Besluit Inspectie G&J: arrogantie of andere krachten?

Vrijdag 26 oktober werd de Stichting (H)erken Ouderverstoting door een journalist geïnformeerd over het besluit van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd dat er geen onderzoek gaat plaatsvinden naar de misstanden bij Jeugdbescherming Brabant(JBB). Eind september hebben 18 gemeenten uit West Brabant, ondersteund door meerdere gemeenten uit Oost Brabant, de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd een verzoek gedaan om dit onderzoek. Dit nadat er een zwartboek is gepubliceerd waarin de misstanden bij deze GI werden blootgelegd. Het verzoek tot onderzoek werd “ondersteunt” door de bestuurder van JBB. De gemeenten hebben al laten blijken niet blij te zijn met het antwoord van de Inspectie en graag het gesprek aan te willen gaan. Ook de Stichting HOVS en de betrokken ouders willen graag het gesprek met de Inspectie aangaan, echter de stichting heeft tot de dag van vandaag nog helemaal niets vernomen van de Inspectie.

Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. Dat lijkt bij deze Inspectie niet het geval.

Zwartboek

De misstanden werden bloot gelegd in een zwartboek. De rode draad in het zwartboek komt er met name op neer dat beschikkingen van rechters niet uitgevoerd worden, hulpverlening niet wordt opgestart, adviezen van professionals en Raad voor de Kinderbescherming genegeerd worden, er geen of nauwelijks communicatie plaatsvindt, ouders geïntimideerd worden, er niet aan waarheidsvinding gedaan wordt, (kern)beslissingen genomen worden zonder deze te toetsen bij de rechter, wet- & regelgeving niet gevolgd worden, afspraken geschonden, dossiers niet op orde zijn, medewerkers onbereikbaar zijn en er is geen evenredigheid in de contacten tussen GI en cliënten.

Reactie Stichting HOVS op afwijzen onderzoek door Inspectie

Kamervragen over zwartboek

Een kleine maand later heeft de inspectie aan de gemeenten laten weten dat zij vooralsnog geen aanleiding zien om onderzoek te gaan doen naar JBB. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat de Inspectie van mening is dat zij het aantal klachten en de inhoud van de klachten niet bepalend vindt om een onderzoek te doen. Andere bronnen, welke zijn onbekend, zijn hier mede bepalend in. Tevens is een lopend onderzoek door de Nationale Ombudsman naar het dossier van de samensteller een reden voor het niet opstarten van een onderzoek. Ook het feit dat JBB net door het Keurmerk is getoetst en zijn nieuwe certificering heeft gekregen is een reden om geen onderzoek op te starten omdat volgens de Inspectie de GI voldoet aan alle vereisten door verkrijging van de certificering. De GI gaat af op een mondelinge terugkoppeling van het Keurmerkinstituut, het formele rapport is nog niet afgerond. De Inspectie weet dus niet op welke punten de GI wel of niet goed scoort. Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten.

Argumenten boterzacht

We zijn dan ook heel benieuwd welke bronnen de Inspectie heeft gebruikt en hoe die zich verhouden tot het aantal en de inhoud van de klachten. Eén van de andere redenen is ook het nog lopende onderzoek bij de Nationale- & Kinderombudsman. Echter dit onderzoek betreft slechts 1 dossier en is een procesanalyse van dat specifieke dossier. Omdat dit onderzoek zich slechts richt op 1 dossier is het voor JBB relatief eenvoudig om, bij een negatieve uitkomst, dit als een incident af te doen, de betreffende jeugdzorgwerker te slachtofferen en als organisatie de handen in onschuld te wassen en wederom, voor de zoveelste keer, beterschap te beloven. Het zwartboek bestaat uit 30 dossiers en toont een causaal verband aan tussen de werkwijzen in de verschillende dossiers. Het negeren van die signalen door de inspectie is zorgelijk en doet onrecht aan alle ouders en betrokken kinderen die hebben meegewerkt aan het zwartboek. De keuze van de Inspectie brengt direct deze ouders en kinderen in gevaar omdat de rancune en frustratie van JBB op wat er gaande is van elke mail en brief die ze versturen af spat.

