Positie bestuurder Jeugdbescherming Brabant totaal onhoudbaar!

Dat het niet goed zit bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant wordt met de dag duidelijker. De instelling geeft een desolate indruk waarbij bestuurder en management aan het vechten zijn om hun eigen (persoonlijke) imago’s te redden. Dat duizenden kinderen en hun familieleden de dupe zijn van het jarenlange gebrek aan fatsoen en respect voor de democratische rechtsstaat door de handelswijze van bestuurder René Meuwissen lijkt ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen.

Sinds de publicaties van begin september over het falen van JBB in de case Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek, Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening, komt er dagelijks nieuwe informatie vrij over JBB. Informatie van nieuwe dossiers(inmiddels zijn het er meer dan 70!) die telkens nog schokkender zijn dan de al bekend zijnde dossiers, informatie over onderzoeken tegen JBB, informatie van gemeenten, advocaten, van (oud)medewerkers van ketenpartners en (oud)medewerkers van JBB zelf. Zelfs bronnen die dicht rondom de bestuurder en directie opereren geven aan dat zij zich herkennen in het zwartboek. Maar durven niet openbaar te spreken uit angst voor de reactie van de bestuurder en zijn kompanen!

Het beeld wat ontstaat is er één van een organisatie die als een totaal ongeleid projectiel opereert en waarbij de bestuurder als een ware anarchist zijn eigen regels bepaalt en zich niets aantrekt van de wet- & regelgeving die er in Nederland is vastgelegd. Om zijn eigen positie te beschermen is alles geoorloofd. Variërend van achterhouden van informatie, het in de doofpot stoppen van onderzoeken, smaad/laster, liegen in de rechtbank, het persoonlijk en in zijn bijzijn toelaten van liegen tegen zijn eigen klachtencommissie en intimideren van cliënten. Intimidatie is al jarenlang zijn handelsmerk. Op internet circuleert een brief van zijn hand waar geen enkel middel wordt geschuwd tegen mensen die gebruik maken van hun vrijheid van meningsuiting. De actie om ouders die mogelijk hebben meegewerkt aan het zwartboek rechtstreeks te benaderen is werkelijk waar ongehoord en gaat volgens diverse juristen in tegen elke grondrecht en privacy van de cliënten. Het is een absolute wanhoopsdaad van een bestuurder die de grip op zijn imperium kwijt is. Het handelen van René Meuwissen zou overigens een prachtige intimidatie scene geweest kunnen zijn uit de film ‘The Godfather’.

Zo is er alles aan gedaan om de vernietigende oordelen van de Inspecties over het falen van JBB in de case Baby Hannah in de doofpot te krijgen(de beerput gaat steeds verder open waarbij nieuwe publicaties op handen zijn), zijn er zorgwekkende signalen dat JBB onafhankelijke onderzoeken van de Nationale- en Kinderombudsman probeert te beïnvloeden, worden beleidslijnen in lopende dossiers continue gewijzigd ten einde cliënten onder druk te zetten, worden maatregelen genomen zonder toetsing door de rechter en worden lastige dossiers beëindigd om zo enige aansprakelijkheid en verplichte correctie te voorkomen. En nergens wordt ook maar iets gedaan aan de verplichte waarheidsvinding. In de komende weken zullen nog de nodige opzienbarende zaken uit meerdere dossiers toegevoegd worden aan het zwartboek. Alle zaken stapelen nu in een rap tempo op. De geest is uit de fles en gaat er ook niet meer in terug.

De positie van René Meuwissen is met alle feiten die bekend zijn geworden eigenlijk onhoudbaar geworden. Het is daarom onbegrijpelijk dat de Raad van Toezicht, onder leiding van de Financieel directeur van het LUMC Gerard van Loon, niet ingrijpt en Meuwissen laat doorgaan. Het toont de wijze waarin Meuwissen, op bijna Noord Koreaanse wijze zijn imperium bestuurt en bewaakt. Het is bijna niet voor te stellen dat de voorzitter van de Raad van Toezicht zijn persoonlijke carrière op het spel lijkt te zetten om René Meuwissen de hand boven het hoofd te houden. Een toezicht houder overigens die in gesprekken over JBB zich beroept op de keukentafelervaringen van zijn vrouw, toevallig ook jeugdzorgwerker, en deze N=1 ervaringen afzet als hoe de jeugdzorg in elkaar zit. Een toezichthouder die de Jeugdwet niet kent en bij de wettelijke waarheidsvinding van artikel 3.3.JW zelfs glashard betwijfeld of dit wel in de wet staat. Het is lastig zo’n toezichthouder nog serieus te nemen.

