Weigeren vertrouwenspersoon kan niet zomaar

Iedere cliënt van een GI heeft recht op een vertrouwenspersoon naar eigen keuze. Echter steeds vaker hoor ik dat vertrouwenspersonen worden geweigerd. Vaak om uiteenlopende redenen echter het doel is hetzelfde: zich van een bekwame en daardoor lastige tegenstander ontdoen.

Het staat iedere cliënt van een GI vrij om bij gesprekken een vertrouwenspersoon mee te nemen. Vaak komen de vertrouwenspersonen van  Zorgbelang of Stichting Ouders & Jeugdzorg(voorheen De Noodkeet). De meeste GI’s verwijzen ook naar deze twee organisaties als u een klachtenprocedure heeft opgestart.

Verwacht mag worden dat bestuursorganen zich van hun verantwoordelijkheid in dezen terdege bewust zullen zijn en slechts in het uiterste geval tot weigering over zullen gaan.

Niet wenselijk

Over de ondersteuning van Zorgbelang en Stichting Ouders & Jeugdzorg hoor ik vaak wisselende geluiden. Ook mijn eigen ervaringen zijn wisselend met deze partijen. Groot probleem is dat beide organisaties met betaalde krachten werken. Hiermee is men direct een onderdeel van de zorgeconomie. Deze organisaties richten zich in hun rol dan ook op het begeleiden van de procedure maar kunnen niet of nauwelijks bewegen op de inhoud, in het bemiddelen of het sturen in de oplossing van de klacht. Maar ze zijn ook niet bezig met het grotere geheel: Het structureel oplossingen zoeken voor de problemen die er liggen. Want dan zou hun eigen bestaan overbodig worden en daarmee tot verlies van banen leiden. Dat is ook de reden waarom ik moeite heb met betaalde instanties die ondersteunen in dergelijke zaken. Daarbij is het vaak absoluut onduidelijk waar de gelden en donaties van deze partijen vandaan komen. En geldt nog altijd wie betaald bepaalt. Het is niet wenselijk dat de vertrouwenspersoon uiteindelijk betaald lijkt te zijn door de instantie waar tegen je een klacht hebt ingediend.

Eigen vertrouwenspersoon

Gelukkig kiezen steeds meer ouders om eigen vertrouwenspersonen mee te nemen. Mensen uit hun eigen netwerk die een nauwe band hebben met de persoon die ze begeleiden, de situatie goed kennen of ervaring hebben met dergelijke procedures.

Maar wat ons steeds meer opvalt is dat de GI’s vertrouwenspersonen weigeren. Een van de meest gehoorde redenen is dat er aan tafel vertrouwelijke informatie besproken wordt. Maar is dat niet de rol van de vertrouwenspersoon? Ondersteunen en begeleiden in het verwerken van informatie en de cliënt te helpen deze informatie goed te begrijpen en duiden. Het weigeren van een vertrouwenspersoon is een intimidatie van de cliënt door de GI.

Artikel 2.2. niet zomaar toepasbaar

In één case ging de klachtencommissie zover dat zij artikel 2.2. van de Algemene Wet Bestuursrecht inriep. Dit artikel stelt het volgende:

  1. Het bestuursorgaan kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren. 
  2. De belanghebbende en de in het eerste lid bedoelde persoon worden van de weigering onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. 
  3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten.

Echter het is een grondrecht dat elke cliënt zich mag laten begeleiden door die persoon die hij daarvoor het meest geschikt acht. Als de klachtencommissie van mening is dat zij dit verregaande artikel in roepen dan moet er wel heel veel aan de hand zijn. Want de toelichting op dit wetsartikel is wel heel  helder:

Met betrekking tot de uitoefening van zo’n algemeen en onbeperkt recht kan misbruik niet geheel worden uitgesloten. Het is niet verantwoord een bestuursorgaan tegenover een belanghebbende die zich op artikel 2.1.1 beroept, de bevoegdheid te onthouden de bijstand of vertegenwoordiging door een bepaalde persoon te weigeren. Daarom is deze bevoegdheid in navolging van artikel 41 van de AWR als uiterste maatregel in de regeling van bijstand en vertegenwoordiging opgenomen. Een vergelijkbare bevoegdheid treft men ook in de buiten­landse wetgeving aan, zoals bij voorbeeld in paragraaf 17(4) van het Duitse Verwaltungsverfahrensgesetz.
Van deze bevoegdheid zal een bestuursorgaan echter slechts in uitzon­derlijke gevallen gebruik mogen maken. Dit is in het eerste lid van het artikel tot uitdrukking gebracht door de voorwaarde van het bestaan van «ernstige bezwaren». Deze bezwaren kunnen van uiteenlopende aard zijn. Te denken is in de eerste plaats aan gevallen van evidente en ernstige ondeskundigheid. Ook kan gedacht worden aan gemachtigden die herhaaldelijk de normale gang van zaken, eventueel onder bedreiging van geweld, verstoren. Het behoeft geen betoog dat het bestuursorgaan van zijn bevoegdheid in geen geval gebruik mag maken om zich van een bekwame en daardoor «lastige» tegenstander te ontdoen. Verwacht mag worden dat bestuursorganen zich van hun verantwoordelijkheid in dezen terdege bewust zullen zijn en slechts in het uiterste geval tot weigering over zullen gaan.

Het is een grondrecht dat elke cliënt zich mag laten begeleiden door die persoon die hij daarvoor het meest geschikt acht.

In de motivering van de klachtencommissie werd echter gesteld dat de vertrouwenspersoon in kwestie zelf een klachtenprocedure had lopen en werd er een mening verkondigd over de relatie tussen de vertrouwenspersoon en de GI. Verder werd er gesteld, echter niet onderbouwd, dat er belangenverstrengeling zou zijn. Geen van deze punten zijn voldoende om artikel 2.2. van het AWB in te roepen. Echter de vereisten, ondeskundigheid en verstoring, zijn niet als motivatie gebruikt en kunnen ook niet onderbouwd worden. De belangenverstrengeling is een aanname en het is zorgelijk dat een klachtencommissie besluiten neemt op basis van aannames.

Brevet van onvermogen

Het lijkt er dan ook op dat in dit geval de GI zelf dan wel de klachtencommissie een bekwame en gekwalificeerde, en daarmee een geduchte en lastige tegenstander, willen weren bij de zitting van de klachtencommissie. Hiermee spelden zowel de GI als de klachtencommissie zich zelf een enorm brevet van onvermogen op en ontnemen een cliënt het recht om zich te laten bijstaan door de persoon van diens keuze.

Het weigeren van een vertrouwenspersoon kan dan ook niet zomaar. Indien een GI of een klachtencommissie een vertrouwenspersoon weigeren moeten ze dat dan ook goed en feitelijk onderbouwen. Bent u het niet eens met de weigering van een vertrouwenspersoon dan kunt u zich wenden tot uw advocaat of tot de Nationale Ombudsman. U dient de klachtencommissie en de GI hiervan te informeren en te verzoeken de behandeling aan te houden tot na uitspraak van de Nationale Ombudsman.

In deze case heeft de cliënt in overleg met de vertrouwenspersoon gekozen om een andere vertrouwenspersoon mee te nemen. De cliënt en de eigenlijke vertrouwenspersoon zijn van mening dat de klachtzitting moet gaan om de inhoudelijke behandeling en beoordeling van de klachten en dat deze niet afgeleid moeten worden door ruis als gevolg van een onzorgvuldige beslissing van die klachtencommissie. Hiermee tevens aantonend er geen sprake is van een onbekwame vertrouwenspersoon en dat er geen sprake is van belangenverstrengeling zoals gesuggereerd door de klachtencommissie.

De klachtencommissie is wel verzocht het eigen handelen te onderzoeken en hiervan een terugkoppeling te geven.

Advertenties

De linkse directe op de neus van JBB bestuurder Meuwissen

“Wat vertellen wij hier wat niet waar is?” Het was de vlijmscherpe reactie van Minke, één van de pleegmoeders van Baby Hannah, op een vraag van Twan Huys in RTL Late Night van 12 september jl. In een reactie naar de redactie had JBB gesteld dat zij de emoties van de pleegouders begrepen maar dat zij zich niet konden herkennen in de door hen geschetste verloop van de gebeurtenissen. Met de reactie van Minke kreeg JBB bestuurder René Meuwissen een linkse directe op zijn neus die goed is voor een verlies op punten. Bij de volgende klap zal hij zeker K.O. gaan. Mits hij niet al voortijdig door zijn coaches (de Raad van Toezicht van JBB) uit de ring is gehaald of door de scheidsrechters (Inspectie en Gemeenten) gediskwalificeerd is wegen vals spel.

Elke organisatie en de manier van werken van het personeel is een afspiegeling van de houding, kunde en moraliteit van zijn bestuurders.

‘Wij herkennen ons niet in wat er gezegd wordt’ is het standaard antwoord van elke organisatie die er niet voor wil uitkomen dat ze gefaald hebben. Het is het antwoord waarvan iedere Nederlander weet je hebt wat te verbergen en liegt om het vege lijf te redden. Het is ook het domste wat je als organisatie kan doen. Je laadt per definitie de verdenking op je en toon je overduidelijk aan dat je de ander niet serieus neemt omdat je gewoon keihard zegt dat jij vindt dat ze liegen. Zonder dat je dat onderbouwd met concrete bewijzen. Een beroep op de privacy is dan hun uitvlucht, maar de misstanden bij JBB en de grote hoeveelheid klachten tonen aan dat er structureel iets mis zit. En structurele fouten zijn nu eenmaal niet aan een dossier of privacy te koppelen. Daar moet je gewoon op antwoorden. Niet antwoorden is weglopen en weglopen voor structurele fouten is een teken van zwakte, incompetentie en een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

Zwartboek

Vorige week is in een zwartboek een groot gedeelte van de misstanden bij JBB blootgelegd. Circa dertig ouders hebben daar aan bijgedragen, zeven daarvan hebben het aangedurfd om hun dossier vrij te geven voor publicatie. Het zwartboek is ook aan de bestuurder van JBB toegezonden. En u kunt wellicht al raden wat zijn reactie was? Inderdaad: we herkennen ons niet in het geschetste beeld over JBB. Maar wat hij niet herkent vertelt hij niet. Vervolgens stelt hij al voor de tweede keer in 3 maanden dat hij met de samensteller van het zwartboek in gesprek is en blijft. Ook dat is pertinent niet waar en hiermee naar een ieder die hij nodig heeft om zijn organisatie overeind te houden(de wethouders in Brabant) een keiharde leugen vertellend.

