan. Meuwissen zal niet rusten totdat hij een ieder die heeft meegewerkt aan het zwartboek het leven heeft zuur gemaakt en waar nodig opdracht heeft gegeven tot verregaande maatregelen tegen de kinderen van deze ouders. Ouders die juist opkomen voor de belangen van deze kinderen.

Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven.

Op de vingers getikt

Dat hij niet zit te wachten op onderzoeken en niet openstaat voor kritieken blijkt ook wel uit de wijze waarop hij reageerde op de publicaties rondom baby Hannah en het zwartboek. Hij herkende zich er niet in en deed de verhalen af als die van emotionele ouders. Opvallend was dat hij 2 weken voor publicaties al door de inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie, desondanks hield hij vol zich niet te herkennen in de klachten over JBB. Opmerkelijk is dat de inspectie normaliter elke aanwijzing vrijgeeft maar deze niet. Maar met de wetenschap dat de inspectie JBB net fors heeft aangesproken is het verbazingwekkend, maar meer nog zorgelijk, dat als er nog meer signalen komen over misstanden de inspectie vervolgens besluit dat verder onderzoek niet nodig is. De vraag is dan ook welke krachten hierbij een rol hebben gespeeld.

Ook opvallend is de wijze waarop Meuwissen omgaat met lopende onderzoeken. De Kinderombudsman schrijft in een brief met betrekking tot het lopende onderzoek naar JBB dat zij bemerkt dat er gepoogd wordt het onderzoek te sturen omdat het lopende onderzoek niet het onderzoek is wat men wenste. Maar ook uitspraken van zijn eigen klachtencommissie over zijn eigen functioneren worden stelselmatig genegeerd. Meuwissen reageert per definitie niet op mails of weigert die in behandeling te nemen. De lijst van blunders en onbehoorlijk gedrag van Meuwissen neemt steeds grotere vormen aan en langzaam aan komen er steeds meer zaken naar boven over zijn staat van dienst. Het lijkt daardoor begrijpelijk dat Meuwissen zelf, Jeugdzorg Nederland maar ook de Inspectie niet zitten te wachten op een onderzoek waaruit mogelijk veel misstanden naar voren komen met mogelijke aansprakelijkheden tot gevolg.

Gemiste kans

Het niet opstarten van een onderzoek is een gemiste kans. Want Jeugdzorg moet boven elke twijfel verheven zijn. Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. De vele aangetoonde misstanden bij JBB tonen aan dat er terechte zorgen zijn. En als die zorgen geuit worden door neutrale partijen als gemeenten dan mag de Inspectie niet wegkijken en een onderzoek afwijzen. Het is nu dan ook aan Minister Hugo de Jonge om actie te ondernemen en zorg te dragen voor een onafhankelijk onderzoek naar de misstanden bij JBB en hier open over te rapporteren. In het belang van de kinderen en hun toekomst. En de Inspecteur-Generaal heeft het nodige om zich voor te gaan schamen in de komende tijd nu blijkt dat een veilige jeugdzorg geen prioriteit lijkt te zijn en men niet direct wenst in te grijpen bij misstanden.

Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Kamervragen over Zwartboek Jeugdbescherming Brabant

Gisteren heeft Groen Links Kamerlid Lisa Westerveld Kamervragen gesteld aan Minister Hugo de Jonge over de ophef die is ontstaan over de begeleiding van pleegouders en het zwartboek Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening. Een van de vragen gaat over de reactie van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd dat de klachten over JBB niet afwijken van klachten bij andere gecertificeerde instellingen. Deze Kamervragen zijn het zoveelste dieptepunt en onverwachte wending in de soap JBB en daarmee het imago en carrière van René Meuwissen. Want de aanvallen op zijn imperium JBB komen van steeds meer kanten en zijn imago en dat van JBB lijken niet meer te redden.

Op 6 september verschenen de eerste berichten over het falen van JBB in de case van Baby Hannah. Een dag later plofte het zwartboek ‘Jeugdbescherming Brabant: de doorlopende weg in de jeugdhulpverlening’ op het bureau van bestuurder René Meuwissen. Hierin is op basis van 30 dossiers een schokkend beeld naar boven gekomen over de werkwijze van JBB. Een van de dossiers gaat over de case van Baby Hannah. De inspectie reageerde naar BN de Stem dat de klachten zoals omschreven in het zwartboek niet afwijken van de klachten die bij hun binnen komen over de andere gecertificeerde instellingen in Nederland.

Meuwissen probeerde de zaak beminnelijk weg te lachen, hij herkende zich niet in de aangedragen publicaties en kon er in het kader van de privacy niet op ingaan. Daarnaast betrof het slechts een teleurgestelde ouder die op deze manier zijn ongenoegen wilde uitten. Een opmerkelijke houding als je beseft dat hij 2 weken voor de eerste publicatie fors op de vingers was getikt door de inspectie over het handelen van zijn club in de case van Baby Hannah en enkele dagen na publicatie de vermeende meewerkende ouders aan het zwartboek geïntimideerd werden en te maken kregen met nieuwe beleidslijnen of jeugdzorgwerkers vervangen werden door de grootste terriërs en vazallen van Meuwissen. Dus hoezo ik herken me er niet in, en hoezo één teleurgestelde ouder?

In de weken daarna is JBB bezig met een poging om de schade beperkt te houden. Echter hierbij begaat het de ene communicatieblunder na de andere in de hoop zoveel mogelijk intern te houden en in de doofpot te krijgen. Maar de steeds groter wordende publieke verontwaardiging maakt dat hij en zijn mensen vechten tegen de bierkaai. Zelfs vanuit zijn eigen gelederen, medewerkers en ketenpartners, komen steeds meer geluiden dat het een enorme chaos is binnen JBB en dat de belangen van de kinderen ondergeschikt lijken te zijn aan de belangen van bestuurder en management. Daarnaast wordt enige kritiek op het beleid niet getolereerd en is er een angstcultuur binnen de organisatie ontstaan waarbij intimidatie en bedreigingen naar cliënten aan de orde van de dag is. Niet verbazingwekkend overigens, de vorige werkgever van Meuwissen, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, is hiervoor ook al op de vingers getikt door de Ombudsman Rotterdam. Personeel van JBB spreekt al smalend over de puinhopen van Meuwissen, vrij vertaald naar een boek van Pim Fortuyn over 8 jaar paars kabinet.