René Meuwissen (63) komt over als een beminnelijke man, de lieve zachte opa die bescheiden op de achtergrond wil blijven. Als bestuurder probeert hij bij dossiers buiten beeld te blijven om zo te voorkomen dat hij verantwoordelijk, lees aansprakelijk, gesteld kan worden voor de handelingen van zijn pionnen op de werkvloer. Met deze werkwijze lijkt hij de ideale werkgever: zijn personeel krijgt veel vrijheid en verantwoordelijkheid. En om hun werk goed te doen stelt Meuwissen ruime beleidskaders vast. Kaders waarbij zij de wet mogen overtreden. Maar de verantwoordelijkheid die ze krijgen is slechts een afleidingsmanoeuvre om zo zelf buiten schootsveld te blijven. Loopt een dossier fout dan is de jeugdzorgwerker de dupe en wordt deze rücksichtslos geslachtofferd.

Binnen zijn organisatie heeft Meuwissen een aantal getrouwen om hem heen verzameld die zijn werkwijzen ondersteunen en zijn beleidslijnen uitdragen. Uiteraard de voorzitter van de Raad van Toezicht Gerard van Loon, regiodirecteur Miranda Dekkers en gebiedsmanagers Gerard Stoop en Mathi Schipper zijn de voornaamste met daaronder een keur aan JZW-ers die, vaak uit angst voor hun baan en de lange arm van Meuwissen, niet durven af te wijken van zijn beleidskaders. Ondanks de vele, vaak gegronde, klachten en overduidelijke overtredingen van wet- & regelgeving mogen/moeten zij onbelemmerd doorgaan in het mishandelen en beschadigen van kinderen en ouders die toch al kwetsbaar zijn. Op geen enkel moment is er enige zelfreflectie en wordt er nimmer de-escalerend gehandeld. De behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman, de handleiding hoe je als (semi) overheidsinstelling moet omgaan met de burger, wordt volledig genegeerd. Niet verwonderlijk dat toen de ombudsman aangaf het handelen van JBB naast deze handleiding te willen gaan leggen, er ineens druk werd uitgeoefend om het onderzoek een andere wending te geven. Zonder succes overigens.

Meuwissen kent een lang track record binnen de jeugdzorg. Hoe lang is niet duidelijk te krijgen, op social media is hij niet tot nauwelijks te vinden, en op internet zijn slechts wat flarden te zien van zaken waar hij bij betrokken is. Maar wel dat hij in 2014 zich al sterk bezig hield met het ondergeschikt maken van de werkelijke zorg aan het verdienmodel van de instellingen. Van recentere datum is zijn oproep om de klachtmogelijkheden voor cliënten in te perken en het rapport van de Ombudsman Rotterdam waarin JBRR, de voormalige instelling waar Meuwissen voor werkte, op de vingers getikt werd wegens intimidatie van cliënten. In de media weet Meuwissen vooral te melden hoe goed zijn mensen het moeilijke werk doen en dat als er iets is de schuld altijd bij een ander ligt. Nergens is er enige zicht op zelfkritiek over het eigen aandeel en handelen in het werk. Zijn club is fantastisch en foutloos!

Het inperken van de klachtmogelijkheden past natuurlijk volledig binnen de zienswijze van René Meuwissen. Een wijze waarop hij de rechten van cliënten wil inperken om zo ongestoord zijn imperium buiten elk zicht van controleurs te houden. Ook omdat hij van mening is dat gemeenten, ondanks dat zij betalen voor zijn zorg, van hem geen inzage mogen hebben in de voortgang van dossiers en zijn bedrijfsvoering. Indien noodzakelijk worden de gemeenten voorzien van onjuiste of onvolledige informatie of wordt informatie volledig verzwegen. Privacy is daarbij zijn toverwoord. Maar dat het onwenselijk is de klacht mogelijkheden in te perken blijkt wel uit de cijfers van JBB: meer dan 50% van de klachten wordt gegrond verklaard. Logisch dat je dan minder klacht mogelijkheden wil hebben voor de cliënten. Maar hij kan natuurlijk ook aan de kwaliteit gaan werken van zijn dienstverlening. Maar dan moet er betere mensen aangenomen worden en die laten zich niet leiden door een feodale leider als René Meuwissen.