De klachten dat René Meuwissen onzorgvuldig handelt zijn dan ook gegrond.(uitspraak klachtencommissie JBB 3 september 2018)

Dit soort reacties komen alleen van mensen en organisaties die bang zijn iets te verliezen, een reputatie of misschien de contracten met opdracht gevers. Maar iedere communicatiedeskundige weet dat dit de domste reactie is die je maar kan geven. Het toont nl. aan dat je totaal geen gevoel meer hebt voor je cliënten en de samenleving. En niet beseft met welke complexe materie de organisatie te maken heeft.

Op de vingers getikt

Het is nog schokkender als je beseft dat de bestuurder 2 dagen voor de publicaties over Baby Hannah keihard door zijn eigen klachtencommissie op zijn vingers getikt is. Van een bestuurder mag verwacht worden, zo stelt zijn klachtencommissie, dat hij uiterst zorgvuldig is in zijn communicatie en dat is hij niet.  Maar ook dat als hij aangesproken wordt op concrete zaken die fout gaan in zijn organisatie hij daar in zijn reactie op in moet gaan. De klachten dat René Meuwissen onzorgvuldig handelt zijn dan ook gegrond.  Als we dan nu zijn reacties analyseren op het dossier van Baby Hannah en het zwartboek dan zien we dat hij, wederom, niet zorgvuldig communiceert, hij beschuldigt immers de pleegouders en de samensteller van het zwartboek van emotioneel gedrag en liegen zonder dat de onderbouwen, daarnaast gaat hij niet in op concreet aangedragen zaken die fout gaan in zijn organisatie. Met andere woorden deze bestuurder heeft geen lerend vermogen en steekt direct na de uitspraak een dikke middelvinger op naar zijn klachtencommissie. Een grotere minachting naar de cliënten en de klachtencommissie kun je niet bedenken. Het is schokkend dat de Raad van Toezicht niet ingrijpt en de situatie bij JBB zo laat escaleren.

Voor mensen met het moraal als Meuwissen en Dekkers is namelijk geen ruimte meer in de jeugdzorg.

Maar het meest erge is dat met al zijn reacties en handelen onderschrijft René Meuwissen feitelijk alle kritiekpunten op zijn eigen gedrag en zijn organisatie. Want als hij zich al niets aantrekt van de uitspraak van zijn eigen klachtencommissie waarom zouden zijn medewerkers dat dan doen? En als je je niets aantrekt van de klachtencommissie en de uitspraken waarom zou je je dan aan de beschikkingen van de rechters houden? Elke organisatie en de manier van werken van het personeel is een afspiegeling van de houding, kunde en moraliteit van zijn bestuurders.

Zinkend schip

JBB is een zinkend schip, een Titanic die is gevaren tegen een berg van klachten van cliënten die het niet meer pikken hoe er met hun wordt omgegaan. René Meuwissen is de kapitein van dit schip. Het schip is tegen deze berg aangevaren omdat de kapitein beleidslijnen heeft uitgevaardigd die niet passen in Nederland maar verwacht kunnen worden in landen als Noord Korea of Venezuela. Hij heeft dat kennelijk gedaan omdat hij van mening was dat zijn schip onzinkbaar was, net als de echte Titanic. Zijn medewerkers lijkt hij geïnstrueerd te hebben met opdrachten die niet kunnen zoals het negeren van rechters, Raad voor de Kinderbescherming, externe deskundigen en ze vervolgens ook te vertellen als cliënten lastig doen je ze mag intimideren. In Rotterdam weten ze er alles van!

Hulde

Daarom hulde aan alle ouders die hebben meegewerkt aan het zwartboek over JBB, hulde aan Minke en Anne die gisterenavond het aan durfden om JBB op TV keihard aan te spreken over hun eigen leugens en falende beleid.

René Meuwissen dit is nog maar het topje van de ijsberg en als kapitein van jouw schip JBB ben en blijf je verantwoordelijk voor wat er gebeurd is en wat jouw mensen nu nog dagelijks doen. En de linkse directe op je neus van Minke is nog maar de eerste. Er komt nog het nodige aan want de cliënten van JBB zijn het zat, meer dan zat. En tegen deze maatschappelijke verontwaardiging ga jij niet opgewassen zijn.

Opstappen

Direct opstappen is niet alleen wenselijk maar geeft gelijk ruimte om extra schade bij de cliënten die nu nog aan jou organisatie gebonden zijn te voorkomen. Elke dag dat JBB volgens jouw beleidslijnen doorgaat zorgt voor meer en meer bloed aan jouw handen. Als je die professional bent die je stelt dat je bent dan trekken jij en Miranda Dekkers vandaag nog hun conclusies en stappen op en geven de Inspectie Gezondheid en Jeugd de ruimte om schoon schip te maken en alle dossiers te laten her beoordelen.

Voor mensen met het moraal als Meuwissen en Dekkers is namelijk geen ruimte meer in de jeugdzorg.

Direct opstappen van René Meuwissen is niet alleen wenselijk maar geeft gelijk ruimte om extra schade bij de cliënten die nu nog aan zijn organisatie gebonden zijn te voorkomen.

De boosheid en frustratie van JBB over een zwartboek

In de afgelopen weken heb ik een zwartboek samengesteld over de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming Brabant met als titel:  Jeugdbescherming Brabant de doodlopende weg in de jeugdzorg! Vorige week hebben de pleegouders van Baby Hannah in een interview een beeld geschetst over de fouten die de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant (JBB) heeft gemaakt voorafgaand aan en na de ontvoering. Het dossier Baby Hannah is een van de dossiers die is opgenomen in het zwartboek over JBB wat op 7 september jl. aan de gecertificeerde instelling is toegezonden. Afschriften van het zwartboek zijn o.a. gestuurd aan de Ministers Hugo de Jonge en Sander Dekker, Inspectie Gezondheid&Jeugd, rechtbanken in Brabant, alle gemeenten in Brabant en de tweede kamer commissie Jeugdzaken. 

Ik doe nu een dringende oproep aan de Tweede Kamer en de ministeries van VWS en J&V om een externe onderzoekscommissie in te stellen naar JBB en gedurende het onderzoek de bestuurder en het management op non actief te stellen.

In eerdere blogs heb ik al een aantal van de conclusies uit het zwartboek aangehaald, echter als je het geheel onder elkaar ziet en het volledige zwartboek leest dan kom je tot de conclusie die je niet verwacht en wilt zien in een land als Nederland en verbaas je je erover dat dit bij een instelling die volledig betaald wordt uit overheidsgeld kan.

De reactie van JBB op het zwartboek wordt door één van de gemeenten als volgt samengevat: “de boosheid en frustratie spat van hun brief aan de wethouders af!”

De volgende conclusies worden o.a. getrokken in het zwartboek:

  • Het is niet vanzelfsprekend dat JBB beschikkingen van de rechter opvolgt.
  • Interne klachtencommissie van JBB stelt vast dat de regiodirecteur de geheimhouding schendt.
  • JBB heeft geen mensen in dienst die verstand hebben van Ouderverstoting.
  • Bestuurder van JBB wordt door de interne klachtencommissie verweten dat hij niet professioneel communiceert met cliënten en geen antwoord geeft als hij wordt aangesproken op de fouten in zijn organisatie.
  • Adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming worden niet opgevolgd.
  • Er wordt onjuiste informatie aan de rechtbank verzonden met als doel de rechter te beïnvloeden.
  • Er wordt niet aan waarheidsvinding gedaan.

Dit zijn zomaar wat schokkende voorbeelden uit de werkwijze van JBB. Voorbeelden die voortkomen uit een analyse van een groot aantal dossiers. En de reactie van JBB baart mij grote zorg. Standaard reageert men met opmerkingen dat ouders die klagen emotioneel zijn en hun eigen aandeel niet kunnen zien. Men herkent zich nooit in het verhaal van een klagende ouder. Zo ook bij de ontvoering van Baby Hannah bleken dit de standaard antwoorden. Maar deze antwoorden tonen aan dat de bestuurder de opmerkingen van de ouders niet relevant vindt maar ook dat het bij deze instelling op bestuurlijk niveau ontbreekt aan gevoel en inzicht voor de complexe en emotionele materie waar JBB zich mee bezig houdt!

Het toont aan dat ook de bestuurder van JBB er niet voor terug deinst om de wethouders voor te liegen over de gang van zaken.

Ouderverstoting

Een jaar terug geeft bestuurder René Meuwissen in een interview aan dat zijn organisatie overstelpt wordt met een groeiend aantal hoog conflictscheidingen.Bij een hoogconflictscheiding is sprake van een cluster B stoornis bij 1 van de ouders, waardoor deze ouder de scheiding niet kan verwerken en in de vechtstand blijft staan. Er is dus sprake van slechts 1 ouder die blijft vechten.  10 tot 12 % van de bevolking heeft een dergelijke stoornis, wat duidelijk tot uiting komt in de hoog conflict scheiding, 15 % volgens het visiedocument echtscheiding van de rechtspraak.  Een toenemend aantal kinderen komt daarbij in een loyaliteitsconflict.  Door een gebrek aan kennis wordt ouderverstoting niet herkend en vervolgens ook niet erkend door JBB. In alle dossiers in het zwartboek is sprake van meerdere vormen van  kindermishandeling, waaronder ouderverstoting. Ouderverstoting  is begin dit jaar n.a.v. het rapport scheiden zonder schade erkend als emotionele kindermishandeling.  Door niet goed te handelen vergroot JBB de gevolgen hiervan. Uit internetfora blijkt duidelijk dat ouderverstoting een belangrijk en zorgelijk thema is, zo zorgelijk dat in de tweede kamer, mede op aandrang van het platform herken ouderverstoting, een motie is aangenomen om ouderverstoting strafbaar te stellen.