Ook ketenpartners beginnen zich steeds meer en soms zelfs openlijk af te zetten tegen JBB en de daar vermeende expertise. Zelfs in de rechtszaal wordt JBB al steeds vaker afgeserveerd door experts en rechters. Worden door jeugdzorgwerkers onbegrijpelijke en onnavolgbare beslissingen voorgelegd in een poging het eigen gezichtsverlies te redden. Medewerkers lezen vooraf opgeschreven verklaringen voor en kunnen geen inhoudelijke vragen meer beantwoorden van rechters, Raad voor de Kinderbescherming en advocaten. In de antwoorden blijkt dat er geen enkele visie is op de actuele situatie of, erger nog, geen eens op de hoogte is van actuele situaties in gezinnen.

Brieven en mails aan cliënten worden steeds grimmiger en de leugens steeds grover. Het lijken de laatste stuiptrekkingen van een organisatie die niet op kwaliteit maar op basis van intimidatie zijn gezag wil laten gelden. Gisteren sprak ik met een gemeenteraadslid die mij een zeer zorgelijk verhaal vertelde over de wijze waarop gemeenten en JBB met elkaar lijken op te trekken: te kritische externe hulpverleners krijgen geen nieuwe contracten meer of worden niet meer door JBB ingeschakeld. Hierdoor zijn de gemeenten en JBB direct zelf verantwoordelijk voor de oplopende wachtlijsten en de daarmee oplopende zorgkosten in de jeugdzorg.

Als de gemeenten de problemen in de jeugdzorg echt wil aanpakken dan moet er direct gestopt worden met dergelijke ketencontracten en moet elke zorgverlener die beschikbaar is ingeschakeld kunnen worden. JBB moet niet meer op zoek naar wie hun verhaal en visie kan ondersteunen, nee ze moeten aan de slag met diegene die als eerste het dossier kan oppakken. Vervolgens moet de mening daarvan geaccepteerd worden als elke andere professional. Of gemeenten en JBB het ermee eens zijn of niet. Zoals aan gegeven worden te kritische hulpverleners door de jeugdzorgwerkers volledig genegeerd en huisartsen zelfs afgeserveerd als onbetrouwbaar en onkundig. Ook dit is de enige manier voor de jeugdzorgwerker om haar macht te laten gelden. Op het moment dat je dergelijke methoden nodig hebt toont men aan dat men geen kennis van zaken heeft en men niet geschikt is voor dit vak.

Maar voor René Meuwissen moet zo langzamerhand toch wel duidelijk worden dat hij de stem van cliënten niet meer kan gaan negeren. De geest is uit de fles en gaat er niet meer in terug. Dit is geen orkaan die overwaait, dit is een eeuwigdurende storm totdat hij zijn fouten gaat erkennen en gaat zorgen voor genoegdoening aan een ieder die onder zijn leiding schade heeft ondervonden. Schade die niet in een waarde is uit te drukken, omdat psychische schade namelijk nooit meer hersteld kan worden maar wel veel kosten met zich meebrengt. En de reactie van de Inspectie toont aan dat dit niet alleen in Brabant plaatsvindt maar a er over alle gecertificeerde instellingen soortgelijke klachten binnen komen. Ook voor hen geldt dat de geest uit de fles is. want ook van andere instellingen komen steeds meer bewijzen voor het falende beleid gebaseerd op intimidatie en machtsmisbruik. het wordt tijd voor een grote schoonmaak in de jeugdzorg en een aanpassing van het systeem.

Positie bestuurder Jeugdbescherming Brabant totaal onhoudbaar!

Dat het niet goed zit bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant wordt met de dag duidelijker. De instelling geeft een desolate indruk waarbij bestuurder en management aan het vechten zijn om hun eigen (persoonlijke) imago’s te redden. Dat duizenden kinderen en hun familieleden de dupe zijn van het jarenlange gebrek aan fatsoen en respect voor de democratische rechtsstaat door de handelswijze van bestuurder René Meuwissen lijkt ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen.

Sinds de publicaties van begin september over het falen van JBB in de case Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek, Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening, komt er dagelijks nieuwe informatie vrij over JBB. Informatie van nieuwe dossiers(inmiddels zijn het er meer dan 70!) die telkens nog schokkender zijn dan de al bekend zijnde dossiers, informatie over onderzoeken tegen JBB, informatie van gemeenten, advocaten, van (oud)medewerkers van ketenpartners en (oud)medewerkers van JBB zelf. Zelfs bronnen die dicht rondom de bestuurder en directie opereren geven aan dat zij zich herkennen in het zwartboek. Maar durven niet openbaar te spreken uit angst voor de reactie van de bestuurder en zijn kompanen!

Het beeld wat ontstaat is er één van een organisatie die als een totaal ongeleid projectiel opereert en waarbij de bestuurder als een ware anarchist zijn eigen regels bepaalt en zich niets aantrekt van de wet- & regelgeving die er in Nederland is vastgelegd. Om zijn eigen positie te beschermen is alles geoorloofd. Variërend van achterhouden van informatie, het in de doofpot stoppen van onderzoeken, smaad/laster, liegen in de rechtbank, het persoonlijk en in zijn bijzijn toelaten van liegen tegen zijn eigen klachtencommissie en intimideren van cliënten. Intimidatie is al jarenlang zijn handelsmerk. Op internet circuleert een brief van zijn hand waar geen enkel middel wordt geschuwd tegen mensen die gebruik maken van hun vrijheid van meningsuiting. De actie om ouders die mogelijk hebben meegewerkt aan het zwartboek rechtstreeks te benaderen is werkelijk waar ongehoord en gaat volgens diverse juristen in tegen elke grondrecht en privacy van de cliënten. Het is een absolute wanhoopsdaad van een bestuurder die de grip op zijn imperium kwijt is. Het handelen van René Meuwissen zou overigens een prachtige intimidatie scene geweest kunnen zijn uit de film ‘The Godfather’.

