Besluit Inspectie G&J: arrogantie of andere krachten?

Vrijdag 26 oktober werd de Stichting (H)erken Ouderverstoting door een journalist geïnformeerd over het besluit van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd dat er geen onderzoek gaat plaatsvinden naar de misstanden bij Jeugdbescherming Brabant(JBB). Eind september hebben 18 gemeenten uit West Brabant, ondersteund door meerdere gemeenten uit Oost Brabant, de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd een verzoek gedaan om dit onderzoek. Dit nadat er een zwartboek is gepubliceerd waarin de misstanden bij deze GI werden blootgelegd. Het verzoek tot onderzoek werd “ondersteunt” door de bestuurder van JBB. De gemeenten hebben al laten blijken niet blij te zijn met het antwoord van de Inspectie en graag het gesprek aan te willen gaan. Ook de Stichting HOVS en de betrokken ouders willen graag het gesprek met de Inspectie aangaan, echter de stichting heeft tot de dag van vandaag nog helemaal niets vernomen van de Inspectie.

Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. Dat lijkt bij deze Inspectie niet het geval.

Zwartboek

De misstanden werden bloot gelegd in een zwartboek. De rode draad in het zwartboek komt er met name op neer dat beschikkingen van rechters niet uitgevoerd worden, hulpverlening niet wordt opgestart, adviezen van professionals en Raad voor de Kinderbescherming genegeerd worden, er geen of nauwelijks communicatie plaatsvindt, ouders geïntimideerd worden, er niet aan waarheidsvinding gedaan wordt, (kern)beslissingen genomen worden zonder deze te toetsen bij de rechter, wet- & regelgeving niet gevolgd worden, afspraken geschonden, dossiers niet op orde zijn, medewerkers onbereikbaar zijn en er is geen evenredigheid in de contacten tussen GI en cliënten.

Reactie Stichting HOVS op afwijzen onderzoek door Inspectie

Kamervragen over zwartboek

Een kleine maand later heeft de inspectie aan de gemeenten laten weten dat zij vooralsnog geen aanleiding zien om onderzoek te gaan doen naar JBB. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat de Inspectie van mening is dat zij het aantal klachten en de inhoud van de klachten niet bepalend vindt om een onderzoek te doen. Andere bronnen, welke zijn onbekend, zijn hier mede bepalend in. Tevens is een lopend onderzoek door de Nationale Ombudsman naar het dossier van de samensteller een reden voor het niet opstarten van een onderzoek. Ook het feit dat JBB net door het Keurmerk is getoetst en zijn nieuwe certificering heeft gekregen is een reden om geen onderzoek op te starten omdat volgens de Inspectie de GI voldoet aan alle vereisten door verkrijging van de certificering. De GI gaat af op een mondelinge terugkoppeling van het Keurmerkinstituut, het formele rapport is nog niet afgerond. De Inspectie weet dus niet op welke punten de GI wel of niet goed scoort. Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten.

Argumenten boterzacht

We zijn dan ook heel benieuwd welke bronnen de Inspectie heeft gebruikt en hoe die zich verhouden tot het aantal en de inhoud van de klachten. Eén van de andere redenen is ook het nog lopende onderzoek bij de Nationale- & Kinderombudsman. Echter dit onderzoek betreft slechts 1 dossier en is een procesanalyse van dat specifieke dossier. Omdat dit onderzoek zich slechts richt op 1 dossier is het voor JBB relatief eenvoudig om, bij een negatieve uitkomst, dit als een incident af te doen, de betreffende jeugdzorgwerker te slachtofferen en als organisatie de handen in onschuld te wassen en wederom, voor de zoveelste keer, beterschap te beloven. Het zwartboek bestaat uit 30 dossiers en toont een causaal verband aan tussen de werkwijzen in de verschillende dossiers. Het negeren van die signalen door de inspectie is zorgelijk en doet onrecht aan alle ouders en betrokken kinderen die hebben meegewerkt aan het zwartboek. De keuze van de Inspectie brengt direct deze ouders en kinderen in gevaar omdat de rancune en frustratie van JBB op wat er gaande is van elke mail en brief die ze versturen af spat.

Maar de meest opvallende reden is dat het Keurmerkinstituut net JBB ge-audit heeft en dat er een nieuwe certificering is afgegeven. Wanneer die audit heeft plaatsgevonden en of de klachten die in het zwartboek staan zijn meegenomen in die audit is niet bekend. Het lijkt er hiermee op dat de Inspectie geen onderzoek wil, de klachten als vervelend beschouwd, zelf wil bepalen wat ze wel en niet onderzoeken en hiermee klagende burgers en gemeenten arrogant opzij zet. De argumenten van de Inspectie zijn dan ook boterzacht.