Maar de meest opvallende reden is dat het Keurmerkinstituut net JBB ge-audit heeft en dat er een nieuwe certificering is afgegeven. Wanneer die audit heeft plaatsgevonden en of de klachten die in het zwartboek staan zijn meegenomen in die audit is niet bekend. Het lijkt er hiermee op dat de Inspectie geen onderzoek wil, de klachten als vervelend beschouwd, zelf wil bepalen wat ze wel en niet onderzoeken en hiermee klagende burgers en gemeenten arrogant opzij zet. De argumenten van de Inspectie zijn dan ook boterzacht.

Opvallend was dat Meuwissen 2 weken voor publicaties al door de Inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie.

Totaal onaanvaardbaar

Dat het goed mis zit bij de GI blijkt wel nu er in de afgelopen maanden in meerdere dossiers rechters JBB ontslagen hebben als toezichthouder in de OTS en belanghebbende, omdat ze geen hulpverlening hebben opgestart, oplossingen verder uit beeld zijn gekomen of de belangen van de kinderen niet (juist)hebben behartigd. De beslissing van de Inspectie is des te vreemder omdat diezelfde Inspectie op 21 augustus de handelswijze van JBB in het dossier rondom Baby Hannah totaal afkraakt. Het aantal tekortkomingen in de primaire processen is aanzienlijk en een aantal daarvan hebben zelfs tot verwondering geleid. Het ontbreekt aan voldoende afstemming, informatie uitwisseling en gezamenlijke besluitvorming. Risico’s worden verschillend getaxeerd en hierover wordt geen overleg gezocht. Continuïteit is onvoldoende en medewerkers zijn onervaren.

Het is de Stichting HOVS dan ook totaal onduidelijk op welke argumenten al deze besluiten zijn gebaseerd. De Inspectie heeft de stichting hierover ook niets laten weten. Er is zelfs totaal niet op het zwartboek, laat staan op de brieven en mails nadien, gereageerd. Als overheidsinstelling ben je verplicht om binnen afzienbare tijd te reageren naar de burger die je benaderd. Kennelijk is deze regel niet bekend bij de Inspecteur-Generaal en haar medewerkers. De stichting heeft het besluit van de Inspectie via de media moeten vernemen. Totaal onaanvaardbaar!

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst.

Bom onder stelsel

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst. Maar het toont ook aan dat het huidige systeem totaal onwerkbaar is en enige intrinsieke motivatie tot betere en openlijke controle van instanties en een totale verbetering van het systeem ontbreekt. Met deze keuze van de Inspectie lijkt de transitie van 2015 ten dode opgeschreven. Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven. Het wachten is nu dan ook op de definitieve ontmanteling van dit stelsel door een volgend kabinet.

Inspectie neemt gemeenten niet serieus

De keuze van de inspectie om de zorgen van ouders en de gemeenten, ondersteunt door JBB, zo te negeren toont ook aan dat er bij de inspectie geen enkel besef bestaat over de complexe materie waar de jeugdzorg zich mee bezig houdt. Maar ook dat men de zorgen van de gemeenten, diegene die de rekeningen moeten betalen, niet serieus neemt. De rode draad in het zwartboek zijn voor de betrokken gemeenten juist voldoende aanleiding om hun zorgen kenbaar te maken, twijfels te hebben over de kwaliteit van JBB en om die reden het verzoek te doen tot onderzoek naar JBB. De inspectie toont aan dat zij de betalers van de zorg niet serieus wenst te nemen. Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten. Het kan en mag niet zo zijn dat gemeentelijke gelden worden overgemaakt aan organisaties die zich niet aan wet- & regelgeving houden. Een wethouder die dit doet kan daar later hele vervelende politieke consequenties van ondervinden. Deze verstrekkende consequenties en maatschappelijke ongewenstheid lijken bij de beslissingen van de inspectie geen rol te hebben gespeeld. Hiermee toont wat mij betreft de inspectie ook aan geen besef te hebben van de noodzakelijke coherentie van de democratie en de verre gaande gevolgen van een op het oog eenvoudige beslissing om geen onderzoek te doen.