Zo is er alles aan gedaan om de vernietigende oordelen van de Inspecties over het falen van JBB in de case Baby Hannah in de doofpot te krijgen(de beerput gaat steeds verder open waarbij nieuwe publicaties op handen zijn), zijn er zorgwekkende signalen dat JBB onafhankelijke onderzoeken van de Nationale- en Kinderombudsman probeert te beïnvloeden, worden beleidslijnen in lopende dossiers continue gewijzigd ten einde cliënten onder druk te zetten, worden maatregelen genomen zonder toetsing door de rechter en worden lastige dossiers beëindigd om zo enige aansprakelijkheid en verplichte correctie te voorkomen. En nergens wordt ook maar iets gedaan aan de verplichte waarheidsvinding. In de komende weken zullen nog de nodige opzienbarende zaken uit meerdere dossiers toegevoegd worden aan het zwartboek. Alle zaken stapelen nu in een rap tempo op. De geest is uit de fles en gaat er ook niet meer in terug.

De positie van René Meuwissen is met alle feiten die bekend zijn geworden eigenlijk onhoudbaar geworden. Het is daarom onbegrijpelijk dat de Raad van Toezicht, onder leiding van de Financieel directeur van het LUMC Gerard van Loon, niet ingrijpt en Meuwissen laat doorgaan. Het toont de wijze waarin Meuwissen, op bijna Noord Koreaanse wijze zijn imperium bestuurt en bewaakt. Het is bijna niet voor te stellen dat de voorzitter van de Raad van Toezicht zijn persoonlijke carrière op het spel lijkt te zetten om René Meuwissen de hand boven het hoofd te houden. Een toezicht houder overigens die in gesprekken over JBB zich beroept op de keukentafelervaringen van zijn vrouw, toevallig ook jeugdzorgwerker, en deze N=1 ervaringen afzet als hoe de jeugdzorg in elkaar zit. Een toezichthouder die de Jeugdwet niet kent en bij de wettelijke waarheidsvinding van artikel 3.3.JW zelfs glashard betwijfeld of dit wel in de wet staat. Het is lastig zo’n toezichthouder nog serieus te nemen.

René Meuwissen (63) komt over als een beminnelijke man, de lieve zachte opa die bescheiden op de achtergrond wil blijven. Als bestuurder probeert hij bij dossiers buiten beeld te blijven om zo te voorkomen dat hij verantwoordelijk, lees aansprakelijk, gesteld kan worden voor de handelingen van zijn pionnen op de werkvloer. Met deze werkwijze lijkt hij de ideale werkgever: zijn personeel krijgt veel vrijheid en verantwoordelijkheid. En om hun werk goed te doen stelt Meuwissen ruime beleidskaders vast. Kaders waarbij zij de wet mogen overtreden. Maar de verantwoordelijkheid die ze krijgen is slechts een afleidingsmanoeuvre om zo zelf buiten schootsveld te blijven. Loopt een dossier fout dan is de jeugdzorgwerker de dupe en wordt deze rücksichtslos geslachtofferd.

Binnen zijn organisatie heeft Meuwissen een aantal getrouwen om hem heen verzameld die zijn werkwijzen ondersteunen en zijn beleidslijnen uitdragen. Uiteraard de voorzitter van de Raad van Toezicht Gerard van Loon, regiodirecteur Miranda Dekkers en gebiedsmanagers Gerard Stoop en Mathi Schipper zijn de voornaamste met daaronder een keur aan JZW-ers die, vaak uit angst voor hun baan en de lange arm van Meuwissen, niet durven af te wijken van zijn beleidskaders. Ondanks de vele, vaak gegronde, klachten en overduidelijke overtredingen van wet- & regelgeving mogen/moeten zij onbelemmerd doorgaan in het mishandelen en beschadigen van kinderen en ouders die toch al kwetsbaar zijn. Op geen enkel moment is er enige zelfreflectie en wordt er nimmer de-escalerend gehandeld. De behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman, de handleiding hoe je als (semi) overheidsinstelling moet omgaan met de burger, wordt volledig genegeerd. Niet verwonderlijk dat toen de ombudsman aangaf het handelen van JBB naast deze handleiding te willen gaan leggen, er ineens druk werd uitgeoefend om het onderzoek een andere wending te geven. Zonder succes overigens.

Meuwissen kent een lang track record binnen de jeugdzorg. Hoe lang is niet duidelijk te krijgen, op social media is hij niet tot nauwelijks te vinden, en op internet zijn slechts wat flarden te zien van zaken waar hij bij betrokken is. Maar wel dat hij in 2014 zich al sterk bezig hield met het ondergeschikt maken van de werkelijke zorg aan het verdienmodel van de instellingen. Van recentere datum is zijn oproep om de klachtmogelijkheden voor cliënten in te perken en het rapport van de Ombudsman Rotterdam waarin JBRR, de voormalige instelling waar Meuwissen voor werkte, op de vingers getikt werd wegens intimidatie van cliënten. In de media weet Meuwissen vooral te melden hoe goed zijn mensen het moeilijke werk doen en dat als er iets is de schuld altijd bij een ander ligt. Nergens is er enige zicht op zelfkritiek over het eigen aandeel en handelen in het werk. Zijn club is fantastisch en foutloos!

Het inperken van de klachtmogelijkheden past natuurlijk volledig binnen de zienswijze van René Meuwissen. Een wijze waarop hij de rechten van cliënten wil inperken om zo ongestoord zijn imperium buiten elk zicht van controleurs te houden. Ook omdat hij van mening is dat gemeenten, ondanks dat zij betalen voor zijn zorg, van hem geen inzage mogen hebben in de voortgang van dossiers en zijn bedrijfsvoering. Indien noodzakelijk worden de gemeenten voorzien van onjuiste of onvolledige informatie of wordt informatie volledig verzwegen. Privacy is daarbij zijn toverwoord. Maar dat het onwenselijk is de klacht mogelijkheden in te perken blijkt wel uit de cijfers van JBB: meer dan 50% van de klachten wordt gegrond verklaard. Logisch dat je dan minder klacht mogelijkheden wil hebben voor de cliënten. Maar hij kan natuurlijk ook aan de kwaliteit gaan werken van zijn dienstverlening. Maar dan moet er betere mensen aangenomen worden en die laten zich niet leiden door een feodale leider als René Meuwissen.