Opvallend was dat Meuwissen 2 weken voor publicaties al door de Inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie.

Totaal onaanvaardbaar

Dat het goed mis zit bij de GI blijkt wel nu er in de afgelopen maanden in meerdere dossiers rechters JBB ontslagen hebben als toezichthouder in de OTS en belanghebbende, omdat ze geen hulpverlening hebben opgestart, oplossingen verder uit beeld zijn gekomen of de belangen van de kinderen niet (juist)hebben behartigd. De beslissing van de Inspectie is des te vreemder omdat diezelfde Inspectie op 21 augustus de handelswijze van JBB in het dossier rondom Baby Hannah totaal afkraakt. Het aantal tekortkomingen in de primaire processen is aanzienlijk en een aantal daarvan hebben zelfs tot verwondering geleid. Het ontbreekt aan voldoende afstemming, informatie uitwisseling en gezamenlijke besluitvorming. Risico’s worden verschillend getaxeerd en hierover wordt geen overleg gezocht. Continuïteit is onvoldoende en medewerkers zijn onervaren.

Het is de Stichting HOVS dan ook totaal onduidelijk op welke argumenten al deze besluiten zijn gebaseerd. De Inspectie heeft de stichting hierover ook niets laten weten. Er is zelfs totaal niet op het zwartboek, laat staan op de brieven en mails nadien, gereageerd. Als overheidsinstelling ben je verplicht om binnen afzienbare tijd te reageren naar de burger die je benaderd. Kennelijk is deze regel niet bekend bij de Inspecteur-Generaal en haar medewerkers. De stichting heeft het besluit van de Inspectie via de media moeten vernemen. Totaal onaanvaardbaar!

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst.

Bom onder stelsel

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst. Maar het toont ook aan dat het huidige systeem totaal onwerkbaar is en enige intrinsieke motivatie tot betere en openlijke controle van instanties en een totale verbetering van het systeem ontbreekt. Met deze keuze van de Inspectie lijkt de transitie van 2015 ten dode opgeschreven. Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven. Het wachten is nu dan ook op de definitieve ontmanteling van dit stelsel door een volgend kabinet.

Inspectie neemt gemeenten niet serieus

De keuze van de inspectie om de zorgen van ouders en de gemeenten, ondersteunt door JBB, zo te negeren toont ook aan dat er bij de inspectie geen enkel besef bestaat over de complexe materie waar de jeugdzorg zich mee bezig houdt. Maar ook dat men de zorgen van de gemeenten, diegene die de rekeningen moeten betalen, niet serieus neemt. De rode draad in het zwartboek zijn voor de betrokken gemeenten juist voldoende aanleiding om hun zorgen kenbaar te maken, twijfels te hebben over de kwaliteit van JBB en om die reden het verzoek te doen tot onderzoek naar JBB. De inspectie toont aan dat zij de betalers van de zorg niet serieus wenst te nemen. Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten. Het kan en mag niet zo zijn dat gemeentelijke gelden worden overgemaakt aan organisaties die zich niet aan wet- & regelgeving houden. Een wethouder die dit doet kan daar later hele vervelende politieke consequenties van ondervinden. Deze verstrekkende consequenties en maatschappelijke ongewenstheid lijken bij de beslissingen van de inspectie geen rol te hebben gespeeld. Hiermee toont wat mij betreft de inspectie ook aan geen besef te hebben van de noodzakelijke coherentie van de democratie en de verre gaande gevolgen van een op het oog eenvoudige beslissing om geen onderzoek te doen.

Werkwijzen Rotterdam nu zichtbaar in Brabant

Ook is inmiddels een onderzoek naar de rol van JBB in het afwijzen van dit onderzoek wenselijk. JBB “ondersteunt” dit onderzoek weliswaar, het is echter algemeen bekend dat JBB en Jeugdzorg Nederland niet zitten te wachten op onderzoeken naar hun werkwijzen en functioneren. Met name de rol van bestuurder René Meuwissen, die op basis van betrouwbare bronnen nauwe banden heeft met Inspectie en ministerie, is discutabel. Enkele jaren voor zijn pensioen zit hij niet te wachten op een onderzoek naar het functioneren van zijn organisatie. Zeker niet met in het achterhoofd het rapport van de Ombudsman Rotterdam van eerder dit jaar waarin naar voren kwam dat JBRR, de organisatie waar Meuwissen eerder bestuurder was, cliënten intimideerde. Opvallend is dat de werkwijzen van destijds in Rotterdam nu zichtbaar worden in Brabant. Dit rapport uit Rotterdam is al een smet op zijn carrière, een nieuw onderzoek naar een organisatie waar hij eindverantwoordelijk is kan zijn ego niet aan. Meuwissen zal niet rusten totdat hij een ieder die heeft meegewerkt aan het zwartboek het leven heeft zuur gemaakt en waar nodig opdracht heeft gegeven tot verregaande maatregelen tegen de kinderen van deze ouders. Ouders die juist opkomen voor de belangen van deze kinderen.

Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven.

Op de vingers getikt

Dat hij niet zit te wachten op onderzoeken en niet openstaat voor kritieken blijkt ook wel uit de wijze waarop hij reageerde op de publicaties rondom baby Hannah en het zwartboek. Hij herkende zich er niet in en deed de verhalen af als die van emotionele ouders. Opvallend was dat hij 2 weken voor publicaties al door de inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie, desondanks hield hij vol zich niet te herkennen in de klachten over JBB. Opmerkelijk is dat de inspectie normaliter elke aanwijzing vrijgeeft maar deze niet. Maar met de wetenschap dat de inspectie JBB net fors heeft aangesproken is het verbazingwekkend, maar meer nog zorgelijk, dat als er nog meer signalen komen over misstanden de inspectie vervolgens besluit dat verder onderzoek niet nodig is. De vraag is dan ook welke krachten hierbij een rol hebben gespeeld.

Ook opvallend is de wijze waarop Meuwissen omgaat met lopende onderzoeken. De Kinderombudsman schrijft in een brief met betrekking tot het lopende onderzoek naar JBB dat zij bemerkt dat er gepoogd wordt het onderzoek te sturen omdat het lopende onderzoek niet het onderzoek is wat men wenste. Maar ook uitspraken van zijn eigen klachtencommissie over zijn eigen functioneren worden stelselmatig genegeerd. Meuwissen reageert per definitie niet op mails of weigert die in behandeling te nemen. De lijst van blunders en onbehoorlijk gedrag van Meuwissen neemt steeds grotere vormen aan en langzaam aan komen er steeds meer zaken naar boven over zijn staat van dienst. Het lijkt daardoor begrijpelijk dat Meuwissen zelf, Jeugdzorg Nederland maar ook de Inspectie niet zitten te wachten op een onderzoek waaruit mogelijk veel misstanden naar voren komen met mogelijke aansprakelijkheden tot gevolg.

Gemiste kans

Het niet opstarten van een onderzoek is een gemiste kans. Want Jeugdzorg moet boven elke twijfel verheven zijn. Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. De vele aangetoonde misstanden bij JBB tonen aan dat er terechte zorgen zijn. En als die zorgen geuit worden door neutrale partijen als gemeenten dan mag de Inspectie niet wegkijken en een onderzoek afwijzen. Het is nu dan ook aan Minister Hugo de Jonge om actie te ondernemen en zorg te dragen voor een onafhankelijk onderzoek naar de misstanden bij JBB en hier open over te rapporteren. In het belang van de kinderen en hun toekomst. En de Inspecteur-Generaal heeft het nodige om zich voor te gaan schamen in de komende tijd nu blijkt dat een veilige jeugdzorg geen prioriteit lijkt te zijn en men niet direct wenst in te grijpen bij misstanden.

Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Advertenties

Kamervragen over Zwartboek Jeugdbescherming Brabant

Gisteren heeft Groen Links Kamerlid Lisa Westerveld Kamervragen gesteld aan Minister Hugo de Jonge over de ophef die is ontstaan over de begeleiding van pleegouders en het zwartboek Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening. Een van de vragen gaat over de reactie van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd dat de klachten over JBB niet afwijken van klachten bij andere gecertificeerde instellingen. Deze Kamervragen zijn het zoveelste dieptepunt en onverwachte wending in de soap JBB en daarmee het imago en carrière van René Meuwissen. Want de aanvallen op zijn imperium JBB komen van steeds meer kanten en zijn imago en dat van JBB lijken niet meer te redden.

Op 6 september verschenen de eerste berichten over het falen van JBB in de case van Baby Hannah. Een dag later plofte het zwartboek ‘Jeugdbescherming Brabant: de doorlopende weg in de jeugdhulpverlening’ op het bureau van bestuurder René Meuwissen. Hierin is op basis van 30 dossiers een schokkend beeld naar boven gekomen over de werkwijze van JBB. Een van de dossiers gaat over de case van Baby Hannah. De inspectie reageerde naar BN de Stem dat de klachten zoals omschreven in het zwartboek niet afwijken van de klachten die bij hun binnen komen over de andere gecertificeerde instellingen in Nederland.