Veel cliënten gesproken

Ik heb met een groot aantal cliënten gesproken en de dossiers getoetst. “Zeven van deze cliënten hebben hun dossier vrijgegeven om uit te publiceren, wetende dat ze hiermee een risico nemen op sancties van JBB. Dit zwartboek is tot stand gekomen na gesprekken met diverse gemeenteraadsleden en wethouders die hun zorgen uitspraken over JBB. Men wilde graag een indringend beeld krijgen van deze instelling. Met die boodschap, en de wetenschap dat er door de Kinderombudsman al onderzoek werd gedaan in een specifiek dossier, ben ik aan de slag gegaan met de samenstelling. In het onderzoek van de Kinderombudsman wordt al gekeken of JBB zich aan de wet- en regelgeving houdt, het Haags Kinderrechtenverdrag wel gevolgd wordt en of men cliënten wel behoorlijk behandelt.

Met zijn antwoorden toont de bestuurder aan de opmerkingen van de ouders niet relevant te vinden maar ook dat bij deze instelling het op bestuurlijk niveau ontbreekt aan gevoel en inzicht voor de complexe en emotionele materie waar JBB zich mee bezig houdt!

Met dit zwartboek roep ik de controlerende organen, Minister, Inspectie en Colleges van B&W, op om de Gecertificeerde Instelling ter verantwoording te roepen en inzicht te geven in de werkwijze en bejegening van de cliënt. Maar tevens is in dit zwartboek te lezen hoe dingen anders zouden kunnen met adviezen voor zowel de landelijke als de lokale overheden. Hiermee is het niet alleen een boek om de instelling aan te spreken maar ook direct een pamflet om zaken in het belang van betrokken kinderen te wijzigen.

Reactie JBB

Het zal u niet verbazen, maar de bestuurder van JBB reageert niet rechtstreeks naar mij. Wel heeft hij naar de wethouders in de provincie Brabant een brief gestuurd waarin ze duidelijk maken dat ze zich niet herkennen in het zwartboek, er ongefundeerde en niet te onderbouwen stellingen in staan maar dat men omwille van de privacy en cliënten niet inhoudelijk er op in gaan. Ze degraderen het zwartboek tot mijn dossier maar gaan hierbij volledig voorbij aan de de ruim 25 cliënten die hun bijdrage hebben geleverd aan dit zwartboek. Verder geven ze aan dat ze met mij in gesprek zijn en dat ze mij zullen aanspreken dat dit niet de methode is om dit soort zaken aan te kaarten.

Het is opmerkelijk: al voor de tweede keer in krap 2 maanden stelt de bestuurder van JBB met mij in gesprek te zijn. Echter het laatste inhoudelijke gesprek met de bestuurder dateert van 6 juni jl. Nog ver voor de aanvang van de samenstelling van dit zwartboek. Het toont aan dat ook de bestuurder van JBB er niet voor terug deinst om voor de tweede keer in enkele weken de wethouders voor te liegen over de gang van zaken.

De handelswijzen van JBB en de reactie van René Meuwissen zou je verwachten in Noord Korea of Venezuela, niet in Nederland!

Het op deze manier aankaarten van zaken is niet de manier stelt men. Maar in alle dossiers die ik gezien heb is de rode draad dat er niets gebeurd met klachten. Door de eigen klachtencommissie gegrond verklaarde klachten worden afgedaan met slappe excuses om vervolgens weer over te gaan tot de orde van de dag. Gemaakte werkafspraken of afspraken voor gesprekken worden niet ingelost of nagekomen. De werkwijze van René Meuwissen is: we drinken een glas, doen een plas en ik laat alles zoals het was. En verder moet iedereen zijn kop dicht houden. En doe je je mond open dan krijgen de medewerkers de opdracht die cliënt onder druk te zetten met verregaande maatregelen waaronder staken van omgang, uit huis plaatsingen of uit de ouderlijke macht zetten. In meerdere dossiers die aan dit zwartboek hebben bijgedragen is al duidelijk dat de intimidatie van start gegaan is.

Eén van de gemeenten typeerde de brief als volgt: “de frustratie en boosheid spat van de brief van JBB af.” En die frustratie is begrijpelijk: want normaliter laten cliënten zich afschrikken door de intimidatie van de vazallen van Meuwissen. Echter deze cliënt niet!

Niet verwonderlijk

De reactie van JBB naar de gemeenten op het zwartboek is niet verwonderlijk. In het begeleidende schrijven aan de voorzitter van de Raad van Toezicht van JBB heb ik deze reactie al voorspeld. Omdat dit de standaard reactie is van de bestuurder op alles wat er over zijn clubje naar boven komt. Standaard wordt alles ontkend of niet herkend, is men in gesprek maar kan men in het kader van de privacy verder niets zeggen. Maar dit zwartboek richt zich niet op individuele cases. Het geeft een ontluisterend beeld weer over de werkwijze van JBB, het feit dat men zich heeft omgetoverd tot een staat in de staat. Een JBB waar de beleidslijnen duidelijk zijn dat men zich niet aan de wet- en regelgeving hoeft te houden. Maar wellicht begint dan nu de ouderdom toe te slaan bij Meuwissen en praat hij met zichzelf of voor de spiegel: want tegen iedereen zegt hij dat ze nog met elkaar in gesprek zijn maar niemand herkent zich in die uitspraken. JBB praat kennelijk veel maar vooral met zichzelf.

Maar JBB hoeft niet te reageren op individuele cases. Nee laat hem reageren op de aantijgingen die in het zwartboek staan als de rode draad en waarom ze niet kloppen. Maar dat kan Meuwissen niet omdat hij heel goed weet dat de aantijgingen stuk voor stuk wel kloppen. Dat beschikkingen niet opgevolgd worden, dat zijn regiodirecteur geheimhoudingsovereenkomsten schendt, dat er geen kennis van OVS is bij JBB (terwijl hij zelf op 27 september 2017 in de media stelt dat hij overstelpt wordt met vechtscheidingen en dus kennelijk niet heeft geanticipeerd op de problemen van zijn organisatie), dat hij zelf niet professioneel communiceert, adviezen van de raad niet opgevolgd worden, onjuiste informatie naar de rechtbank wordt verzonden en er niet aan waarheidsvinding wordt gedaan. Al deze punten en de reactie van Meuwissen zijn de symptomen van een bestuurder die zijn organisatie niet in de hand heeft en spartelt om niet te verzuipen in de beerput die hij zelf heeft gecreëerd. En met deze reactie aan de wethouders, maar niet naar mij, toont hij het gelijk van zijn klachtencommissie aan: René Meuwissen communiceert niet professioneel en geeft geen antwoord op de misstanden die aangedragen worden.

Laat de kinderen niet in de kou staan

De reactie van René Meuwissen zou je verwachten in Noord Korea of Venezuela. Maar niet in Nederland. Ik doe nu een dringende oproep aan de Tweede Kamer en de ministeries van VWS en J&V om een externe onderzoekscommissie in te stellen naar JBB en gedurende het onderzoek de bestuurder en het management op non actief te stellen. En voor alle gemeenteraden en colleges in Brabant: sluit geen langjarige verbintenissen meer af met deze GI af zolang ze niet bereid zijn om openheid te geven over hun werkwijzen en te reageren op de rode draad in hun handelswijzen.

Laat de kinderen die overgeleverd zijn aan de grillen en grollen van René Meuwissen en zijn organisatie niet in de kou staan en grijp in. Stel orde op zaken en stop Jeugdbescherming Brabant met hun verderfelijke manier van kapot maken van kinderen en het niet naleven van de spelregels die we met elkaar in Nederland hebben afgesproken en in wetten hebben vastgelegd. Nogmaals dit verwacht je in een land als Noord Korea of Venezuela, niet in Nederland..

Stop Kindermishandeling, Stop JBB, Stop René Meuwissen!

Maar wellicht begint dan nu de ouderdom toe te slaan bij Meuwissen en praat hij met zichzelf of voor de spiegel: want tegen iedereen zegt hij dat ze nog met elkaar in gesprek zijn maar niemand herkent zich in die uitspraken. JBB praat kennelijk veel maar vooral met zichzelf. 

Hoe bestuurder JBB zijn cliënten en klachtencommissie minacht

Naast mijn rol als vertrouwenspersoon heb ik zelf ook nog te maken met een OTS en een GI. In mijn situatie is dat Jeugdbescherming Brabant. Ook ik maak, net als de mensen die ik ondersteun, de meest onwaarschijnlijke dingen mee. En denk iedere keer weer: hoe veel dieper kunnen ze nog zinken? Want zoals uit deze blog blijkt legt de bestuurder van JBB, René Meuwissen, met zijn houding een bom onder de relatie tussen zijn JZW-ers en de cliënten, ouders en belanghebbenden en daarmee onder de jeugdzorg in Nederland. Dieper kun je bijna niet komen!

Mijn eigen dossier is, volgens Meuwissen,  inmiddels dusdanig complex dat als er gesprekken gevoerd worden deze plaatsvinden met de bestuurder/directie en advocaten, ook die van JBB, erbij, er onderzoeken lopen door de Nationale- & Kinderombudsman(resp. BOM en KOM), de inspectie G&J met smart op het rapport van de beide ombudsmannen wacht, de gemeente inmiddels een positie heeft ingenomen en er zelfs mediation geadviseerd werd om te zien of partijen alsnog tot een vruchtbare samenwerking konden komen.

De wijze waarop Dekkers liegt tegen de Klachtencommissie toont een groot gebrek aan respect naar de klager en de leden van de commissie maar nog meer het ontbreken van enig fatsoen.

In gesprek blijven

De Inspectie en de BOM/KOM zijn van mening dat partijen, in het belang van de hulpverlening voor de kinderen, in gesprek moeten blijven en adviseren begin december 2017 mediation tussen de GI en mij. Hoewel mijn vertrouwen in de GI en de JZW-er al ver onder het nulpunt was gedaald heb ik, in het belang van de kinderen, ingestemd met dit advies en deze ultieme poging. Het laatste inhoudelijke gesprek met de JZW-er was op 16 oktober 2017 dus het contact lag al even stil. Vanaf die datum heeft de JZW-er, mevrouw L. M., geen inhoudelijke reacties meer willen geven en blijft zij hangen in procedurele antwoorden.  Dat zij daarmee alle wettelijke voorschriften en termijnen negeert is haar kennelijk niet duidelijk of deert haar niet. Inspectie en BOM/KOM geven direct aan dat zij resp. gezien hun positie en de ver uiteen liggende standpunten, voor zichzelf geen rol zien als mediator. De gemeente vindt mediation op dat moment al een gepasseerd station en verwacht daar, gezien de halsstarrige houding van JBB, helemaal niets van. JBB schuift regiodirecteur Miranda Dekkers naar voren als gesprekspartner in de mediation.