De tik op de vingers van de Ombudsman Rotterdam is natuurlijk een gevoelige. Want hier is vastgesteld dat JBRR cliënten intimideerde. Het opzetten van een intimidatiecultuur lukt niet van vandaag op morgen. Daarvoor moet je een organisatie opzetten van vertrouwelingen die jouw handelswijze ondersteunen maar waarvan je ook als bestuurder moet weten dat ze te vertrouwen zijn. Dat kost even tijd. Het rapport van de ombudsman gaat gedeeltelijk over de periode dat Meuwissen al weg was bij JBRR, echter de mate waar in de intimidatie plaatsvond is onmogelijk op te zetten door de opvolger van Meuwissen in zo’n korte tijd.

De rol van Meuwissen is een gevaarlijke voor de hele jeugdzorg in Nederland. Want hij is niet alleen bestuurder van JBB maar ook vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. In deze functie schuift hij aan bij allerlei belangenclubs en op basis van zijn lange staat van dienst geniet hij een hoog aanzien in de jeugdzorgwereld. Hierdoor is hij in staat zijn werkwijzen breder uit te dragen en landelijk in beleidskaders onder te brengen. Hiermee de olievlek van zijn anarchistische bolwerk wijd verspreidend.

Het is zorgelijk dat hier nog nooit op ingegrepen is door de overheid. Daarom is het goed dat enkelen het nu aangedurfd hebben om Meuwissen en zijn club aan te spreken op de schade die hij in de afgelopen jaren heeft aangericht.

Meuwissen is inmiddels verworden tot de vis die op het droge aan het spartelen is, aangeschoten wild! Die de grip verliest op zijn imperium. Die vanuit zijn eigen achterban de vragen krijgt hoe dit allemaal mogelijk is en hoe het kan dat alles wat hij de jeugdzorgwerkers heeft voorgehouden kennelijk toch anders is. Dat hij druk bezig om is zijn eigen imago en dat van JBB op te poetsen blijkt wel uit de opdracht die hij intern heeft gegeven na de negatieve publiciteit over Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek: het werd tijd dat JBB positief in het nieuws kwam! Enkele dagen later verscheen er een spoed vacature voor een nieuwe communicatie medewerker. Het zal u dan ook duidelijk zijn dat bestuurder en woordvoerder kennelijk een andere visie hadden over wat er dan gebracht kon en moest worden.

Er moet schoon schip gemaakt worden bij JBB, dergelijke bestuurders en medewerkers horen niet thuis in de jeugdzorg. Kinderen en ouders die aan een GI worden toevertrouwd moeten er er meer dan 100% van op aan kunnen dat hun belangen gewaarborgd zijn, dat ze de beste hulpverlening krijgen en dat hun wettelijke grondrechten gerespecteerd worden. Dat GI’s eerlijk zijn en zich inderdaad aan de waarheid houden. Dat JZW-ers zich beroepen op feiten in plaats van hun eigen visies die ze nergens toetsen of wetenschappelijk niet onderbouwen. Daarom moeten de rotte appels uit de JBB mand geschud worden. En moeten de JZW-er zichzelf gaan afvragen of zij nog wel geschikt zijn voor hun werk, of ze zichzelf wel in de spiegel kunnen aankijken zonder dat hij barst van de vele leugens en hoeveel kinderen ze onrecht hebben aangedaan door ze weg te houden bij een ouder, opa’s en oma’s en broers of zusters! En elke jeugdzorgwerker die een contactverbod heeft gevraagd of ondersteund dient per direct op stappen omdat dat nooit in het belang van een kind is! Dergelijke pseudo psychologische prutsers horen niet thuis in de jeugdzorg!

Ik kan Meuwissen, en zijn getrouwen van Loon, Dekkers, Stoop, en Schipper nu maar 1 advies geven: hou de eer aan jezelf en stap zelf met onmiddellijke ingang op. Jullie falen en handelen wordt langzaam aan bloot gelegd en uiteindelijk zal dit ook voor jullie leiden tot een onhoudbare positie binnen de jeugdzorg. Met verstrekkende gevolgen van dien omdat naast bestuursrechtelijke feiten er ook nog juridisch strafrechtelijke feiten zijn gepleegd die hoe dan ook op enig moment op jullie bordje gaan komen.

De partijdigheid van de JZW-er blootgelegd

Als ervaringsdeskundige ten aanzien van het falen van de Jeugdzorg in Nederland word ik regelmatig gebeld en gemaild door mensen die ten einde raad zijn. Zo kwam ik begin dit jaar in contact met een moeder bij wie de twee kinderen met medewerking van JBB weggehouden zijn bij hun moeder.

Aan de telefoon gaf ze aan dat een zekere L.M. haar jeugdzorgwerker was. Toevalligerwijs ook mijn JZW-er, en mijn interesse was direct gewekt. Ik heb voor enkele dagen later een afspraak gemaakt. Het gesprek met deze moeder leverde mij een hele middag niet alleen maar deja vu gevoelens op maar ook een grote rij van trieste herkenningen. Ik heb haar verhaal aangehoord wat ze gelijktijdig onderbouwde met duidelijke  bewijzen.

“Bovendien heb ik zelf(bijzonder curator)ervaren dat de voogd(L. M.) die hierbij betrokken was teveel in het kamp van vader is gezogen.”

Dit is ook gelijk mijn werkwijze. Ik wil elk verhaal aanhoren maar pel vervolgens de emotionele schil van het conflict er van af om zo tot de kern van het verhaal te komen en me te richten op de feiten. En die feiten moeten met bewijzen onderbouwd kunnen worden. Ik neem niets zomaar aan en zal geen enkele mening als feit vastleggen als het niet is aangetoond. Als een JZW-er iets stelt in het dossier dan wil ik daarvan ook de bewijzen zien danwel het tegenbewijs ter ondersteuning van de ontkenning. Daarnaast wil ik de vrijheid hebben die bewijzen op echtheid te kunnen toetsen. De adviezen die ik vervolgens geef zijn gericht op wat het in het belang is van de kinderen en de betreffende ouder(s). Een werkwijze waar ik wel eens van denk: dat zouden de jeugdzorgwerkers ook eens moeten doen. En alles wat niet met bewijzen onderbouwd wordt direct opzij leggen en die ouder schriftelijk manen alleen nog maar met feiten te komen. Maar helaas is dat voor de gemiddelde jeugdzorgwerker te hoog gegrepen.