Meuwissen probeerde de zaak beminnelijk weg te lachen, hij herkende zich niet in de aangedragen publicaties en kon er in het kader van de privacy niet op ingaan. Daarnaast betrof het slechts een teleurgestelde ouder die op deze manier zijn ongenoegen wilde uitten. Een opmerkelijke houding als je beseft dat hij 2 weken voor de eerste publicatie fors op de vingers was getikt door de inspectie over het handelen van zijn club in de case van Baby Hannah en enkele dagen na publicatie de vermeende meewerkende ouders aan het zwartboek geïntimideerd werden en te maken kregen met nieuwe beleidslijnen of jeugdzorgwerkers vervangen werden door de grootste terriërs en vazallen van Meuwissen. Dus hoezo ik herken me er niet in, en hoezo één teleurgestelde ouder?

In de weken daarna is JBB bezig met een poging om de schade beperkt te houden. Echter hierbij begaat het de ene communicatieblunder na de andere in de hoop zoveel mogelijk intern te houden en in de doofpot te krijgen. Maar de steeds groter wordende publieke verontwaardiging maakt dat hij en zijn mensen vechten tegen de bierkaai. Zelfs vanuit zijn eigen gelederen, medewerkers en ketenpartners, komen steeds meer geluiden dat het een enorme chaos is binnen JBB en dat de belangen van de kinderen ondergeschikt lijken te zijn aan de belangen van bestuurder en management. Daarnaast wordt enige kritiek op het beleid niet getolereerd en is er een angstcultuur binnen de organisatie ontstaan waarbij intimidatie en bedreigingen naar cliënten aan de orde van de dag is. Niet verbazingwekkend overigens, de vorige werkgever van Meuwissen, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, is hiervoor ook al op de vingers getikt door de Ombudsman Rotterdam. Personeel van JBB spreekt al smalend over de puinhopen van Meuwissen, vrij vertaald naar een boek van Pim Fortuyn over 8 jaar paars kabinet.

Ook ketenpartners beginnen zich steeds meer en soms zelfs openlijk af te zetten tegen JBB en de daar vermeende expertise. Zelfs in de rechtszaal wordt JBB al steeds vaker afgeserveerd door experts en rechters. Worden door jeugdzorgwerkers onbegrijpelijke en onnavolgbare beslissingen voorgelegd in een poging het eigen gezichtsverlies te redden. Medewerkers lezen vooraf opgeschreven verklaringen voor en kunnen geen inhoudelijke vragen meer beantwoorden van rechters, Raad voor de Kinderbescherming en advocaten. In de antwoorden blijkt dat er geen enkele visie is op de actuele situatie of, erger nog, geen eens op de hoogte is van actuele situaties in gezinnen.

Brieven en mails aan cliënten worden steeds grimmiger en de leugens steeds grover. Het lijken de laatste stuiptrekkingen van een organisatie die niet op kwaliteit maar op basis van intimidatie zijn gezag wil laten gelden. Gisteren sprak ik met een gemeenteraadslid die mij een zeer zorgelijk verhaal vertelde over de wijze waarop gemeenten en JBB met elkaar lijken op te trekken: te kritische externe hulpverleners krijgen geen nieuwe contracten meer of worden niet meer door JBB ingeschakeld. Hierdoor zijn de gemeenten en JBB direct zelf verantwoordelijk voor de oplopende wachtlijsten en de daarmee oplopende zorgkosten in de jeugdzorg.

Als de gemeenten de problemen in de jeugdzorg echt wil aanpakken dan moet er direct gestopt worden met dergelijke ketencontracten en moet elke zorgverlener die beschikbaar is ingeschakeld kunnen worden. JBB moet niet meer op zoek naar wie hun verhaal en visie kan ondersteunen, nee ze moeten aan de slag met diegene die als eerste het dossier kan oppakken. Vervolgens moet de mening daarvan geaccepteerd worden als elke andere professional. Of gemeenten en JBB het ermee eens zijn of niet. Zoals aan gegeven worden te kritische hulpverleners door de jeugdzorgwerkers volledig genegeerd en huisartsen zelfs afgeserveerd als onbetrouwbaar en onkundig. Ook dit is de enige manier voor de jeugdzorgwerker om haar macht te laten gelden. Op het moment dat je dergelijke methoden nodig hebt toont men aan dat men geen kennis van zaken heeft en men niet geschikt is voor dit vak.

Maar voor René Meuwissen moet zo langzamerhand toch wel duidelijk worden dat hij de stem van cliënten niet meer kan gaan negeren. De geest is uit de fles en gaat er niet meer in terug. Dit is geen orkaan die overwaait, dit is een eeuwigdurende storm totdat hij zijn fouten gaat erkennen en gaat zorgen voor genoegdoening aan een ieder die onder zijn leiding schade heeft ondervonden. Schade die niet in een waarde is uit te drukken, omdat psychische schade namelijk nooit meer hersteld kan worden maar wel veel kosten met zich meebrengt. En de reactie van de Inspectie toont aan dat dit niet alleen in Brabant plaatsvindt maar a er over alle gecertificeerde instellingen soortgelijke klachten binnen komen. Ook voor hen geldt dat de geest uit de fles is. want ook van andere instellingen komen steeds meer bewijzen voor het falende beleid gebaseerd op intimidatie en machtsmisbruik. het wordt tijd voor een grote schoonmaak in de jeugdzorg en een aanpassing van het systeem.