De tik op de vingers van de Ombudsman Rotterdam is natuurlijk een gevoelige. Want hier is vastgesteld dat JBRR cliënten intimideerde. Het opzetten van een intimidatiecultuur lukt niet van vandaag op morgen. Daarvoor moet je een organisatie opzetten van vertrouwelingen die jouw handelswijze ondersteunen maar waarvan je ook als bestuurder moet weten dat ze te vertrouwen zijn. Dat kost even tijd. Het rapport van de ombudsman gaat gedeeltelijk over de periode dat Meuwissen al weg was bij JBRR, echter de mate waar in de intimidatie plaatsvond is onmogelijk op te zetten door de opvolger van Meuwissen in zo’n korte tijd.

De rol van Meuwissen is een gevaarlijke voor de hele jeugdzorg in Nederland. Want hij is niet alleen bestuurder van JBB maar ook vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. In deze functie schuift hij aan bij allerlei belangenclubs en op basis van zijn lange staat van dienst geniet hij een hoog aanzien in de jeugdzorgwereld. Hierdoor is hij in staat zijn werkwijzen breder uit te dragen en landelijk in beleidskaders onder te brengen. Hiermee de olievlek van zijn anarchistische bolwerk wijd verspreidend.

Het is zorgelijk dat hier nog nooit op ingegrepen is door de overheid. Daarom is het goed dat enkelen het nu aangedurfd hebben om Meuwissen en zijn club aan te spreken op de schade die hij in de afgelopen jaren heeft aangericht.

Meuwissen is inmiddels verworden tot de vis die op het droge aan het spartelen is, aangeschoten wild! Die de grip verliest op zijn imperium. Die vanuit zijn eigen achterban de vragen krijgt hoe dit allemaal mogelijk is en hoe het kan dat alles wat hij de jeugdzorgwerkers heeft voorgehouden kennelijk toch anders is. Dat hij druk bezig om is zijn eigen imago en dat van JBB op te poetsen blijkt wel uit de opdracht die hij intern heeft gegeven na de negatieve publiciteit over Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek: het werd tijd dat JBB positief in het nieuws kwam! Enkele dagen later verscheen er een spoed vacature voor een nieuwe communicatie medewerker. Het zal u dan ook duidelijk zijn dat bestuurder en woordvoerder kennelijk een andere visie hadden over wat er dan gebracht kon en moest worden.

Er moet schoon schip gemaakt worden bij JBB, dergelijke bestuurders en medewerkers horen niet thuis in de jeugdzorg. Kinderen en ouders die aan een GI worden toevertrouwd moeten er er meer dan 100% van op aan kunnen dat hun belangen gewaarborgd zijn, dat ze de beste hulpverlening krijgen en dat hun wettelijke grondrechten gerespecteerd worden. Dat GI’s eerlijk zijn en zich inderdaad aan de waarheid houden. Dat JZW-ers zich beroepen op feiten in plaats van hun eigen visies die ze nergens toetsen of wetenschappelijk niet onderbouwen. Daarom moeten de rotte appels uit de JBB mand geschud worden. En moeten de JZW-er zichzelf gaan afvragen of zij nog wel geschikt zijn voor hun werk, of ze zichzelf wel in de spiegel kunnen aankijken zonder dat hij barst van de vele leugens en hoeveel kinderen ze onrecht hebben aangedaan door ze weg te houden bij een ouder, opa’s en oma’s en broers of zusters! En elke jeugdzorgwerker die een contactverbod heeft gevraagd of ondersteund dient per direct op stappen omdat dat nooit in het belang van een kind is! Dergelijke pseudo psychologische prutsers horen niet thuis in de jeugdzorg!

Ik kan Meuwissen, en zijn getrouwen van Loon, Dekkers, Stoop, en Schipper nu maar 1 advies geven: hou de eer aan jezelf en stap zelf met onmiddellijke ingang op. Jullie falen en handelen wordt langzaam aan bloot gelegd en uiteindelijk zal dit ook voor jullie leiden tot een onhoudbare positie binnen de jeugdzorg. Met verstrekkende gevolgen van dien omdat naast bestuursrechtelijke feiten er ook nog juridisch strafrechtelijke feiten zijn gepleegd die hoe dan ook op enig moment op jullie bordje gaan komen.

Advertenties