In het kamp van vader gezogen

Terug naar het dossier. Ik heb het volledige dossier in de afgelopen periode bestudeerd en kwam hier een aantal opvallende zaken tegen. Ondertussen heb ik de moeder bijgestaan in de opstart van de nodige procedures tegen de GI.

De betreffende moeder had een lang en zeer vervelend traject met de JZW-er L. M. Er is zelfs extern vastgesteld dat er getwijfeld mag worden aan de neutraliteit van de JZW-er. De bijzonder curator(BC), die door de rechtbank was aangewezen voor dit dossier, stelde in haar rapport aan de rechtbank vast: “Bovendien heb ik zelf(bijzonder curator)ervaren dat de voogd(L. M.) die hierbij betrokken was teveel in het kamp van vader is gezogen.”

Jezelf als JZW-er dan op gelijke hoogte zetten met een NIP geregistreerde psycholoog toont een zeer grote hoogmoedswaanzin.

Ik zal het volgende voorbeeld hierbij geven: in de aanvangsfase van dit dossier heeft  de vader aan de JZW-er L. M.  de wens uitgesproken dat de kinderen naar hem zouden moeten komen en dat zij daar hoofdverblijfplaats zouden moeten krijgen.  Zonder duidelijke aanleiding is de JZW-er het spoor van vader gevolgd. Zij neemt contact op met de advocaat van vader, om gezamenlijk het verzoekschrift voor te bereiden.  Op basis van de aanwezige correspondentie is direct duidelijk dat de JZW-er inderdaad niet neutraal is. Zij stelt de argumenten voor deze UHP op voor de advocaat van vader. Vervolgens adviseert ze  de advocaat van vader om het verzoek zelf in te dienen omdat dat ‘veiliger’ is: dit geeft meer kans van slagen en JBB zou achterover kunnen leunen.

Een ander opvallend punt in dit dossier is onder andere  een RITAX waarin wordt gesteld dat moeder aan borderline zou lijden. Deze conclusie wordt zonder brondocument en verder onderzoek door L.M. vastgelegd in het dossier en komt telkens weer terug.  Moeder is nimmer gediagnosticeerd als borderlinde patiënt. Het blijkt de mening van vader te zijn die door L.M. als feit is vastgelegd. Het is voor moeder een zeer lastig punt: telkens wordt ze geconfronteerd met deze diagnose die niet gesteld is en haar op achterstand zet in haar strijd om haar kinderen en rechten. Hiermee is duidelijk dat de wettelijk verplichte waarheidsvinding bij L.M., en daarmee bij JBB, niet nageleefd wordt. Het zou JBB sieren als zij per direct deze diagnose zouden verwijderen en daarna het complete dossier opnieuw  laten beoordelen door een externe professional met de vraag of, zonder deze onterechte diagnose van borderline, de juiste beslissingen genomen zouden zijn.

Een goede JZW-er laat de conclusies over aan de professionals en gaat aan de slag met de adviezen in plaats van zelf als amateurpsycholoog te gaan spelen.

In het zelfde rapport van de BC, die overigens een psychologische achtergrond heeft met kennis van OVS, wordt gesteld: “Het is niet direct in het belang van de kinderen dat zij de vaste verblijfplaats bij de vader krijgen.”  Elders stelde de BC ook vast dat “vader niet in staat was om weerwoord te bieden aan de kinderen en op één lijn te gaan zitten met de moeder. Hierdoor was duidelijk dat de kinderen de vader emotioneel chanteerden (en andersom) en  de dienst uitmaakten. “

Dergelijke conclusies tonen aan dat er bij vader geen stabiele en goede basis is voor een gezonde opvoeding met een vast verblijf en een bron voor OVS. De rechter neemt het rapport over en beveelt uitvoering te geven aan het rapport. De rechter geeft daarbij aan dat er onderzoek moet komen naar OVS. Desondanks blijft L.M. vast houden aan de ingezette lijn dat de kinderen naar vader moeten. Met het rapport van de BC gebeurt niets. De conclusies van de BC worden weggestreept tegen de bevindingen van L.M. om zo de eigen mening en beleidslijn te vergoelijken en te blijven volgen. Hiermee plaatst L.M. zich op gelijke hoogte met de BC qua positie, qua kennis en expertise. De BC is een  NIP geregistreerde psycholoog terwijl L.M. niet meer en minder is dan een JZW-er zonder verder aantoonbare kwalificaties. Jezelf dan op gelijke hoogte zetten met een geregistreerde psycholoog toont een zeer grote hoogmoedswaanzin met kennelijk als enig doel: je eigen zin doordrijven. Een goede JZW-er laat de conclusies over aan de professionals en gaat aan de slag met de adviezen in plaats van zelf als amateurpsycholoog te gaan spelen.

De zogenaamd verzonden brief

Een ander opvallend punt in dit dossier is een al dan niet verzonden brief door L.M. aan de rechtbank. Er is een zitting geweest waarin een rapport van een externe deskundige besproken is en waarvan de rechter van mening was dat hier wat mee diende te gebeuren.  Op enig moment vraagt moeder bij L.M. naar de stand van zaken. Ze krijgt geen bevredigend antwoord van L. M.  Ze vraagt daarna of L. M. het proces verbaal van de zitting wil opvragen waarin het rapport van de deskundige besproken is en de rechter L. M heeft aangegeven de opmerkingen van de deskundige serieus te nemen.  L.M. zegt toe maar doet wederom niets. Na een tweede verzoek geeft L. M. aan dat zij een brief zal sturen aan de rechtbank met het verzoek voor een proces verbaal. De moeder blijft wachten en krijgt vlak na haar derde(!!) verzoek te horen dat de rechtbank alleen een proces verbaal verstrekt als er een hoger beroep wordt aangetekend. En u raadt het al: door het wachten van L. M. is de beroepstermijn verstreken en kan er geen hoger beroep meer ingediend worden en dus ook geen proces verbaal opgevraagd worden. Hiermee de burgerrechten van een belanghebbende negerend.