Conclusie Inspecties over handelen Jeugdbescherming Brabant en Combinatie Jeugdzorg in ontvoering baby Hannah vernietigend!

De inspecties Gezondheidszorg & Jeugd en Justitie & Veiligheid hebben naar aanleiding van de ontvoering van baby Hannah onderzoek laten doen naar het functioneren van Jeugdbescherming Brabant(JBB) en Combinatie Jeugdzorg(CJZ). Het oordeel van de inspecties is ronduit schokkend en vernietigend maar was al bekend voor de publicaties van de pleegouders en het zwartboek! In een gezamenlijke reactie stellen JBB en CJZ dat ze het oordeel onderschrijven maar het er niet mee eens zijn. Deze, ietwat schizofrene, reactie toont des te meer aan dat er geen enkele zelfreflectie bestaat, ze niet intrinsiek gemotiveerd zijn om hun eigen aandeel te zien, hun falen niet willen onderschrijven en niet open staan om te verbeteren laat staan hun aansprakelijkheid te erkennen. Ondertussen gaat de beerpunt over dit specifieke dossier en JBB in zijn algemeenheid steeds verder open!

Instanties is gevraagd om zelf onderzoek te doen. Dat is het zelfde als dat Holleeder de moord op Endstra moet gaan onderzoeken!

Inspecties verwonderd over tekortkomingen

“Het aantal tekortkomingen bij de beide organisaties in het primaire proces is aanzienlijk” zo schrijven* de inspecties op 21 augustus 2018 al aan JBB en CJZ. Sommige tekortkomingen hebben zelfs tot “verwondering” geleid bij de inspecties. Vooral het feit dat er “in beide organisaties geen concrete afspraken bestaan over hoe om te gaan met geheime plaatsingen en dat pleegouders zelf veiligheidsafspraken moeten maken met de wijkagent” heeft bij de inspecties tot verbazing geleid.

Ook stellen de inspecties vast dat ‘het heeft ontbroken aan onderlinge afstemming, informatie uitwisseling en besluitvorming. Risico’s werden niet alleen verschillend getaxeerd, ook is hierover geen overleg gezocht. De continuïteit in de begeleiding van de pleegouders is onvoldoende geweest en was de pleegzorg begeleider te onervaren.”

Het is duidelijk: JBB en CJZ willen niet de Zwarte Piet toegeschoven krijgen.

Instanties medeplichtig aan misdrijf

Met deze keiharde conclusies leggen de inspecties feilloos het falen van de betrokken instanties bloot: er is totaal geen afstemming geweest, er heeft geen overleg plaatsgevonden en risico’s, waaronder de op voorhand bekende ontvoeringsdreiging, zijn genegeerd. In het allereerste rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, dus toen Hannah nog in het ziekenhuis lag, word al gewezen op de ontvoeringsdreiging. JBB en CJZ hebben dit risico vanaf dag 1 volkomen genegeerd. Door geen overleg te voeren over de, achteraf continue, ontvoeringsdreiging hebben JBB en CJZ weggekeken bij de beraming van een misdrijf en hebben niet voldaan aan hun wettelijke (zorg)plicht door handelend op te treden of de autoriteiten in te schakelen. Hierdoor zijn beiden in juridische zin medeplichtige geworden aan het misdrijf en aansprakelijk voor de schade die het heeft opgeleverd bij betrokkenen en in het bijzonder Hannah. Hoe wrang is het dan dat JBB in het strafproces namens Hannah een schadevergoeding eist van de ouders die hun kind hebben ontvoerd terwijl de jeugdzorgwerkers en de verantwoordelijke bestuurders hebben weggekeken. Als er al iemand een schadevergoeding zou moeten betalen aan Hannah zijn zij het wel!

Door te kiezen voor het ontkennende “wij herkennen ons er niet in” wordt duidelijk dat hen er alles aan gelegen was om deze conclusies buiten de media te houden. Het eigen (persoonlijke) imago is belangrijker dan de waarheid!