Werkwijzen Rotterdam nu zichtbaar in Brabant

Ook is inmiddels een onderzoek naar de rol van JBB in het afwijzen van dit onderzoek wenselijk. JBB “ondersteunt” dit onderzoek weliswaar, het is echter algemeen bekend dat JBB en Jeugdzorg Nederland niet zitten te wachten op onderzoeken naar hun werkwijzen en functioneren. Met name de rol van bestuurder René Meuwissen, die op basis van betrouwbare bronnen nauwe banden heeft met Inspectie en ministerie, is discutabel. Enkele jaren voor zijn pensioen zit hij niet te wachten op een onderzoek naar het functioneren van zijn organisatie. Zeker niet met in het achterhoofd het rapport van de Ombudsman Rotterdam van eerder dit jaar waarin naar voren kwam dat JBRR, de organisatie waar Meuwissen eerder bestuurder was, cliënten intimideerde. Opvallend is dat de werkwijzen van destijds in Rotterdam nu zichtbaar worden in Brabant. Dit rapport uit Rotterdam is al een smet op zijn carrière, een nieuw onderzoek naar een organisatie waar hij eindverantwoordelijk is kan zijn ego niet aan. Meuwissen zal niet rusten totdat hij een ieder die heeft meegewerkt aan het zwartboek het leven heeft zuur gemaakt en waar nodig opdracht heeft gegeven tot verregaande maatregelen tegen de kinderen van deze ouders. Ouders die juist opkomen voor de belangen van deze kinderen.

Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven.

Op de vingers getikt

Dat hij niet zit te wachten op onderzoeken en niet openstaat voor kritieken blijkt ook wel uit de wijze waarop hij reageerde op de publicaties rondom baby Hannah en het zwartboek. Hij herkende zich er niet in en deed de verhalen af als die van emotionele ouders. Opvallend was dat hij 2 weken voor publicaties al door de inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie, desondanks hield hij vol zich niet te herkennen in de klachten over JBB. Opmerkelijk is dat de inspectie normaliter elke aanwijzing vrijgeeft maar deze niet. Maar met de wetenschap dat de inspectie JBB net fors heeft aangesproken is het verbazingwekkend, maar meer nog zorgelijk, dat als er nog meer signalen komen over misstanden de inspectie vervolgens besluit dat verder onderzoek niet nodig is. De vraag is dan ook welke krachten hierbij een rol hebben gespeeld.

Ook opvallend is de wijze waarop Meuwissen omgaat met lopende onderzoeken. De Kinderombudsman schrijft in een brief met betrekking tot het lopende onderzoek naar JBB dat zij bemerkt dat er gepoogd wordt het onderzoek te sturen omdat het lopende onderzoek niet het onderzoek is wat men wenste. Maar ook uitspraken van zijn eigen klachtencommissie over zijn eigen functioneren worden stelselmatig genegeerd. Meuwissen reageert per definitie niet op mails of weigert die in behandeling te nemen. De lijst van blunders en onbehoorlijk gedrag van Meuwissen neemt steeds grotere vormen aan en langzaam aan komen er steeds meer zaken naar boven over zijn staat van dienst. Het lijkt daardoor begrijpelijk dat Meuwissen zelf, Jeugdzorg Nederland maar ook de Inspectie niet zitten te wachten op een onderzoek waaruit mogelijk veel misstanden naar voren komen met mogelijke aansprakelijkheden tot gevolg.