Moeder laat het er niet bij zitten en belt de rechtbank. De rechtbank ontkent een brief te hebben gehad van L. M. of de GI met het verzoek tot een proces verbaal.  Daarna handelt deze moeder heel voorzichtig en uiterst slim: ze vraagt aan L. M de brief op. Na enig aandringen krijgt de moeder de brief toegezonden. Het blijkt een word document te zijn.  Een document zonder briefhoofd en ondertekening. Moeder  wordt in de waan gelaten dat de brief verstuurd is. Maar het bleef aan haar knagen. Ze voelde dat er iets niet klopte. Echter toen ik het document onder ogen kreeg en ging bestuderen viel mij iets op: de datum van de brief week totaal af van het moment dat het document voor het eerst was aangemaakt. Het document is voor het eerst aangemaakt op 6 juli 2016 terwijl de brief is gedateerd op 17 mei 2016 ongeveer 6 weken daarvoor. Bij verdere bestudering van de documenteigenschappen bleek dat de brief zelfs nog nooit was afgedrukt. Het document was 9 minuten voordat hij naar moeder werd gemaild  pas gemaakt. Een mooier staaltje van misleiding kun je niet bedenken en een duidelijk signaal dat de brief inderdaad niet verzonden was aan de rechtbank zoals door de rechtbank al eerder bevestigd. CSI was hierbij niet nodig. We kunnen dan ook niet anders vaststellen dat L. M. in dit geval gelogen heeft tegen de moeder. In een eerder blog heb ik al aangegeven dat de gebiedsmanager G.S. van JBB zegt dat hij problemen heeft als zijn mensen liegen! Nou hier heb je er een. Met de vraag wat gaan jullie aan de liegende  L. M. binnen JBB doen?

(NB Ik heb nadat het dossier bij mij binnen kwam navraag gedaan bij de betreffende rechtbank over het beleid rondom het verstrekken van een  proces verbaal. Dit leverde het navolgende antwoord op: “Indien er een Hoger Beroep wordt ingediend wordt er automatisch een proces verbaal uitgewerkt. Indien één van de direct betrokkenen zwaarwegende reden heeft om een proces verbaal te krijgen dan kan hiertoe een verzoek ingediend worden. Het is dan aan de rechtbank te bepalen of het proces verbaal beschikbaar wordt gesteld.” Het antwoord van L.M. aan moeder is dus gedeeltelijk bezijden de waarheid en heeft er alle schijn van dat L.M. bewust wilde voorkomen dat het proces verbaal beschikbaar zou worden gesteld. De rechtbank heeft in dit geval het proces verbaal alsnog beschikbaar gesteld.. L.M. had het proces verbaal dus ook gewoon kunnen verkrijgen.)

Klacht- en tuchtprocedure

De kinderen zijn desondanks, en tegen het advies van de BC, toch definitief bij vader geplaatst op verzoek van JBB. Vader heeft elke poging tot hulpverlening gesaboteerd, onder toezicht van JBB. En na 2 jaar is de OTS beëindigd zonder resultaat. Moeder staat zonder kinderen. Er is niet eens een eindgesprek geweest met moeder. Moeder houdt zich sterk en is bezig met het verwerken van het (inmiddels opgelopen) trauma. Er wordt (ook) in dit dossier door  een externe partij onderzoek gedaan. Er loopt nog een klachtenprocedure bij de GI en de voorbereidingen voor een tuchtprocedure worden opgestart. Ook in die procedures kan moeder op mijn steun blijven rekenen..  Daarnaast zou een excuses van L.M. en het door haar aanvaarden van elke aansprakelijkheid voor de nadelige  gevolgen  die moeder ondervindt  nu zij onterecht heeft vastgelegd dat moeder aan borderline zou lijden, een stapje kunnen zijn om moeder te helpen bij het verwerken van haar trauma.

De pion in het schaakspel

En L.M.? Moeder heeft klachten geuit over het vele falen en het vertrouwen in L.M. opgezegd. Na heftig tegenspartelen is door de gebiedsmanager M.S. uiteindelijk, na 3 maanden strijd, L.M. van het dossier afgehaald. Hiermee lijkt L.M. de pion geworden die geofferd is in het schaakspel tussen moeder en de GI omdat haar falen en partijdigheid niet meer ontkend konden worden. Partijdigheid die door de BC in haar rapport feilloos is bloot gelegd.

Onder de nieuwe JZW-er veranderde er niets in de bejegening van moeder. Kennelijk moest de geofferde pion L.M. nog gewroken worden waarbij de belangen van de kinderen volledig uit het oog verloren zijn gegaan bij de GI.

Het is triest dat iemand als L. M. op een dergelijke functie kan blijven zitten. Ze is in meerdere dossiers betrapt op liegen en verdraaien van feiten. Er zijn zelfs externe deskundigen die niet meer met haar willen communiceren. Er loopt zelfs een aangifte tegen haar wegens smaad. Desondanks laat René Meuwissen, bestuurder van JBB haar zitten. Het lijkt erop dat zij de vuile klusjes van hem en zijn regio directeur Miranda Dekkers moet opknappen. Anders kan je het niet bedenken. Ze is inmiddels in een dusdanige positie geduwd dat ze aangeschoten wild is en alleen nog maar fouten kan maken. Ze is de lokeend die de aandacht moet afleiden van het falen van het grote opperhoofd. En als ze uiteindelijk de onvergefelijke fout maakt dan wordt ze keihard afgeserveerd door Meuwissen en laten ze haar waarschijnlijk keihard vallen.  Het is haar lot: het lot van een pion in het schaakspel van Meuwissen. Hij vergeet daarbij 1 ding: met kinderlevens speel je niet!

Als Meuwissen een echte manager is die een goed hart heeft voor de kinderen en zijn medewerkers dan beseft hij dat hij L.M. niet kan laten lopen als aangeschoten wild. Niet in het belang van L.M zelf maar ook niet in het belang van die kinderen. Ze staat door alle procedures tegen haar onder een dusdanige druk  dat ze niet meer vrij kan handelen in die dossiers. Ieder weldenkende manager kan dat beseffen en zou zijn medewerker in bescherming nemen en haar van haar werkzaamheden vrijstellen. Maar niet René Meuwissen. Dit toont aan dat het bij Meuwissen niet meer gaat om de kinderen maar het overeind houden van zijn imperium. Maar dat imperium staat op wankelen. Er zijn talloze dossiers binnen JBB waar veel mis is. Cliënten verenigen zich en zullen niets meer zomaar aannemen en gaan hun rechten opeisen.  In dat opzicht weet ik dat het voor Meuwissen en heel JBB een hele hete herfst  gaat worden.