Faalrisico’s niet onderkend

Zorgelijk is ook dat er in het koppelen van dossiers aan medewerkers geen rekening wordt gehouden met ervaring van de medewerker in relatie tot de zwaarte van het dossier en de daarmee samenhangende faalrisico’s. Hiermee tonen beide organisaties, en dan met name de gebiedsmanagers die verantwoordelijk zijn voor de toebedeling van de dossiers, aan dat ze totaal geen gevoel hebben bij de complexiteit van het werk waar ze mee bezig zijn en de capaciteiten van hun eigen medewerkers schromelijk overschatten. Voor hun is elke case ‘daily business as usual’ en als het fout gaat dan is het jammer en verdraaien we de feiten wel in de dossiers om ons eigen hachje te redden.

Het is op zich al verwonderlijk dat de inspecties met deze conclusies JBB en CJZ niet onder verscherpt toezicht hebben geplaatst.

Instanties waren op de hoogte voor publicaties in de media

Het schrijven van de inspectie dateert van 21 augustus, dus ruim 14 dagen voordat de pleegouders met hun verhaal naar buiten kwamen. JBB en CJZ wisten op dat moment dus al dat de inspecties vernietigend geoordeeld hadden over hun handelen. Dat maakt de ontkennende houding van beiden in de media, dat zij zich niet herkennen in het verhaal van de pleegouders, des te opmerkelijker. Als beide instanties echt lering hadden willen trekken uit hetgeen er gebeurd is dan was een nederige reactie passender geweest. Dan had men gemeld dat de inspecties (pittige) conclusies hadden getrokken over het handelen van de instellingen en welke lessen men daaruit zou gaan trekken. Door te kiezen voor het ontkennende “wij herkennen ons er niet in” wordt duidelijk dat hen er alles aan gelegen was om deze conclusies buiten de media te houden. Het eigen (persoonlijke) imago is belangrijker gebleken dan de waarheid!

De ontkenning door JBB en CJZ lijkt te zijn ingegeven om het eigen falen in de doofpot te stoppen.

Opzienbarende reactie instanties

Ook achteraf reageren beide instanties weer opzienbarend. In een schrijven* van 5 oktober aan de pleegouders melden ze eerst dat ze het oordeel van de inspectie onderschrijven om in de volgende alinea te stellen dat ze het er niet mee eens zijn dat het ontbroken heeft aan voldoende onderlinge afstemming. In hun ogen is er juist veelvuldig afstemming geweest. Vreemd als je beseft dat de beide inspecties, op basis van het onderzoek wat JBB en CJZ zelf hebben gedaan, tot de conclusie komen dat het juist ontbroken heeft aan afstemming en er geen overleg is gezocht. Hoe gaan JBB en CJZ deze nieuwe stelling onderbouwen naar de inspecties toe als hun eigen onderzoek in eerste aanleg al aantoont dat er geen afstemming is geweest? Nieuwe feiten toevoegen die over het hoofd waren gezien? Andere feiten en bewijzen vervalsen? Het is duidelijk: JBB en CJZ willen niet de zwarte piet toegeschoven krijgen. Overigens klinkt het mij vreemd in de oren dat JBB en CJZ zelf onderzoek moeten doen naar een calamiteit die in hun organisatie heeft plaatsgevonden? Dit komt er op neer dat het OM Willem Holleeder vraagt zelf onderzoek te doen naar de moord op Endstra.

Medewerkers van JBB hebben onlangs in een klachtzitting erkend dat het eenvoudig is om zaken te antidateren. Ook houdt het systeem niet bij wanneer een document of mutatie is aangemaakt. Hierdoor is het achteraf voor jeugdzorgwerkers heel eenvoudig om dossiers aan te passen, zaken te verwijderen of toe te voegen teneinde ontlastende verklaringen voor hun eigen handelen te maken.

Doofpot

Op een vraag van de pleegouders en verdere familie van Hannah wat de instanties niet herkennen in de verhalen die in de media zijn verschenen wordt nu geantwoord dat een item in de media nooit recht doet aan wat er allemaal werkelijk speelde. Hiermee wordt de journalistieke integriteit van de verschillende journalisten en redacties aangevallen en min of meer gesteld dat deze onvoldoende onderzoek zouden hebben gedaan. Echter JBB en CJZ hebben het artikel in Brabants Dagblad van 6 september ruim voor publicatie ter inzage gekregen en hebben er zelf voor gekozen om in het kader van de privacy niet te reageren terwijl ze toen al op de hoogte waren van de conclusies van de inspecties. Het zelfde geldt voor alle andere redacties: JBB en CJZ is telkens gevraagd om een reactie die telkens gelijk bleef terwijl men al op de hoogte was van de oordelen over het functioneren in deze case. Ze hebben dus wel degelijk de tijd en ruimte gehad om een weloverwogen reactie te geven die ook recht had kunnen doen aan de mogelijke privacy van betrokkenen. Het is een bewuste keuze geweest om niet te reageren. Een keuze gebaseerd op het in de doofpot stoppen van hun falen.