Gemiste kans

Het niet opstarten van een onderzoek is een gemiste kans. Want Jeugdzorg moet boven elke twijfel verheven zijn. Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. De vele aangetoonde misstanden bij JBB tonen aan dat er terechte zorgen zijn. En als die zorgen geuit worden door neutrale partijen als gemeenten dan mag de Inspectie niet wegkijken en een onderzoek afwijzen. Het is nu dan ook aan Minister Hugo de Jonge om actie te ondernemen en zorg te dragen voor een onafhankelijk onderzoek naar de misstanden bij JBB en hier open over te rapporteren. In het belang van de kinderen en hun toekomst. En de Inspecteur-Generaal heeft het nodige om zich voor te gaan schamen in de komende tijd nu blijkt dat een veilige jeugdzorg geen prioriteit lijkt te zijn en men niet direct wenst in te grijpen bij misstanden.

Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Advertenties

Hoe mensen die aan zwartboek meewerken geminacht worden door JBB in een hilarisch telefoongesprek

Twee weken terug heeft Jeugdbescherming Brabant brieven gestuurd aan de (pleeg)ouders die volgens de GI hadden meegewerkt aan het zwartboek ‘Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening’. Ze willen graag in contact komen met deze ouders. Waarom staat er niet bij. Maar hoe er dan vervolgens opvolging gegeven wordt aan die contacten lijkt bijna op een scene uit Jiskefet. Met een schaapachtige “juf Janny” in de hoofdrol. Laat duidelijk zijn, zo ga je niet met cliënten om. De behoorlijkheidsijzer van de Nationale Ombudsman wordt volledig genegeerd. Pure minachting! Een ander woord is er niet te bedenken.

Uit de brief van JBB aan de ouders:

“Omdat wij vinden dat alle kinderen die met ons te maken hebben, erop moeten kunnen rekenen dat hun verhaal bij ons honderd procent veilig is, kunnen wij niet over de casussen in gesprek met de stichting HOVS. Wij denken de gegevens en inhoud van één van de beschreven casussen te kunnen herleiden naar uw situatie. Als dit juist is willen we graag met u persoonlijk in contact komen.”

Was getekend: René Meuwissen, bestuurder

In de brief aan de ouders werd dus gevraagd om zich te melden. Omdat het gaat om de belangen van de kinderen vind de bestuurder van JBB het van groot belang om in gesprek te gaan. Een van de ouders heeft zich gemeld. Met als gevolg een hilarisch telefoontje gepleegd met de secretaresse van Miranda Dekkers. Deze secretaresse zal vanaf nu door het leven kunnen als Juf Janny uit Jiskefet. Want na geluidsfragment van het gesprek gehoord te hebben heb ik nog ruim een uur onder mijn bureau gelegen van het lachen. Het was de zoveelste communicatie- en de-escalatieblunder uit het kamp van JBB.

Als ‘Iron Lady’ Miranda Dekkers echt beseft wat er aan de hand is had ze zelf de telefoon gepakt en deze cliënt gebeld.

Geen enkel besef

Het was duidelijk dat deze secretaresse geen enkel besef heeft wat er speelt. In ieder geval werd duidelijk dat ze zenuwachtig was om deze gesprekken te voeren. Het gesprek, en haar tot 7 keer toe schaapachtig weg lachen van de reactie van de betreffende ouder, maakte nog meer duidelijk dat JBB niet weet wat ze met de ontstane situatie aan moeten, dat er totaal geen visie en beleid is om de huidige omstandigheden te managen. Maar nog meer dat een ieder die heeft meegewerkt aan het zwartboek zwaar geminacht wordt door alle getrouwen rondom Meuwissen en Dekkers. Uit het gesprek blijkt ook nog dat niet eens de directie het gesprek zou gaan voeren maar een jeugdzorgwerker zou dan aan de betreffende ouder gekoppeld worden. Stel je voor: je hebt een klacht over de Rabobank en je wordt dan vervolgens door de schoonmaker te woord gestaan. Dan neem je de bank toch ook niet meer serieus? Maar het verraadt ook wat de GI echt wilde: weten wie er heeft meegewerkt om zo de druk op deze partijen op te voeren door strafmaatregelen te nemen.