Er wordt door mij een voorstel gedaan voor een mediator maar die wordt op basis van onjuiste informatie afgewezen.  Nadat Dekkers gewezen is op deze onjuiste informatie gaat ze schoorvoetend akkoord met de mediator maar krijgt deze op voorhand van Dekkers nog mee dat ze er ook nog van uit gaat dat de BOM als mediator kan gaan optreden. De BOM laat, desgevraagd, opnieuw weten aan Dekkers bij hun eerdere standpunt te blijven: zij gaan geen rol spelen in de gesprekken tussen partijen. Voornaamste reden nu lijkt te zijn om onafhankelijk te blijven in het onderzoek naar JBB wat inmiddels door de BOM en KOM is aangekondigd.  Een nederlaag voor Dekkers: ze zal het moeten doen met deze mediator.

Geheimhoudingsovereenkomst

Kern van een mediation is vertrouwelijkheid. Beide partijen tekenen een geheimhoudingsovereenkomst zodat niets van de mediation en wat er aan tafel besproken wordt naar buiten gaat. Ook een eventuele slotconclusie en alle correspondentie valt onder de vertrouwelijkheid. En mag dus niet gedeeld worden. Ook niet intern. De enige die direct geïnformeerd mag worden is de jeugdzorgwerker L.M. Dit omdat zij inhoudelijk verantwoordelijk is voor het dossier. L.M. zal ook in de mediation betrokken worden en tekent, net als Dekkers, een geheimhoudingsovereenkomst.

Over de mediation kan ik dan ook niets anders zeggen dan dat het een aantal zeer interessante gesprekken heeft opgeleverd die mij veel geleerd hebben over gespreksstrategieën die je kan toepassen als GI. En hoe je dergelijke strategieën kan doorzien in  handelingen, correspondentie en de non-verbale communicatie aan tafel. Na een aantal gesprekken stelt de mediator vast dat zij de mediation gaat staken.  In verband met de geheimhouding kan ik ook daar niets anders over zeggen dan dat de mediator kennelijk van mening is dat er geen basis meer  is om te komen tot vruchtbare gesprekken en dus een samenwerking.

Voor een regio directeur van een GI is het zorgelijk dat ze zulke aannames doet. 

Munitie

Direct aansluitend aan de mededeling van de mediator dat ze de mediation gaat staken, zie ik mails voorbij komen tussen Dekkers en de mediator die mij een vreemd gevoel geven. Enkele dagen na beëindiging van de mediation is er namelijk een zitting gepland met betrekking tot de OTS van mijn kinderen. In de stukken  betreffende deze zitting is al duidelijk dat L.M. poogt een bepaald beeld te schetsen van mij, echter zij beschuldigd mij van veel maar kan geen enkel punt hard maken en onderbouwen met bewijs in die stukken. Er is dus kennelijk meer munitie nodig.

Nu staat er in de geheimhoudingsovereenkomst van de mediation ook dat de mediation niet gedeeld mag worden met de rechter. Maar u voelt hem net zo goed aankomen als ik: L.M. zal in de rechtszaal gaan stellen dat ik de schuldige ben voor het beëindigen van de mediation. Doel hiervan is om aan te tonen: met deze vader valt niet te werken.

Misselijke actie

En zo gebeurde het ook. De zittingsvertegenwoordiger van JBB, F. van A. wapperde kwistig met mails uit de mediation. En citeerde hier letterlijk uit. Hiermee werd niet alleen duidelijk dat de geheimhouding intern geschonden was, F. van A. had de mails immers niet mogen hebben, maar nu ook extern: ze mocht er al helemaal niet over spreken laats staan hieruit citeren. JBB heeft niet alleen de geheimhouding geschonden naar de rechtbank maar in de zaal zat ook mijn ex partner. Er is uiteraard direct in de zitting bezwaar aangetekend bij  de rechter en aangegeven dat met zo’n instelling van de GI er niet verwacht mag worden dat er ooit nog een samenwerking kan komen en er vertrouwen zal zijn. De rechter toonde zich verbaasd over de handelswijze van de GI. F. van A. probeerde nog aan te tonen dat met mijn bezwaar haar onderbouwing (“meneer tekent overal bezwaar tegen aan”) voor het beëindigen van de mediation alleen maar ondersteund werd. Een misselijke actie met als doelstelling het framen van een voor L.M. lastige gezag hebbende ouder zonder enige grond. Het lijkt erop dat L.M. en F. van A. persoonlijk geïnstrueerd zijn door Dekkers zelf om alles te doen wat in hun macht ligt om mij zwart te maken bij de rechter, ook al moeten daarvoor overeenkomsten, wetten en fatsoensnormen geschonden worden. En smaad gepleegd worden.

Na de zitting is Dekkers direct door mij aangesproken. Zij beriep zich op het feit dat ze van mening was dat de mail over de reden van de beëindiging, die overigens voor de beëindigingsbrief kwam en dus binnen de mediation!!, niet meer tot de mediation zou behoren en dus naar buiten gebracht mocht worden. Daar heeft de mediator haar, desgevraagd, heel snel van duidelijk gemaakt dat dat een verkeerde aanname was. Voor een regio directeur van een GI is het zorgelijk dat ze zulke aannames doet wetende waar ze voor getekend heeft. Maar ondertussen was ik al beschadigd in de rechtbank.

Daarmee heeft Meuwissen een bom gelegd onder het respect wat cliënten en jeugdzorgwerkers voor elkaar moeten hebben. Hiermee schaadt hij de belangen van de  jeugdzorg in zijn geheel.

Verzuim

Uiteraard heeft mijn advocaat de GI en Miranda Dekkers persoonlijk in verzuim gesteld. Ze heeft nog gepoogd daar onderuit te komen maar heeft uiteindelijk de aansprakelijkheid doorverwezen naar de aansprakelijkheidsverzekering van JBB. Om tot een oplossing te komen stelde ze een nieuwe mediation voor met een andere mediator. Ook deze zagen we aankomen omdat, zoals al eerder gesteld, de vorige mediator niet haar keus was. Ik denk dat ieder weldenkend mens nu kan inschatten welke strategie Dekkers en L.M. hebben gevoerd en waar op aangestuurd lijkt te zijn in de mediation. En die strategie was niet om er uit te komen met elkaar! Los van de verzuim/aansprakelijkheidsstelling is er uiteraard een klacht tegen Dekkers ingediend bij de Klachtencommissie(KC)van JBB.

Diepe droefenis

In de zitting van de KC was de verdediging van Dekkers diepe droefenis. Het was overduidelijk dat zij de zitting niet of nauwelijks had voorbereid. Dekkers was van mening dat de dingen die gezegd zijn in de rechtszaal gezegd konden en mochten worden omdat dat in het belang van de zaak was en er daarmee een compleet beeld gegeven zou worden aan de rechter.  Op de vele vragen van de KC had ze niet of nauwelijks een afdoende antwoord en moest tijdens de zitting zelfs toegeven op een gerichte vraag van de KC dat  de geheimhoudingsovereenkomst inderdaad geen ruimte toeliet om ook maar iets in de rechtszaal te zeggen. Letterlijk gaf Dekkers op die vraag het volgende antwoord: “als u de geheimhoudingsverklaring zo bekijkt heeft u gelijk!” Maar ze zegt ook: “Ik heb mails van de mediator waaruit opgemaakt kon worden dat ze toestemming heeft gehad om dit wel in de rechtszaal te gebruiken.” De KC en ik hebben direct gesteld dat wij die mails wilden zien. Dit was geen probleem volgens Dekkers.

Maar er kwam niets, niet anders dan een mail aan de KC, en niet ook aan mij zoals toegezegd, dat zij toestemming aan de mediator had gevraagd de betreffende mails met ons te delen maar dat ze nog geen reactie had gekregen van de mediator. Vreemd want de mediator reageert normaliter binnen 24 uur.  Zelfs in het weekend.

Het handelen van Miranda Dekkers is ronduit schofferend.

Geen toestemming mediator

Toen ik na een aantal weken nog niets gehoord had, heb ik aan de KC gevraagd wat de stand van zaken was en of de mails er al zijn. De KC wees mij op de eerder benoemde mail  van Dekkers aan de mediator. Ik heb daarna de mediator benaderd en gevraagd of zij Dekkers al geantwoord had. Binnen enkele minuten, zoals te doen gebruikelijk bij deze mediator, melde ze dat ze vrijwel direct geantwoord had aan Dekkers. Ik heb deze informatie doorgezet aan de KC en gevraagd navraag te doen bij Dekkers waar de mails blijven.

Wederom hoorde ik enkele weken niets. Opnieuw naar de mediator met de vraag wat zij dan geantwoord heeft aan Dekkers en of ze mij kon voorzien van de mails. Kort daarna kreeg ik een reactie van de mediator dat zij Dekkers geen toestemming heeft geven die mails te openbaren omdat die onderdeel zijn van de mediation. Met die redenering van de mediator is het dan wel heel vreemd dat diezelfde mediator wel aan Dekkers toestemming gegeven zou hebben om aan de rechter dingen te vertellen.

Dekkers kan haar stelling dat zij toestemming heeft gekregen van de mediator dan ook niet onderbouwen met de door haar zelf benoemde “toestemmingsmails”.  Toen ik de mediator vertelde dat Dekkers bij de KC stelde dat zij toestemming had gehad van de mediator was de reactie van de mediator heel duidelijk: er is nooit toestemming gegeven om ook maar iets met de rechtbank te delen. Niet aan mij en niet aan Dekkers. Uiteraard is de KC volledig op de hoogte van alle informatie die van belang is voor de behandeling van deze klacht. De uitspraak kan dan ook met vertrouwen worden afgewacht.