Verder herkennen JBB & CJZ zich niet in de stelling dat ze er niets mee gedaan hebben. De instanties wijzen hier op de onderzoeken die na de ontvoering zijn opgelegd door de inspecties. Onderzoeken die wettelijk verplicht zijn na een calamiteit dus wat ze zelf echt gedaan hebben is en blijft de vraag. Maar de pleegouders en familie wijzen hier expliciet op de ontvoeringsdreiging. De inspectie heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat hier inderdaad niets mee is gebeurd gezien het ontbreken van enige afstemming en overleg over de risico’s. Ook deze ontkenning door JBB en CJZ lijkt te zijn ingegeven om het eigen falen in de doofpot te stoppen.

Hiermee tonen beide organisaties, en dan met name de gebiedsmanagers die verantwoordelijk zijn voor de toebedeling van de dossiers, aan dat ze totaal geen gevoel hebben bij de complexiteit van het werk waar ze mee bezig zijn en de capaciteiten van hun eigen medewerkers.

Interne systemen maken vervalsingen mogelijk

Het is overduidelijk dat JBB en CJZ gefaald hebben en ze er alles aan willen doen om dit falen te verbloemen. Dat dit kinderlijk eenvoudig is blijkt wel uit de systemen van JBB. Medewerkers van JBB hebben onlangs in een klachtzitting erkend dat het eenvoudig is om zaken te antidateren. Ook houdt het systeem niet bij wanneer een document of mutatie is aangemaakt. Hierdoor is het achteraf voor jeugdzorgwerkers heel eenvoudig om dossiers aan te passen, zaken te verwijderen of toe te voegen teneinde ontlastende verklaringen voor hun eigen handelen te maken. Hiermee krijgt de jeugdzorgwerker volledig de vrijheid om te allen tijde dossiers te manipuleren, eigen falen in de doofpot te stoppen en eventuele klachtprocedures te beïnvloeden om zo gegrond verklaarde klachten, berispingen of schorsingen te voorkomen. Ook in dit dossier zien we de jeugdzorgwerker er alles aan doen om haar eigen falen te verbloemen, ergo ze vindt zelfs dat ze het uitstekend heeft gedaan! Alsof Hannah nooit ontvoerd is geweest!

Met deze houding toont de jeugdzorgwerker dat ze totaal ongeschikt is voor dit vak. Er wordt een kind wat aan jouw toezicht is toevertrouwd ontvoerd. Een ontvoering die van te voren was aangekondigd en dan heb jij het goed gedaan? Totaal geen enkel inzicht in het eigen aandeel en een totaal gebrek aan inlevingsvermogen in haar werk! Maar hierbij wordt ze gedekt door management, directie en bestuurder die al op de hoogte zijn van de mening van de autoriteiten. Kijkend naar de houding van JBB is een grotere minachting naar de familie, (pleeg)ouders, betrokkenen, autoriteiten, de maatschappij, de democratische rechtsstaat en bovenal het slachtoffer, de weerloze baby Hannah, niet mogelijk.

Halsstarrig weigeren

En tot op de dag vandaag weigert JBB ook maar enige erkenning te willen geven voor hun foute handelen. Bestuurder René Meuwissen stuurt (pleeg)ouders waarvan hij denkt dat ze hebben meegewerkt aan het zwartboek een zeer intimiderende brief dat hij in gesprek wil om te horen waar het fout is gegaan volgens deze (pleeg)ouders. Maar de pleegouders en familie van Hannah kregen geen brief. En op de vele verzoeken voor gesprekken en het geven van opening van zaken wordt niet gereageerd. In elke communicatie word vermeden een inhoudelijke reactie te geven en alle toezeggingen worden niet nagekomen. Hiermee aantonend dat hij totaal niet in gesprek wil met al deze (pleeg)ouders, zijn criticasters, maar alleen wil weten wie het zijn om uiteindelijk hen door middel van intimidatie onder druk te zetten. Intimidatie dat ouders hun kinderen niet meer mogen zien, de geijkte methode van de jeugdzorgwerkers van JBB bij ouders die niet luisteren naar hun eisen.

Kijkend naar de houding van JBB is een grotere minachting naar de familie, (pleeg)ouders, betrokkenen, autoriteiten, de maatschappij, de democratische rechtsstaat en bovenal het slachtoffer, de weerloze baby Hannah, niet mogelijk.