Deze secretaresse zal vanaf nu door het leven kunnen als Juf Janny uit Jiskefet.

Minachting

Maar met het inzetten van een secretaresse toont JBB wederom hun expliciete minachting voor cliënten en dat ze zaken absoluut niet serieus willen nemen. Het wordt steeds duidelijker dat JBB niet wil gaan werken aan verbetering en totaal niet gemotiveerd is om de werkwijzen te gaan aanpassen. Dat blijkt niet alleen aan de reacties op het zwartboek, maar ook steeds meer andere zaken komen langzaam aan naar buiten. Waarbij echt schokkende uitspraken gedaan worden door René Meuwissen naar mensen toe. Gelukkig zijn steeds meer mensen bereid om de informatie die zij hebben over de intimidaties van JBB, dan met name die van René Meuwissen en Miranda Dekkers, te delen.

Gelukkig zijn steeds meer mensen bereid om de informatie die zij hebben over de intimidaties van JBB, dan met name die van René Meuwissen en Miranda Dekkers, te delen.

Iron Lady Miranda Dekkers

Daarbij ook nog de vraag of een secretaresse een dergelijk gesprek wel mag voeren omdat de kans dat er dossierinhoudelijke zaken besproken gaan worden groot is. Een secretaresse is slechts een ondersteunende functionaris en mag nooit in een dergelijke positie gemanoeuvreerd worden door haar leidinggevende. Iedere leidinggevende die dat doet is duidelijk de zwakste schakel in het proces. En verliest terecht het respect van haar eigen medewerkers en cliënten. Maar het toont wederom aan dat JBB geen enkel inzicht heeft waar ze mee bezig zijn en geen enkel gevoel heeft bij de cliënten. Als ‘Iron Lady’ Miranda Dekkers echt beseft wat er aan de hand is had ze zelf de telefoon gepakt en deze cliënt gebeld. Maar een gesprek met een terecht boze cliënt, de rechtbank had de cliënt al in zijn gelijk gesteld, aangaan is te min voor haar of durft ze niet aan. Hiermee toont ze net zo hard aan dat ook haar positie totaal onhoudbaar is binnen JBB en niet geschikt is voor enige managementpositie waarbij verwacht mag worden dat ze zelf de telefoon pakt om met boze cliënten in gesprek te gaan.

Maar met het inzetten van een secretaresse toont JBB wederom hun expliciete minachting voor cliënten en dat ze zaken absoluut niet serieus willen nemen

Kansloos

Het wordt met de dag duidelijker dat René Meuwissen en Miranda Dekkers als leidinggevenden van deze GI gefaald hebben. Zij geven leiding aan een GI waar tegen een onderzoek plaatsvindt of ze zich wel aan de Wet-& Regelgeving houden, het Haags Kinderrechtenverdrag naleven en of ze zich wel behoorlijk gedragen richting de burger. Daarnaast heeft de inspectie G&J inmiddels duidelijk gemaakt dat bij JBB er veel primaire processen niet geborgd lijken te zijn, er geen overleggen plaatsvinden en nog veel meer zaken verbetering behoeven. De grond wordt heet onder de voeten van Meuwissen en Dekkers. En in plaats van uiteindelijk toe te geven gaan ze nog harder door in hun persoonlijke strijd alsof hun eigen imago nog te redden is. Maar dat is kansloos: JBB staat nu landelijk zo in de schijnwerpers dat het raadzaam is zelfs de hele GI met onmiddellijke ingang op te heffen en compleet schoon schip te maken. In het belang van alle kinderen en ouders die verbonden zijn aan deze GI. De inspectie G&J kan ook nog maar 1 ding doen: direct onder verscherpt toezicht plaatsen en de certificering opschorten. En de Raad van Toezicht zal nu op moeten staan in het belang van alle kinderen die aan JBB zijn toevertrouwd: exit Meuwissen en Dekkers. Want zo doorgaan is de ondergang voor JBB met nog meer schade voor de kinderen en uiteindelijk een groot gat als JBB echt omvalt. Want dan is er geen ruimte en capaciteit voor de kinderen die nu bij JBB zitten. Daarom slaapt Gerard van Loon als Voorzitter van de Raad van toezicht door of is er iemand die zijn wekker nu laat afgaan?