Schofferend

Het handelen van Miranda Dekkers is ronduit schofferend. De wijze waarop ze de geheimhoudingsovereenkomst schendt toont aan dat ze totaal geen respect heeft voor (de rechten van) de cliënten van haar instelling. De wijze waarop Dekkers liegt tegen de KC toont een groot gebrek aan respect naar de klager en de leden van de commissie maar nog meer het ontbreken van enig fatsoen. Maar dit handelen  toont ook een gebrek aan inzicht en besef van de ernst van de situatie. Het toont een totale onderschatting van de cliënt aan of wellicht nog meer een overschatting van de intimidatiekracht van Dekkers en de GI. Als de situatie al zo op scherp staat weet je dat elke leugen die je doet direct opgepakt wordt. En toch doorgaan in de leugen om zo je hachje te redden in plaats van erkennen dat je een fout gemaakt hebt en daarvoor op de blaren te gaan zitten.

In het bedrijfsleven zou een medewerker, om het even op welk niveau, die dit doet op staande voet zijn ontslagen. Elke andere medewerker van JBB zou eveneens geslachtofferd zijn. Maar niet Miranda Dekkers. Bestuurder René Meuwissen, die als leidinggevende van Dekkers aanwezig was bij deze zitting, en dus getuige van het gedraai en gelieg, houdt Dekkers in functie. Maar met dit falen en deze houding is heeft zij zichzelf totaal onmogelijk gemaakt en onbetrouwbaar. Voor dergelijke mensen is in mij ogen geen plaats in de hulpverlening en al helemaal niet op een plek waarbij zij moet omgaan met cliënten. Deze handelswijze geeft een totaal verkeerd voorbeeld aan de medewerkers en de cliënten, de kinderen, waarvoor zij daar zit. Dekkers is voor mij dan ook geen serieuze gesprekspartner meer omdat ik geen enkel woord van wat zij zegt nog kan vertrouwen dat zij de waarheid spreekt. En heel vervelend niemand die met haar spreekt kan daar nu nog van uit gaan.

Houding bestuurder legt bom onder jeugdzorg

Meuwissen is één van de voormannen van de Jeugdzorg in Nederland. Door niet in te grijpen en Dekkers te laten zitten toont hij zijn complete minachting voor de cliënten van zijn instelling en de leden van de KC. Gezien zijn positie binnen Jeugdzorg Nederland is hij hiermee het toonbeeld geworden voor alle medewerkers van de verschillende Jeugdzorg instellingen in hoe arrogant en minachtend je mag zijn naar cliënten, ouders, andere belanghebbenden en de KC. Want als zij het mogen doen dan mogen wij het ook! Maar ook het werk van de KC wordt zeer bemoeilijkt: de KC kan er niet meer van uitgaan dat de medewerkers van de GI de waarheid spreken nu de directie het al niet doet.

Daarmee heeft Meuwissen een bom gelegd onder het respect en fatsoen wat cliënten en jeugdzorgwerkers voor elkaar moeten hebben. Hiermee schaadt hij de belangen van de cliënten, de belanghebbende ouders, alle jeugdzorgwerkers en de jeugdzorg in zijn geheel.  Voor dit soort opportunisten en minachtend gedrag is geen plek binnen de jeugdzorg. Het zou jeugdzorg Nederland sieren de behoorlijkheidswijzer van de BOM te gaan opleggen aan de GI’s, die na te leven, schoon schip te gaan maken en daarbij te gaan kijken buiten het eigen incestueuze old boys netwerk voor de vervanging van de huidige mastodonten van de jeugdzorg. In het belang van de kinderen die nu en in de toekomst aan clubs als die van Meuwissen worden toegewezen.  Het zou René Meuwissen sieren dat hij daarbij ook zijn conclusies trekt en beseft dat zijn tijd gekomen is om afscheid te nemen.

Geen stap verder

En wat betreft mijn eigen dossier. De mediation is gestaakt, er lijkt geen basis te zijn voor verdere gesprekken. Er is aan beide zijden totaal geen vertrouwen in elkaar. Iedere weldenkende bestuurder, die handelt in het belang van de kinderen, zal dan stellen dat als er geen vertrouwen is tussen partijen dat er ook nooit sprake kan zijn van een samenwerking. Dan beëindig je die. Niet Meuwissen. Zelf stelt hij per mail dat er geen samenwerking meer mogelijk is tussen L.M. en mij en dat dat niet in het belang van de kinderen is. Dan zou je maatregelen verwachten. Helaas ook hier  weigert Meuwissen die te nemen hiermee duidelijk makend dat de belangen van de kinderen hem niets doen. Een grotere bevestiging van zijn minachting voor zijn cliënten – de kinderen die aan JBB zijn toegewezen – en mij kan hij niet geven. En oja, het laatste inhoudelijke gesprek over de OTS dateert nog altijd van 16 oktober 2017. We zijn geen stap verder.

De partijdigheid van de JZW-er blootgelegd

Als ervaringsdeskundige ten aanzien van het falen van de Jeugdzorg in Nederland word ik regelmatig gebeld en gemaild door mensen die ten einde raad zijn. Zo kwam ik begin dit jaar in contact met een moeder bij wie de twee kinderen met medewerking van JBB weggehouden zijn bij hun moeder.

Aan de telefoon gaf ze aan dat een zekere L.M. haar jeugdzorgwerker was. Toevalligerwijs ook mijn JZW-er, en mijn interesse was direct gewekt. Ik heb voor enkele dagen later een afspraak gemaakt. Het gesprek met deze moeder leverde mij een hele middag niet alleen maar deja vu gevoelens op maar ook een grote rij van trieste herkenningen. Ik heb haar verhaal aangehoord wat ze gelijktijdig onderbouwde met duidelijke  bewijzen.

“Bovendien heb ik zelf(bijzonder curator)ervaren dat de voogd(L. M.) die hierbij betrokken was teveel in het kamp van vader is gezogen.”

Dit is ook gelijk mijn werkwijze. Ik wil elk verhaal aanhoren maar pel vervolgens de emotionele schil van het conflict er van af om zo tot de kern van het verhaal te komen en me te richten op de feiten. En die feiten moeten met bewijzen onderbouwd kunnen worden. Ik neem niets zomaar aan en zal geen enkele mening als feit vastleggen als het niet is aangetoond. Als een JZW-er iets stelt in het dossier dan wil ik daarvan ook de bewijzen zien danwel het tegenbewijs ter ondersteuning van de ontkenning. Daarnaast wil ik de vrijheid hebben die bewijzen op echtheid te kunnen toetsen. De adviezen die ik vervolgens geef zijn gericht op wat het in het belang is van de kinderen en de betreffende ouder(s). Een werkwijze waar ik wel eens van denk: dat zouden de jeugdzorgwerkers ook eens moeten doen. En alles wat niet met bewijzen onderbouwd wordt direct opzij leggen en die ouder schriftelijk manen alleen nog maar met feiten te komen. Maar helaas is dat voor de gemiddelde jeugdzorgwerker te hoog gegrepen.

In het kamp van vader gezogen

Terug naar het dossier. Ik heb het volledige dossier in de afgelopen periode bestudeerd en kwam hier een aantal opvallende zaken tegen. Ondertussen heb ik de moeder bijgestaan in de opstart van de nodige procedures tegen de GI.

De betreffende moeder had een lang en zeer vervelend traject met de JZW-er L. M. Er is zelfs extern vastgesteld dat er getwijfeld mag worden aan de neutraliteit van de JZW-er. De bijzonder curator(BC), die door de rechtbank was aangewezen voor dit dossier, stelde in haar rapport aan de rechtbank vast: “Bovendien heb ik zelf(bijzonder curator)ervaren dat de voogd(L. M.) die hierbij betrokken was teveel in het kamp van vader is gezogen.”

Jezelf als JZW-er dan op gelijke hoogte zetten met een NIP geregistreerde psycholoog toont een zeer grote hoogmoedswaanzin.

Ik zal het volgende voorbeeld hierbij geven: in de aanvangsfase van dit dossier heeft  de vader aan de JZW-er L. M.  de wens uitgesproken dat de kinderen naar hem zouden moeten komen en dat zij daar hoofdverblijfplaats zouden moeten krijgen.  Zonder duidelijke aanleiding is de JZW-er het spoor van vader gevolgd. Zij neemt contact op met de advocaat van vader, om gezamenlijk het verzoekschrift voor te bereiden.  Op basis van de aanwezige correspondentie is direct duidelijk dat de JZW-er inderdaad niet neutraal is. Zij stelt de argumenten voor deze UHP op voor de advocaat van vader. Vervolgens adviseert ze  de advocaat van vader om het verzoek zelf in te dienen omdat dat ‘veiliger’ is: dit geeft meer kans van slagen en JBB zou achterover kunnen leunen.

Een ander opvallend punt in dit dossier is onder andere  een RITAX waarin wordt gesteld dat moeder aan borderline zou lijden. Deze conclusie wordt zonder brondocument en verder onderzoek door L.M. vastgelegd in het dossier en komt telkens weer terug.  Moeder is nimmer gediagnosticeerd als borderlinde patiënt. Het blijkt de mening van vader te zijn die door L.M. als feit is vastgelegd. Het is voor moeder een zeer lastig punt: telkens wordt ze geconfronteerd met deze diagnose die niet gesteld is en haar op achterstand zet in haar strijd om haar kinderen en rechten. Hiermee is duidelijk dat de wettelijk verplichte waarheidsvinding bij L.M., en daarmee bij JBB, niet nageleefd wordt. Het zou JBB sieren als zij per direct deze diagnose zouden verwijderen en daarna het complete dossier opnieuw  laten beoordelen door een externe professional met de vraag of, zonder deze onterechte diagnose van borderline, de juiste beslissingen genomen zouden zijn.

Een goede JZW-er laat de conclusies over aan de professionals en gaat aan de slag met de adviezen in plaats van zelf als amateurpsycholoog te gaan spelen.