Jaarverslagen GI’s/Zorgen om klachtcijfers JBB

Naar aanleiding van mijn blog van gisteren over het jaarverslag van JBB heb ik de nodige reacties gehad van lezers over de verplichtingen van een  GI betrekking tot het bekend maken van hun cijfers. En hoe het met andere GI’s zit ten aanzien van hun informatie en jaarverslagen. Tevens nog een aanvulling op mijn visie ten aanzien van de klachtcijfers van JBB.

Elke GI heeft de verplichting om hun jaarverslagen aan te melden bij het ministerie van VWS. Er is daar een portal waar men de informatie kan uploaden en kan terug vinden. Hier kan iedere burger zoeken naar de gegevens van zijn of haar GI. Daarnaast dient iedere GI ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Ook hier hebben ze een publicatieplicht maar deze geldt alleen voor het financiële jaarverslag. Ook hier kun je, tegen betaling, inzage krijgen in de financiële cijfers van de GI. In hoeverre de GI’s de verplichting hebben om een verslag openbaar te plaatsen op hun website is mij niet bekend.

Kwaliteit sommige verslagen ronduit slecht en soms heel oud

Toen ik op onderzoek zoek was bij de 15 GI’s die zijn aangesloten bij Jeugdzorg Nederland was dat wel even schrikken. De jeugdzorg in Nederland is een behoorlijk gesloten bolwerk die niet graag inzage lijkt te willen geven in hun resultaten. In een aantal gevallen was het verslag zo te vinden, maar bij de meesten koste het wel even tijd en kan me indenken dat iemand die dat niet dagelijks zoekt het ook niet zomaar even kan vinden. Daarnaast waren in een aantal gevallen de laatst gepubliceerde verslagen van 2015 of 2016. Onderaan deze blog heb ik de links gezet naar de meest actuele jaarverslagen die er zijn van de verschillende GI’s.

Maar ook de kwaliteit van de verslagen is soms ronduit triest. In sommige gevallen is de verantwoording op de site niets meer en minder dan een leaflet met wat ze doen en hoe goed ze het dan doen, nauwelijks enige cijfers over hun performance en geen financiële verantwoording. JBRA spant wat dat betreft wel de kroon met een uitgebreide presentatie waar niet 1 cijfer naar voren komt over hun performance.

Maar het lijkt me als GI, die betaald wordt en leeft van gemeenschapsgeld, wel het minste wat ze kunnen doen: jezelf verantwoorden aan de gemeenschap. En doe dat dan niet op sneaky plekken op je website, het kost soms echt heel wat zoekwerk om een jaarverslag te vinden, maar maak te allen tijde een menuknop ‘over ons’ en maak daar een submenu met ‘jaarverslag’.

Mijn blog was mij niet te doen om JBB op voorhand al aan de schandpaal te nagelen. Maar ik was gewoon benieuwd naar de resultaatontwikkeling. Ik had daarvoor eerder al het jaarverslag 2016 bekeken. Maar bij het lezen van 2017 en de opmerking over het lagere aantal klachten was mijn aandacht getrokken en heb toen ook de versie 2016 er nog eens bij gepakt. Hierdoor merkte ik dat er dingen niet klopten en ben eens verder gaan lezen en rekenen.

Echt belangrijke resultaten ontbreken

Overigens verdient JBB wel een compliment. Er zijn maar heel weinig GI’s in Nederland die op een dergelijke uitgebreide manier zichzelf verantwoorden, ook al is het een opgepoetst plaatje voor de buitenwereld. Want de echt belangrijke resultaten staan er niet in (bij geen enkele GI overigens): in hoeveel procent van de dossiers de vooraf gestelde doelen zijn gehaald en in hoeveel procent van de dossiers de doelen niet zijn gehaald en een OTS zonder resultaat is beëindigd. Dit lijken me juist cijfers die van belang zijn voor de gemeenten om te sturen ten aanzien van de inkoop van  de hulpverlening in de eigen omgeving.

Een jaarverslag moet dan ook een duidelijke verantwoording zijn over de ontwikkeling van de GI. Los van de complete financiële jaarcijfers, inclusief de WNT melding over de bezoldiging van de bestuurders, moeten daar ook minimaal de volgende punten in terug komen:

  1. De ontwikkeling van het aantal dossiers, de bereikte resultaten binnen de dossiers
  2. Totaal aantal maatregelen die zijn uitgevaardigd
  3. Hoeveel wisselingen van JZW-ers er zijn geweest in de dossiers en de redenen voor de wisselingen
  4. Het totaal aantal verzoeken naar de rechtbank toe met daarbij aantal toegewezen, afgewezen of aangehouden verzoeken en de beroepen hiertegen
  5. De ontwikkeling van het aantal klachten
  6. De resultaten van de klachtbehandelingen met bij voorkeur een eigen verslag van de klachtencommissie
  7. De wijze waarop gegronde klachten zijn afgehandeld en welke maatregelen genomen zijn
  8. Hoeveel klachten zijn op andere manieren voorgelegd zoals bij de Ombudsman en SKJ-tuchtrecht en wat zijn de uitkomsten hiervan.
  9. De betrokkenheid van de cliënten in de GI
  10. Sociaal jaarverslag wat inzicht geeft in het personeelsverloop, ziekte verzuim etc.
  11. Welke kwalificaties zijn er bij het personeel en welke extra opleidingen of personeel hebben gevolgd in enig jaar.

Waar het om gaat is dat er duidelijkheid gegeven gaat worden zodat gemeenten en de rechtspraak weten met wie ze te maken hebben. Ik kan me heel goed indenken dat een wethouder geen zorg gaat inkopen bij een GI waar ruim 90% van de gegrond verklaarde klachten gaat over de bejegening van de cliënten, waar het slecht gesteld staat met de professionaliteit van de jeugdzorgwerker en  de rechten van de cliënten slecht geborgd zijn. Maar ook niet bij een GI waar bijvoorbeeld meer dan 10% van de dossiers zonder dat de beoogde doelstellingen beëindigd wordt. Het zou goed zijn als het Ministerie van VWS voorwaarden gaat stellen aan de GI’s waaraan de jaarverslagen moeten voldoen en een publicatieplicht op hun eigen site verplichten.