Het was de zoveelste communicatie- en de-escalatieblunder uit het kamp van JBB.

Conclusie Inspecties over handelen Jeugdbescherming Brabant en Combinatie Jeugdzorg in ontvoering baby Hannah vernietigend!

De inspecties Gezondheidszorg & Jeugd en Justitie & Veiligheid hebben naar aanleiding van de ontvoering van baby Hannah onderzoek laten doen naar het functioneren van Jeugdbescherming Brabant(JBB) en Combinatie Jeugdzorg(CJZ). Het oordeel van de inspecties is ronduit schokkend en vernietigend maar was al bekend voor de publicaties van de pleegouders en het zwartboek! In een gezamenlijke reactie stellen JBB en CJZ dat ze het oordeel onderschrijven maar het er niet mee eens zijn. Deze, ietwat schizofrene, reactie toont des te meer aan dat er geen enkele zelfreflectie bestaat, ze niet intrinsiek gemotiveerd zijn om hun eigen aandeel te zien, hun falen niet willen onderschrijven en niet open staan om te verbeteren laat staan hun aansprakelijkheid te erkennen. Ondertussen gaat de beerpunt over dit specifieke dossier en JBB in zijn algemeenheid steeds verder open!

Instanties is gevraagd om zelf onderzoek te doen. Dat is het zelfde als dat Holleeder de moord op Endstra moet gaan onderzoeken!

Inspecties verwonderd over tekortkomingen

“Het aantal tekortkomingen bij de beide organisaties in het primaire proces is aanzienlijk” zo schrijven* de inspecties op 21 augustus 2018 al aan JBB en CJZ. Sommige tekortkomingen hebben zelfs tot “verwondering” geleid bij de inspecties. Vooral het feit dat er “in beide organisaties geen concrete afspraken bestaan over hoe om te gaan met geheime plaatsingen en dat pleegouders zelf veiligheidsafspraken moeten maken met de wijkagent” heeft bij de inspecties tot verbazing geleid.

Ook stellen de inspecties vast dat ‘het heeft ontbroken aan onderlinge afstemming, informatie uitwisseling en besluitvorming. Risico’s werden niet alleen verschillend getaxeerd, ook is hierover geen overleg gezocht. De continuïteit in de begeleiding van de pleegouders is onvoldoende geweest en was de pleegzorg begeleider te onervaren.”

Het is duidelijk: JBB en CJZ willen niet de Zwarte Piet toegeschoven krijgen.

Instanties medeplichtig aan misdrijf

Met deze keiharde conclusies leggen de inspecties feilloos het falen van de betrokken instanties bloot: er is totaal geen afstemming geweest, er heeft geen overleg plaatsgevonden en risico’s, waaronder de op voorhand bekende ontvoeringsdreiging, zijn genegeerd. In het allereerste rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, dus toen Hannah nog in het ziekenhuis lag, word al gewezen op de ontvoeringsdreiging. JBB en CJZ hebben dit risico vanaf dag 1 volkomen genegeerd. Door geen overleg te voeren over de, achteraf continue, ontvoeringsdreiging hebben JBB en CJZ weggekeken bij de beraming van een misdrijf en hebben niet voldaan aan hun wettelijke (zorg)plicht door handelend op te treden of de autoriteiten in te schakelen. Hierdoor zijn beiden in juridische zin medeplichtige geworden aan het misdrijf en aansprakelijk voor de schade die het heeft opgeleverd bij betrokkenen en in het bijzonder Hannah. Hoe wrang is het dan dat JBB in het strafproces namens Hannah een schadevergoeding eist van de ouders die hun kind hebben ontvoerd terwijl de jeugdzorgwerkers en de verantwoordelijke bestuurders hebben weggekeken. Als er al iemand een schadevergoeding zou moeten betalen aan Hannah zijn zij het wel!