In het zelfde rapport van de BC, die overigens een psychologische achtergrond heeft met kennis van OVS, wordt gesteld: “Het is niet direct in het belang van de kinderen dat zij de vaste verblijfplaats bij de vader krijgen.”  Elders stelde de BC ook vast dat “vader niet in staat was om weerwoord te bieden aan de kinderen en op één lijn te gaan zitten met de moeder. Hierdoor was duidelijk dat de kinderen de vader emotioneel chanteerden (en andersom) en  de dienst uitmaakten. “

Dergelijke conclusies tonen aan dat er bij vader geen stabiele en goede basis is voor een gezonde opvoeding met een vast verblijf en een bron voor OVS. De rechter neemt het rapport over en beveelt uitvoering te geven aan het rapport. De rechter geeft daarbij aan dat er onderzoek moet komen naar OVS. Desondanks blijft L.M. vast houden aan de ingezette lijn dat de kinderen naar vader moeten. Met het rapport van de BC gebeurt niets. De conclusies van de BC worden weggestreept tegen de bevindingen van L.M. om zo de eigen mening en beleidslijn te vergoelijken en te blijven volgen. Hiermee plaatst L.M. zich op gelijke hoogte met de BC qua positie, qua kennis en expertise. De BC is een  NIP geregistreerde psycholoog terwijl L.M. niet meer en minder is dan een JZW-er zonder verder aantoonbare kwalificaties. Jezelf dan op gelijke hoogte zetten met een geregistreerde psycholoog toont een zeer grote hoogmoedswaanzin met kennelijk als enig doel: je eigen zin doordrijven. Een goede JZW-er laat de conclusies over aan de professionals en gaat aan de slag met de adviezen in plaats van zelf als amateurpsycholoog te gaan spelen.

De zogenaamd verzonden brief

Een ander opvallend punt in dit dossier is een al dan niet verzonden brief door L.M. aan de rechtbank. Er is een zitting geweest waarin een rapport van een externe deskundige besproken is en waarvan de rechter van mening was dat hier wat mee diende te gebeuren.  Op enig moment vraagt moeder bij L.M. naar de stand van zaken. Ze krijgt geen bevredigend antwoord van L. M.  Ze vraagt daarna of L. M. het proces verbaal van de zitting wil opvragen waarin het rapport van de deskundige besproken is en de rechter L. M heeft aangegeven de opmerkingen van de deskundige serieus te nemen.  L.M. zegt toe maar doet wederom niets. Na een tweede verzoek geeft L. M. aan dat zij een brief zal sturen aan de rechtbank met het verzoek voor een proces verbaal. De moeder blijft wachten en krijgt vlak na haar derde(!!) verzoek te horen dat de rechtbank alleen een proces verbaal verstrekt als er een hoger beroep wordt aangetekend. En u raadt het al: door het wachten van L. M. is de beroepstermijn verstreken en kan er geen hoger beroep meer ingediend worden en dus ook geen proces verbaal opgevraagd worden. Hiermee de burgerrechten van een belanghebbende negerend.

Moeder laat het er niet bij zitten en belt de rechtbank. De rechtbank ontkent een brief te hebben gehad van L. M. of de GI met het verzoek tot een proces verbaal.  Daarna handelt deze moeder heel voorzichtig en uiterst slim: ze vraagt aan L. M de brief op. Na enig aandringen krijgt de moeder de brief toegezonden. Het blijkt een word document te zijn.  Een document zonder briefhoofd en ondertekening. Moeder  wordt in de waan gelaten dat de brief verstuurd is. Maar het bleef aan haar knagen. Ze voelde dat er iets niet klopte. Echter toen ik het document onder ogen kreeg en ging bestuderen viel mij iets op: de datum van de brief week totaal af van het moment dat het document voor het eerst was aangemaakt. Het document is voor het eerst aangemaakt op 6 juli 2016 terwijl de brief is gedateerd op 17 mei 2016 ongeveer 6 weken daarvoor. Bij verdere bestudering van de documenteigenschappen bleek dat de brief zelfs nog nooit was afgedrukt. Het document was 9 minuten voordat hij naar moeder werd gemaild  pas gemaakt. Een mooier staaltje van misleiding kun je niet bedenken en een duidelijk signaal dat de brief inderdaad niet verzonden was aan de rechtbank zoals door de rechtbank al eerder bevestigd. CSI was hierbij niet nodig. We kunnen dan ook niet anders vaststellen dat L. M. in dit geval gelogen heeft tegen de moeder. In een eerder blog heb ik al aangegeven dat de gebiedsmanager G.S. van JBB zegt dat hij problemen heeft als zijn mensen liegen! Nou hier heb je er een. Met de vraag wat gaan jullie aan de liegende  L. M. binnen JBB doen?

(NB Ik heb nadat het dossier bij mij binnen kwam navraag gedaan bij de betreffende rechtbank over het beleid rondom het verstrekken van een  proces verbaal. Dit leverde het navolgende antwoord op: “Indien er een Hoger Beroep wordt ingediend wordt er automatisch een proces verbaal uitgewerkt. Indien één van de direct betrokkenen zwaarwegende reden heeft om een proces verbaal te krijgen dan kan hiertoe een verzoek ingediend worden. Het is dan aan de rechtbank te bepalen of het proces verbaal beschikbaar wordt gesteld.” Het antwoord van L.M. aan moeder is dus gedeeltelijk bezijden de waarheid en heeft er alle schijn van dat L.M. bewust wilde voorkomen dat het proces verbaal beschikbaar zou worden gesteld. De rechtbank heeft in dit geval het proces verbaal alsnog beschikbaar gesteld.. L.M. had het proces verbaal dus ook gewoon kunnen verkrijgen.)

Klacht- en tuchtprocedure

De kinderen zijn desondanks, en tegen het advies van de BC, toch definitief bij vader geplaatst op verzoek van JBB. Vader heeft elke poging tot hulpverlening gesaboteerd, onder toezicht van JBB. En na 2 jaar is de OTS beëindigd zonder resultaat. Moeder staat zonder kinderen. Er is niet eens een eindgesprek geweest met moeder. Moeder houdt zich sterk en is bezig met het verwerken van het (inmiddels opgelopen) trauma. Er wordt (ook) in dit dossier door  een externe partij onderzoek gedaan. Er loopt nog een klachtenprocedure bij de GI en de voorbereidingen voor een tuchtprocedure worden opgestart. Ook in die procedures kan moeder op mijn steun blijven rekenen..  Daarnaast zou een excuses van L.M. en het door haar aanvaarden van elke aansprakelijkheid voor de nadelige  gevolgen  die moeder ondervindt  nu zij onterecht heeft vastgelegd dat moeder aan borderline zou lijden, een stapje kunnen zijn om moeder te helpen bij het verwerken van haar trauma.

De pion in het schaakspel

En L.M.? Moeder heeft klachten geuit over het vele falen en het vertrouwen in L.M. opgezegd. Na heftig tegenspartelen is door de gebiedsmanager M.S. uiteindelijk, na 3 maanden strijd, L.M. van het dossier afgehaald. Hiermee lijkt L.M. de pion geworden die geofferd is in het schaakspel tussen moeder en de GI omdat haar falen en partijdigheid niet meer ontkend konden worden. Partijdigheid die door de BC in haar rapport feilloos is bloot gelegd.

Onder de nieuwe JZW-er veranderde er niets in de bejegening van moeder. Kennelijk moest de geofferde pion L.M. nog gewroken worden waarbij de belangen van de kinderen volledig uit het oog verloren zijn gegaan bij de GI.

Het is triest dat iemand als L. M. op een dergelijke functie kan blijven zitten. Ze is in meerdere dossiers betrapt op liegen en verdraaien van feiten. Er zijn zelfs externe deskundigen die niet meer met haar willen communiceren. Er loopt zelfs een aangifte tegen haar wegens smaad. Desondanks laat René Meuwissen, bestuurder van JBB haar zitten. Het lijkt erop dat zij de vuile klusjes van hem en zijn regio directeur Miranda Dekkers moet opknappen. Anders kan je het niet bedenken. Ze is inmiddels in een dusdanige positie geduwd dat ze aangeschoten wild is en alleen nog maar fouten kan maken. Ze is de lokeend die de aandacht moet afleiden van het falen van het grote opperhoofd. En als ze uiteindelijk de onvergefelijke fout maakt dan wordt ze keihard afgeserveerd door Meuwissen en laten ze haar waarschijnlijk keihard vallen.  Het is haar lot: het lot van een pion in het schaakspel van Meuwissen. Hij vergeet daarbij 1 ding: met kinderlevens speel je niet!

Als Meuwissen een echte manager is die een goed hart heeft voor de kinderen en zijn medewerkers dan beseft hij dat hij L.M. niet kan laten lopen als aangeschoten wild. Niet in het belang van L.M zelf maar ook niet in het belang van die kinderen. Ze staat door alle procedures tegen haar onder een dusdanige druk  dat ze niet meer vrij kan handelen in die dossiers. Ieder weldenkende manager kan dat beseffen en zou zijn medewerker in bescherming nemen en haar van haar werkzaamheden vrijstellen. Maar niet René Meuwissen. Dit toont aan dat het bij Meuwissen niet meer gaat om de kinderen maar het overeind houden van zijn imperium. Maar dat imperium staat op wankelen. Er zijn talloze dossiers binnen JBB waar veel mis is. Cliënten verenigen zich en zullen niets meer zomaar aannemen en gaan hun rechten opeisen.  In dat opzicht weet ik dat het voor Meuwissen en heel JBB een hele hete herfst  gaat worden.

Jaarverslagen GI’s/Zorgen om klachtcijfers JBB

Naar aanleiding van mijn blog van gisteren over het jaarverslag van JBB heb ik de nodige reacties gehad van lezers over de verplichtingen van een  GI betrekking tot het bekend maken van hun cijfers. En hoe het met andere GI’s zit ten aanzien van hun informatie en jaarverslagen. Tevens nog een aanvulling op mijn visie ten aanzien van de klachtcijfers van JBB.

Elke GI heeft de verplichting om hun jaarverslagen aan te melden bij het ministerie van VWS. Er is daar een portal waar men de informatie kan uploaden en kan terug vinden. Hier kan iedere burger zoeken naar de gegevens van zijn of haar GI. Daarnaast dient iedere GI ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Ook hier hebben ze een publicatieplicht maar deze geldt alleen voor het financiële jaarverslag. Ook hier kun je, tegen betaling, inzage krijgen in de financiële cijfers van de GI. In hoeverre de GI’s de verplichting hebben om een verslag openbaar te plaatsen op hun website is mij niet bekend.