Maatwerk

Met betrekking tot de opleidingen moet er meer inzicht komen in wat de medewerkers voor achtergronden en kwalificaties ze hebben. De rechter moet weten of een GI wel kennis en ervaring heeft van OVS of kinderen die bijvoorbeeld gedialyseerd moeten worden of Autisme of ADHD hebben. Als die specifieke kennis niet aanwezig is dan heeft doorverwijzing naar die GI geen zin. De ervaring nu leert dat elke GI vecht om de dossiers zolang mogelijk vast te houden ook al ontbreekt het aan de specialistische kennis voor een dossier. Want een dossier is geen standaard pakket maar is maatwerk. En daar hoort geen algemene medewerker bij maar een specialist.

Voortbordurend op dat punt blijkt steeds meer dat het systeem van de GI’s als zodanig is achterhaald. Het past niet in de transitie van de zorg waarbij de zorg lokaal georganiseerd moet worden terwijl de GI’s landelijk of regionaal werken. Wat we ook zien is dat de GI’s het  “niet vanzelfsprekend vinden dat ze de beschikkingen naleven”. Gevolg is dat ze volledig eigenwijs de beslissingen van de rechter en de adviezen van de raad of de reclassering naast zich neer lijken te leggen en zelf alle onderzoeken nog eens dunnetjes over doen.  Hiermee wordt zeer veel geld, maar bovendien kostbare tijd in een kinderleven vergooit. Daarnaast is zorg steeds meer maatwerk. In combinatie met de transitie lijkt het zinvoller en efficiënter dat de gemeenten zorg draagt voor de complete afwikkeling van de dossiers. De rechter verwijst een dossier naar de gemeente en die voert onverkort, zonder eigen interpretaties, de beschikkingen uit. Het kan en mag niet zo zijn dat als de rechter op advies van de raad zegt we gaan naar links dat de jeugdzorgwerker zonder blikken of blozen zegt: nee hoor ik ga naar rechts.

Zorgen om klachtcijfers JBB

Na bestudering van alle jaarverslagen, voor zover beschikbaar, ben ik de cijfers over de  klachten bij JBB ook nog in een ander perspectief gaan bekijken: het heeft mijn zorgen over de performance van deze GI enorm laten toenemen. Niet alleen in het absolute totaal aantal klachten staat JBB bovenaan, ook met 56% van de klachten die als gegrond verklaard zijn staan zij eenzaam aan de top. In mijn eerste Quick Scan heb ik geen enkele GI gezien die ook maar in de buurt komt van deze cijfers. En bij geen enkele GI zijn er zoveel gegrond verklaarde klachten over zaken als houding en bejegening, professionaliteit en  het omgaan met de belangen en rechten van de cliënten. Dit zijn voortekenen die duiden ongewenste cultuur van machtsmisbruik en intimidatie. Met een rapport van de Ombudsman Rotterdam, eerder dit jaar, in het hoofd waarin bij JBRR erop is aangesproken dat zij cliënten intimideerden, en wetende dat de oud bestuurder van JBRR nu bij JBB de scepter zwaait, bekruipt mij een angstig gevoel voor een ieder die met JBB te maken heeft. En worden de signalen die ik krijg steeds meer duidelijk en herkenbaarder als patroon in plaats van als incident.

Overzicht GI’s en hun jaarverslagen

 

GI link opmerking
Bureau Jeugdzorg Limburg Jaarverslag 2017  
De Jeugd & Gezinsbeschermers Jaarverslag 2016 2016(!) is het laatste verslag. Voor 2017 is wel de accountantsverklaring gepubliceerd meer zonder cijfers
Jeugdbescherming Brabant Jaarverslag 2017 uitgebreide jaarrekening ontbreekt.
Jeugdbescherming Gelderland Jaarverslag 2016

Jaarrekening 2016

2016 is het laatst gepubliceerde verslag. Jaarverslag en Jaarrekening worden apart gepubliceerd
Jeugdbescherming Noord Jaarverslag 2016 2016(!) laatst gepubliceerd. Geen financiële verantwoording te vinden
Jeugdbescherming Overijssel Jaarverslag 2017 Geen financiële verantwoording te vinden
JBRA Jeugdbescherming Amsterdam Jaarverslag 2017 Een knappe brochure echter zonder enige verantwoording over de ontwikkeling in dossiers, klachten, financiën etc. een schaamteloze zelfbevlekking van deze organisatie
JBRR Jeugdbescherming Rotterdam.Rijnmond Jaarverslag 2015

Jaarrekening 2015

Laatste verslagen dateren van 2015. Geven nauwelijks inhoudelijk cijfers Ronduit schandalig dat er geen verantwoording wordt afgelegd. Werk aan de winkel voor gemeentes die met deze GI werken.
Jeugdbescherming West Jaarverslag 2017 Leaflet van 2 pagina’s zonder enige inhoud en verantwoording, zelfs het verslag van 2016 was nog beter!
Leger des Heils Jaarverslag 2015 Laatste verslag wat gepubliceerd is dateert van 2015(!!) zeer summier: geen financiële verantwoording, geen inzicht in dossierverloop en klachten
Regiecentrum Bescherming & Veiligheid Jaarverslag 2017 Zeer summier verslag
SAVE Samen Veilig Midden Nederland Jaarverslag 2017 Geen financieel verslag. Wel goed een uitgebreid zelfstandig verslag van de klachtencommissie
Stichting Intervence Jaarverslag 2017 1 pagina met alleen wat algemene cijfers schril contrast met het verslag van 2016. Opvallend er zijn op de site 2 pagina’s met jaarverslagen die niet gelijk zijn met elkaar!
William Schrikker Groep Jaarrekening 2017 Alleeen een jaarrekening met de financiele verantwoording. Er wordt dus geen enkel inzage verleend in de dossierontwikkeling, klachtenprocedures etc.
Jeugd Veilig Verder Jaarverslag 2017 Helemaal niets gepubliceerd alleen een vage belofte dat te gaan doen.