Door te kiezen voor het ontkennende “wij herkennen ons er niet in” wordt duidelijk dat hen er alles aan gelegen was om deze conclusies buiten de media te houden. Het eigen (persoonlijke) imago is belangrijker dan de waarheid!

Faalrisico’s niet onderkend

Zorgelijk is ook dat er in het koppelen van dossiers aan medewerkers geen rekening wordt gehouden met ervaring van de medewerker in relatie tot de zwaarte van het dossier en de daarmee samenhangende faalrisico’s. Hiermee tonen beide organisaties, en dan met name de gebiedsmanagers die verantwoordelijk zijn voor de toebedeling van de dossiers, aan dat ze totaal geen gevoel hebben bij de complexiteit van het werk waar ze mee bezig zijn en de capaciteiten van hun eigen medewerkers schromelijk overschatten. Voor hun is elke case ‘daily business as usual’ en als het fout gaat dan is het jammer en verdraaien we de feiten wel in de dossiers om ons eigen hachje te redden.

Het is op zich al verwonderlijk dat de inspecties met deze conclusies JBB en CJZ niet onder verscherpt toezicht hebben geplaatst.

Instanties waren op de hoogte voor publicaties in de media

Het schrijven van de inspectie dateert van 21 augustus, dus ruim 14 dagen voordat de pleegouders met hun verhaal naar buiten kwamen. JBB en CJZ wisten op dat moment dus al dat de inspecties vernietigend geoordeeld hadden over hun handelen. Dat maakt de ontkennende houding van beiden in de media, dat zij zich niet herkennen in het verhaal van de pleegouders, des te opmerkelijker. Als beide instanties echt lering hadden willen trekken uit hetgeen er gebeurd is dan was een nederige reactie passender geweest. Dan had men gemeld dat de inspecties (pittige) conclusies hadden getrokken over het handelen van de instellingen en welke lessen men daaruit zou gaan trekken. Door te kiezen voor het ontkennende “wij herkennen ons er niet in” wordt duidelijk dat hen er alles aan gelegen was om deze conclusies buiten de media te houden. Het eigen (persoonlijke) imago is belangrijker gebleken dan de waarheid!

De ontkenning door JBB en CJZ lijkt te zijn ingegeven om het eigen falen in de doofpot te stoppen.

Opzienbarende reactie instanties

Ook achteraf reageren beide instanties weer opzienbarend. In een schrijven* van 5 oktober aan de pleegouders melden ze eerst dat ze het oordeel van de inspectie onderschrijven om in de volgende alinea te stellen dat ze het er niet mee eens zijn dat het ontbroken heeft aan voldoende onderlinge afstemming. In hun ogen is er juist veelvuldig afstemming geweest. Vreemd als je beseft dat de beide inspecties, op basis van het onderzoek wat JBB en CJZ zelf hebben gedaan, tot de conclusie komen dat het juist ontbroken heeft aan afstemming en er geen overleg is gezocht. Hoe gaan JBB en CJZ deze nieuwe stelling onderbouwen naar de inspecties toe als hun eigen onderzoek in eerste aanleg al aantoont dat er geen afstemming is geweest? Nieuwe feiten toevoegen die over het hoofd waren gezien? Andere feiten en bewijzen vervalsen? Het is duidelijk: JBB en CJZ willen niet de zwarte piet toegeschoven krijgen. Overigens klinkt het mij vreemd in de oren dat JBB en CJZ zelf onderzoek moeten doen naar een calamiteit die in hun organisatie heeft plaatsgevonden? Dit komt er op neer dat het OM Willem Holleeder vraagt zelf onderzoek te doen naar de moord op Endstra.