Kwaliteit sommige verslagen ronduit slecht en soms heel oud

Toen ik op onderzoek zoek was bij de 15 GI’s die zijn aangesloten bij Jeugdzorg Nederland was dat wel even schrikken. De jeugdzorg in Nederland is een behoorlijk gesloten bolwerk die niet graag inzage lijkt te willen geven in hun resultaten. In een aantal gevallen was het verslag zo te vinden, maar bij de meesten koste het wel even tijd en kan me indenken dat iemand die dat niet dagelijks zoekt het ook niet zomaar even kan vinden. Daarnaast waren in een aantal gevallen de laatst gepubliceerde verslagen van 2015 of 2016. Onderaan deze blog heb ik de links gezet naar de meest actuele jaarverslagen die er zijn van de verschillende GI’s.

Maar ook de kwaliteit van de verslagen is soms ronduit triest. In sommige gevallen is de verantwoording op de site niets meer en minder dan een leaflet met wat ze doen en hoe goed ze het dan doen, nauwelijks enige cijfers over hun performance en geen financiële verantwoording. JBRA spant wat dat betreft wel de kroon met een uitgebreide presentatie waar niet 1 cijfer naar voren komt over hun performance.

Maar het lijkt me als GI, die betaald wordt en leeft van gemeenschapsgeld, wel het minste wat ze kunnen doen: jezelf verantwoorden aan de gemeenschap. En doe dat dan niet op sneaky plekken op je website, het kost soms echt heel wat zoekwerk om een jaarverslag te vinden, maar maak te allen tijde een menuknop ‘over ons’ en maak daar een submenu met ‘jaarverslag’.

Mijn blog was mij niet te doen om JBB op voorhand al aan de schandpaal te nagelen. Maar ik was gewoon benieuwd naar de resultaatontwikkeling. Ik had daarvoor eerder al het jaarverslag 2016 bekeken. Maar bij het lezen van 2017 en de opmerking over het lagere aantal klachten was mijn aandacht getrokken en heb toen ook de versie 2016 er nog eens bij gepakt. Hierdoor merkte ik dat er dingen niet klopten en ben eens verder gaan lezen en rekenen.

Echt belangrijke resultaten ontbreken

Overigens verdient JBB wel een compliment. Er zijn maar heel weinig GI’s in Nederland die op een dergelijke uitgebreide manier zichzelf verantwoorden, ook al is het een opgepoetst plaatje voor de buitenwereld. Want de echt belangrijke resultaten staan er niet in (bij geen enkele GI overigens): in hoeveel procent van de dossiers de vooraf gestelde doelen zijn gehaald en in hoeveel procent van de dossiers de doelen niet zijn gehaald en een OTS zonder resultaat is beëindigd. Dit lijken me juist cijfers die van belang zijn voor de gemeenten om te sturen ten aanzien van de inkoop van  de hulpverlening in de eigen omgeving.

Een jaarverslag moet dan ook een duidelijke verantwoording zijn over de ontwikkeling van de GI. Los van de complete financiële jaarcijfers, inclusief de WNT melding over de bezoldiging van de bestuurders, moeten daar ook minimaal de volgende punten in terug komen:

  1. De ontwikkeling van het aantal dossiers, de bereikte resultaten binnen de dossiers
  2. Totaal aantal maatregelen die zijn uitgevaardigd
  3. Hoeveel wisselingen van JZW-ers er zijn geweest in de dossiers en de redenen voor de wisselingen
  4. Het totaal aantal verzoeken naar de rechtbank toe met daarbij aantal toegewezen, afgewezen of aangehouden verzoeken en de beroepen hiertegen
  5. De ontwikkeling van het aantal klachten
  6. De resultaten van de klachtbehandelingen met bij voorkeur een eigen verslag van de klachtencommissie
  7. De wijze waarop gegronde klachten zijn afgehandeld en welke maatregelen genomen zijn
  8. Hoeveel klachten zijn op andere manieren voorgelegd zoals bij de Ombudsman en SKJ-tuchtrecht en wat zijn de uitkomsten hiervan.
  9. De betrokkenheid van de cliënten in de GI
  10. Sociaal jaarverslag wat inzicht geeft in het personeelsverloop, ziekte verzuim etc.
  11. Welke kwalificaties zijn er bij het personeel en welke extra opleidingen of personeel hebben gevolgd in enig jaar.

Waar het om gaat is dat er duidelijkheid gegeven gaat worden zodat gemeenten en de rechtspraak weten met wie ze te maken hebben. Ik kan me heel goed indenken dat een wethouder geen zorg gaat inkopen bij een GI waar ruim 90% van de gegrond verklaarde klachten gaat over de bejegening van de cliënten, waar het slecht gesteld staat met de professionaliteit van de jeugdzorgwerker en  de rechten van de cliënten slecht geborgd zijn. Maar ook niet bij een GI waar bijvoorbeeld meer dan 10% van de dossiers zonder dat de beoogde doelstellingen beëindigd wordt. Het zou goed zijn als het Ministerie van VWS voorwaarden gaat stellen aan de GI’s waaraan de jaarverslagen moeten voldoen en een publicatieplicht op hun eigen site verplichten.

Maatwerk

Met betrekking tot de opleidingen moet er meer inzicht komen in wat de medewerkers voor achtergronden en kwalificaties ze hebben. De rechter moet weten of een GI wel kennis en ervaring heeft van OVS of kinderen die bijvoorbeeld gedialyseerd moeten worden of Autisme of ADHD hebben. Als die specifieke kennis niet aanwezig is dan heeft doorverwijzing naar die GI geen zin. De ervaring nu leert dat elke GI vecht om de dossiers zolang mogelijk vast te houden ook al ontbreekt het aan de specialistische kennis voor een dossier. Want een dossier is geen standaard pakket maar is maatwerk. En daar hoort geen algemene medewerker bij maar een specialist.

Voortbordurend op dat punt blijkt steeds meer dat het systeem van de GI’s als zodanig is achterhaald. Het past niet in de transitie van de zorg waarbij de zorg lokaal georganiseerd moet worden terwijl de GI’s landelijk of regionaal werken. Wat we ook zien is dat de GI’s het  “niet vanzelfsprekend vinden dat ze de beschikkingen naleven”. Gevolg is dat ze volledig eigenwijs de beslissingen van de rechter en de adviezen van de raad of de reclassering naast zich neer lijken te leggen en zelf alle onderzoeken nog eens dunnetjes over doen.  Hiermee wordt zeer veel geld, maar bovendien kostbare tijd in een kinderleven vergooit. Daarnaast is zorg steeds meer maatwerk. In combinatie met de transitie lijkt het zinvoller en efficiënter dat de gemeenten zorg draagt voor de complete afwikkeling van de dossiers. De rechter verwijst een dossier naar de gemeente en die voert onverkort, zonder eigen interpretaties, de beschikkingen uit. Het kan en mag niet zo zijn dat als de rechter op advies van de raad zegt we gaan naar links dat de jeugdzorgwerker zonder blikken of blozen zegt: nee hoor ik ga naar rechts.

Zorgen om klachtcijfers JBB

Na bestudering van alle jaarverslagen, voor zover beschikbaar, ben ik de cijfers over de  klachten bij JBB ook nog in een ander perspectief gaan bekijken: het heeft mijn zorgen over de performance van deze GI enorm laten toenemen. Niet alleen in het absolute totaal aantal klachten staat JBB bovenaan, ook met 56% van de klachten die als gegrond verklaard zijn staan zij eenzaam aan de top. In mijn eerste Quick Scan heb ik geen enkele GI gezien die ook maar in de buurt komt van deze cijfers. En bij geen enkele GI zijn er zoveel gegrond verklaarde klachten over zaken als houding en bejegening, professionaliteit en  het omgaan met de belangen en rechten van de cliënten. Dit zijn voortekenen die duiden ongewenste cultuur van machtsmisbruik en intimidatie. Met een rapport van de Ombudsman Rotterdam, eerder dit jaar, in het hoofd waarin bij JBRR erop is aangesproken dat zij cliënten intimideerden, en wetende dat de oud bestuurder van JBRR nu bij JBB de scepter zwaait, bekruipt mij een angstig gevoel voor een ieder die met JBB te maken heeft. En worden de signalen die ik krijg steeds meer duidelijk en herkenbaarder als patroon in plaats van als incident.

Overzicht GI’s en hun jaarverslagen

 

GI link opmerking
Bureau Jeugdzorg Limburg Jaarverslag 2017  
De Jeugd & Gezinsbeschermers Jaarverslag 2016 2016(!) is het laatste verslag. Voor 2017 is wel de accountantsverklaring gepubliceerd meer zonder cijfers
Jeugdbescherming Brabant Jaarverslag 2017 uitgebreide jaarrekening ontbreekt.
Jeugdbescherming Gelderland Jaarverslag 2016

Jaarrekening 2016

2016 is het laatst gepubliceerde verslag. Jaarverslag en Jaarrekening worden apart gepubliceerd
Jeugdbescherming Noord Jaarverslag 2016 2016(!) laatst gepubliceerd. Geen financiële verantwoording te vinden
Jeugdbescherming Overijssel Jaarverslag 2017 Geen financiële verantwoording te vinden
JBRA Jeugdbescherming Amsterdam Jaarverslag 2017 Een knappe brochure echter zonder enige verantwoording over de ontwikkeling in dossiers, klachten, financiën etc. een schaamteloze zelfbevlekking van deze organisatie
JBRR Jeugdbescherming Rotterdam.Rijnmond Jaarverslag 2015

Jaarrekening 2015

Laatste verslagen dateren van 2015. Geven nauwelijks inhoudelijk cijfers Ronduit schandalig dat er geen verantwoording wordt afgelegd. Werk aan de winkel voor gemeentes die met deze GI werken.
Jeugdbescherming West Jaarverslag 2017 Leaflet van 2 pagina’s zonder enige inhoud en verantwoording, zelfs het verslag van 2016 was nog beter!
Leger des Heils Jaarverslag 2015 Laatste verslag wat gepubliceerd is dateert van 2015(!!) zeer summier: geen financiële verantwoording, geen inzicht in dossierverloop en klachten
Regiecentrum Bescherming & Veiligheid Jaarverslag 2017 Zeer summier verslag
SAVE Samen Veilig Midden Nederland Jaarverslag 2017 Geen financieel verslag. Wel goed een uitgebreid zelfstandig verslag van de klachtencommissie
Stichting Intervence Jaarverslag 2017 1 pagina met alleen wat algemene cijfers schril contrast met het verslag van 2016. Opvallend er zijn op de site 2 pagina’s met jaarverslagen die niet gelijk zijn met elkaar!
William Schrikker Groep Jaarrekening 2017 Alleeen een jaarrekening met de financiele verantwoording. Er wordt dus geen enkel inzage verleend in de dossierontwikkeling, klachtenprocedures etc.
Jeugd Veilig Verder Jaarverslag 2017 Helemaal niets gepubliceerd alleen een vage belofte dat te gaan doen.