Halsstarrig weigert Meuwissen de pleegouders en familie van Hannah inzage te geven in het dossier zonder daar echt gronden voor te hebben. Misbruik makend van de term privacy en alle mogelijke middelen inzetten om te ontkomen aan enige opening van zaken. Meuwissen stelt dat hij geen doofpot wil maar zijn handelen verraadt iets totaal anders. Hiermee de pleegouders en familie het grondrecht op gelijke informatie in de procedures te ontnemen. Maar Meuwissen en JBB vergeten één ding: cliënten van JBB zijn hem en zijn medewerkers echt zat. Ze zullen zich blijven verenigen en de strijd tegen hem en JBB zal harder worden net zolang totdat hij zijn falen in alle zaken zal toegeven en zijn aansprakelijkheid zal erkennen. De lijst met ruim 70 dossiers die nu bekend zijn zal, hoe langer Meuwissen en JBB blijven ontkennen, alleen maar toenemen. De schade voor de kinderen wordt dagelijks groter. Het is daarbij schokkend dat Meuwissen nu niet meer alleen de kinderen en ouders schade berokkent maar juist ook zijn medewerkers laat vallen die nu dagelijks geconfronteerd worden met nieuwe misstanden in zijn organisatie. Medewerkers die nu ook in hun privé leven geconfronteerd gaan worden met hun eigen falen omdat vrienden en familie ook vragen gaan stellen. Een echte bestuurder staat op en toont zijn verantwoordelijkheid en erkent fouten. Het is niet alleen een teken dat de aantijgingen in het zwartboek juist zijn het is ook het teken dat alles en iedereen ondergeschikt gemaakt wordt aan het het imago van de bestuurder en iedereen door hem geslachtofferd wordt als dat nodig is voor zijn doel. Alsof zijn imago en dat van JBB nu nog te redden is?

Hoe wrang is het dan dat JBB namens Hannah een schadevergoeding eist van de ouders die hun kind hebben ontvoerd terwijl de jeugdzorgwerkers en de verantwoordelijke bestuurders hebben weggekeken. Als er al iemand een schadevergoeding zou moeten betalen aan Hannah zijn zij het wel!

Zwartboek geen loze beschuldiging

Met het schrijven van de inspectie wordt nog meer duidelijk dat het zwartboek “Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdzorg” absoluut geen loze beschuldigingen bevat. Het zijn gedegen dossieronderzoeken waarbij de rode draad in het functioneren van deze GI worden blootgelegd. Het maakt des te meer duidelijker dat de bestuurder van JBB totaal geen grip meer heeft op zijn eigen organisatie en dat jeugdzorgwerkers feitelijk alles kunnen doen wat buiten de wet-& regelgeving valt. Met zijn houding faciliteert hij op deze manier de misstanden in de jeugdzorg en is hij mede schuldig aan een misdrijf tegen de vrijheid: de ontvoering van Baby Hannah. Een dergelijk feit maakt deze man volledig ongeschikt om nog langer aan het hoofd te staan van een organisatie die opkomt voor de bescherming van kinderen. Feitelijk kan hij alleen nog maar zijn conclusies trekken en opstappen. Samen met alle anderen die intern bij dit dossier betrokken zijn. Het is des te zorgelijker dat de Raad van Toezicht, die op de hoogte moet zijn van het schrijven van de inspecties, niet ingrijpt en deze bestuurder en mensen op hun plek laat zitten. Ingrijpen vanuit de inspecties is dan ook zeker wenselijk. Het is op zich al verwonderlijk dat de inspecties met deze conclusies JBB en CJZ niet onder verscherpt toezicht hebben geplaatst.

Hiermee krijgt de jeugdzorgwerker volledig de vrijheid om te allen tijde dossiers te manipuleren, eigen falen in de doofpot te stoppen en eventuele klachtprocedures te beïnvloeden om zo gegrond verklaarde klachten, berispingen of schorsingen te voorkomen.

*De genoemde brieven van 21 augustus en 5 november zijn in het bezit van de auteur.

Achtergrondinformatie:

In februari 2018 werd in Eersel Baby Hannah uit de armen van haar pleegmoeder getrokken en ontvoerd door haar biologische ouders. Hannah was in de pleegzorg terecht gekomen naar aanleiding van vermoedens van kindermishandeling en daardoor uit huis geplaatst. Jeugdbescherming Brabant was door de rechter belast met het toezicht. De Combinatie Jeugdzorg is het pleegzorgbureau wat de plaatsing regelt en verantwoordelijk is voor de begeleiding van de pleegouders.

Pleegouders en verdere familie van Hannah hebben onlangs naar buiten gebracht dat de instanties op de hoogte waren van de ontvoeringsdreiging maar dat zij er niets mee gedaan hebben. Beide instanties hebben steeds gemeld dat zij zich niet herkenden in deze mening. De Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd had in een eerder schrijven aan de pleegouders al gemeld dat alle zorgen klachten die zij hadden ingediend door de inspecties werden onderschreven.