 

Hoe JBB appels en peren met elkaar vergelijkt.

In de afgelopen vakantie heb ik eens de tijd genomen om het jaarverslag van Jeugdbescherming Brabant te lezen. Ik ben uiteraard benieuwd wat de bestuurder van deze GI, René Meuwissen, allemaal aan verantwoording wenst af te leggen aan de Raad van Toezicht, opdrachtgevers zoals gemeenten en rechtspraak, Inspectie G&J, ketenpartners en de betrokken ouders.

Een jaarverslag moet een waarheidsgetrouw beeld geven van de ontwikkeling binnen de organisatie. In hoeverre de waarheid gesproken wordt kan ik niet beoordelen omdat ik de interne cijfers niet heb gezien. Wat ik wel kan beoordelen is of wat er in verslag staat realistisch is en of deze binnen het document elkaar niet tegenspreken. Ook kan ik zaken afzetten tegen oudere jaarverslagen en de vele dossiers die ik gezien heb en waar ik een adviserende rol speel als vertrouwenspersoon.

Je kan dus zeggen dat er nogal wat schort aan de houding en bejegening van de jeugdzorgwerkers en de GI, er terecht vragen zijn over de professionaliteit van de jeugdzorgwerkers en de GI maar bovenal dat het met de belangen en rechten van de cliënten slecht gesteld is bij Jeugdbescherming Brabant en de medewerkers.

Mijn grootste aandachtspunt ging enerzijds naar het financiële verslag maar ook naar het onderdeel over de klachten bij deze GI.

Grote hoeveelheid geld

Ten aanzien van het financiële verslag blijf ik mij verbazen over de grote hoeveel geld die omgaat in een dergelijke instelling. Met een budget (lees subsidies) van € 33 miljoen die niet direct naar zorg gaat, want alle andere kosten voor de inhuur van zorg wordt apart en rechtstreeks door de gemeenten betaald aan de zorgverleners en zit niet in de subsidie aan de GI,  is dat wat mij betreft veel weggegooid geld. Feitelijk moet je stellen dat een GI niet meer en minder is dan een bemiddelingsbureau tussen vraag voor zorg en aanbod voor zorg. Een rol die de gemeenten perfect zelf lokaal kunnen regelen en waar binnen de diverse gemeentehuizen al mensen aanwezig zijn om deze rol op te pakken.

Van die € 33 miljoen gaat 83% naar personeelskosten. Met 422 medewerkers betekend dit een personeelskost van ruim € 65.000 per medewerker. Dit is uiteraard niet het salaris van de medewerkers, maar het zijn de salarissen, af te dragen sociale lasten, pensioenvoorzieningen, reiskosten etc.  Dan mag er op zijn minst ook wel resultaat verwacht worden. Daarnaast is ook niet terug te lezen wat de bezoldigingen van de bestuurders zijn. Elke instelling die het grootste gedeelte van zijn inkomsten verwerft uit subsidies is gehouden aan de Wet Normering Topinkomens. Het salaris van de bestuurders moet daarin verantwoord worden, het is helaas niet te zien. Op basis van het financiële jaarverslag van 2016 is te zien dat de bestuurder ongeveer 2x het bedrag verdient wat er aan een medewerker wordt uitgegeven.

Structurele oplossing

Een budget van 33 miljoen die grotendeels opgaat aan een GI die regionaal of provinciaal werk doet, en daarmee eigenlijk tegen de decentralisatie van de zorg ingaat, is serious business. Want was het niet de bedoeling van de regering in 2015 dat met de decentralisatie de zorg lokaal geregeld moest worden omdat het dan goedkoper, efficiënter, sneller en beter geregeld kon worden? Om vervolgens als overheid te bepalen dat de zorg via een gecertificeerde instelling moet lopen. Alleen al de 15 regionaal of landelijk opererende  GI’s hebben al een gezamenlijk budget van ca. € 500 miljoen.  Hier kan dus een structurele besparing worden gehaald als de decentralisatie verder wordt vorm gegeven. Een structurele besparing die iets kan doen aan de structurele gaten van Rutte die in de begroting komen in de komende weken op weg naar Prinsjesdag.

De appels en peren van de klachten

Maar nog opvallender vind ik het gegoochel met de cijfers rondom het aantal klachten. Volgens Meuwissen is het aantal klachten in 2017 afgenomen. Maar de goede lezer en diegene die het jaarverslag van 2016 erbij pakt ziet direct dat hij appels en peren vergelijkt met elkaar. Voor ik in ga op de cijfers zal ik dat even uitleggen:  tot 1 januari 2017 behoorden de  Veilig Thuis locaties Noord-Oost Brabant en Zuid-Oost Brabant tot de zelfde stichting als waar ook JBB in zat. In het jaarverslag 2016 zijn de cijfers van deze 3 geconsolideerd tot 1 cijfer.

Wie het jaarverslag 2017 leest ziet in de grafieken op alle vlakken een daling in het aantal klachten. In de kleine lettertjes staat dan dat de klachten van Veilig Thuis niet meer zijn meegenomen in de cijfers van 2017. Maar ze zijn niet verwijderd uit de cijfers van 2015 en 2016. Het aantal klachten in 2016 was al  hoger dan in 2015. Door nu de klachten van 2017, zonder VT, te vergelijken met die van 2016, inclusief VT, kun je eenvoudig wijzen op goede resultaten maar die worden nergens onderbouwd. Gezien de ontwikkelingen is de claim dat het aantal klachten afneemt dan ook niet hard te maken op basis van deze cijfers. Ergo uit betrouwbare bronnen, weet ik dat het aantal klachten toeneemt en zelfs de klachtencommissie spreekt over werkdruk.

56% van de klachten gegrond

Daarnaast worden ingetrokken klachten en  geslaagde bemiddelingspogingen opgenomen in de cijfers om aan te geven hoe positief het gesteld is met de klachtontwikkeling. Maar als we de klachten gaan bekijken die daadwerkelijk door de klachtencommissie worden behandeld dan zien we dat 56% van de klachten gegrond verklaard worden. Dat is een enorm hoog percentage. De ervaring van cliënten is dat er vervolgens een excuus brief wordt verzonden maar dat er niets gebeurd aan de afhandeling van de klacht. Met andere woorden: bedankt dat u ons op onze fout hebt gewezen, we zullen het nooit meer doen en we bieden ons excuus aan. De gevolgen en schade worden niet hersteld. We drinken een glas, doen een plas en alles blijft zoals het was.

Klachten worden volgens het verslag ondergebracht in verschillende categorieën:

  1. houding en bejegening (bv. luisteren naar de cliënt, fatsoenlijke bejegening, onpartijdigheid)
  2. professionaliteit (bv. de-escalatie, coulante opstelling)
  3. gebruik van bevoegdheden (bv. evenredigheid, integriteit)
  4. omgaan met de belangen en rechten van de cliënt (bv. respecteren grondrechten, bijzondere zorg, fair play, samenwerking, betrouwbaarheid)
  5. informatieverstrekking
  6. besluitvorming (bv. transparant, goede voorbereiding, redelijkheid, goede motivering, maatwerk)
  7. voortvarendheid
  8. administratieve zorgvuldigheid
  9. overig

92% van de gegronde klachten gaat over de punten 1,2 en 4!

Elke klacht kan meerdere onderdelen bevatten. Maar als we de cijfers bekijken dan zijn er 82 klachten gegrond verklaard op de bovenstaande punten 1, 2 en 4. Dat is 92%(!!!!) van het aantal gegrond verklaarde klachten. Je kan dus zeggen dat er nogal wat schort aan de houding en bejegening van de jeugdzorgwerkers en de GI, er terecht vragen zijn over de professionaliteit van de jeugdzorgwerkers en de GI maar bovenal dat het met de belangen en rechten van de cliënten slecht gesteld is bij Jeugdbescherming Brabant en de medewerkers. Ik had graag de vergelijking gemaakt met het jaar ervoor, maar u begrijpt het al: in die cijfers zitten de klachten van Veilig Thuis nog verwerkt.

Naar aanleiding van de klachten komt de klachtencommissie ook met aanbevelingen. Die aanbevelingen zijn ook opgenomen in het jaarverslag. De bestuurder stelt dat er op basis van die aanbevelingen maatregelen zijn genomen. Maar hoe die genomen zijn en hoe die geborgd zijn in zijn organisatie wordt niet duidelijk gemaakt. Opvallend is dat een van de maatregelen gaat over het correct volgen van de procedure “inzage dossier”. Het is dan zorgelijk om vast te stellen dat de bestuurder maatregelen zegt te nemen die hij vervolgens enkele weken nadien, het jaar was nog geen 4 weken oud, zelfstandig negeert om in een dossier het inzage recht “on hold” te zetten zonder gegronde redenen. Dus in hoeverre we de maatregelen die genomen zijn serieus moeten nemen, net als de cijfers in zijn jaarverslag, is de grote vraag.

Het is onbegrijpelijk dat een Raad van Toezicht van de GI, waar toch niet de minsten inzitten,  deze simpele dingen zelf niet zien en zich kennelijk laat ringeloren door hun eigen bestuurder. Het is daarnaast triest dat met deze cijfers gepoogd wordt om ketenpartners en gemeenten om de tuin te leiden over hoe goed deze GI functioneert.

Hier kan dus een structurele besparing worden gehaald als de decentralisatie verder wordt vorm gegeven. Een structurele besparing die iets kan doen aan de structurele gaten van Rutte die in de begroting komen in de komende weken op weg naar Prinsjesdag.