Medewerkers van JBB hebben onlangs in een klachtzitting erkend dat het eenvoudig is om zaken te antidateren. Ook houdt het systeem niet bij wanneer een document of mutatie is aangemaakt. Hierdoor is het achteraf voor jeugdzorgwerkers heel eenvoudig om dossiers aan te passen, zaken te verwijderen of toe te voegen teneinde ontlastende verklaringen voor hun eigen handelen te maken.

Doofpot

Op een vraag van de pleegouders en verdere familie van Hannah wat de instanties niet herkennen in de verhalen die in de media zijn verschenen wordt nu geantwoord dat een item in de media nooit recht doet aan wat er allemaal werkelijk speelde. Hiermee wordt de journalistieke integriteit van de verschillende journalisten en redacties aangevallen en min of meer gesteld dat deze onvoldoende onderzoek zouden hebben gedaan. Echter JBB en CJZ hebben het artikel in Brabants Dagblad van 6 september ruim voor publicatie ter inzage gekregen en hebben er zelf voor gekozen om in het kader van de privacy niet te reageren terwijl ze toen al op de hoogte waren van de conclusies van de inspecties. Het zelfde geldt voor alle andere redacties: JBB en CJZ is telkens gevraagd om een reactie die telkens gelijk bleef terwijl men al op de hoogte was van de oordelen over het functioneren in deze case. Ze hebben dus wel degelijk de tijd en ruimte gehad om een weloverwogen reactie te geven die ook recht had kunnen doen aan de mogelijke privacy van betrokkenen. Het is een bewuste keuze geweest om niet te reageren. Een keuze gebaseerd op het in de doofpot stoppen van hun falen.

Verder herkennen JBB & CJZ zich niet in de stelling dat ze er niets mee gedaan hebben. De instanties wijzen hier op de onderzoeken die na de ontvoering zijn opgelegd door de inspecties. Onderzoeken die wettelijk verplicht zijn na een calamiteit dus wat ze zelf echt gedaan hebben is en blijft de vraag. Maar de pleegouders en familie wijzen hier expliciet op de ontvoeringsdreiging. De inspectie heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat hier inderdaad niets mee is gebeurd gezien het ontbreken van enige afstemming en overleg over de risico’s. Ook deze ontkenning door JBB en CJZ lijkt te zijn ingegeven om het eigen falen in de doofpot te stoppen.

Hiermee tonen beide organisaties, en dan met name de gebiedsmanagers die verantwoordelijk zijn voor de toebedeling van de dossiers, aan dat ze totaal geen gevoel hebben bij de complexiteit van het werk waar ze mee bezig zijn en de capaciteiten van hun eigen medewerkers.

Interne systemen maken vervalsingen mogelijk

Het is overduidelijk dat JBB en CJZ gefaald hebben en ze er alles aan willen doen om dit falen te verbloemen. Dat dit kinderlijk eenvoudig is blijkt wel uit de systemen van JBB. Medewerkers van JBB hebben onlangs in een klachtzitting erkend dat het eenvoudig is om zaken te antidateren. Ook houdt het systeem niet bij wanneer een document of mutatie is aangemaakt. Hierdoor is het achteraf voor jeugdzorgwerkers heel eenvoudig om dossiers aan te passen, zaken te verwijderen of toe te voegen teneinde ontlastende verklaringen voor hun eigen handelen te maken. Hiermee krijgt de jeugdzorgwerker volledig de vrijheid om te allen tijde dossiers te manipuleren, eigen falen in de doofpot te stoppen en eventuele klachtprocedures te beïnvloeden om zo gegrond verklaarde klachten, berispingen of schorsingen te voorkomen. Ook in dit dossier zien we de jeugdzorgwerker er alles aan doen om haar eigen falen te verbloemen, ergo ze vindt zelfs dat ze het uitstekend heeft gedaan! Alsof Hannah nooit ontvoerd is geweest!

Met deze houding toont de jeugdzorgwerker dat ze totaal ongeschikt is voor dit vak. Er wordt een kind wat aan jouw toezicht is toevertrouwd ontvoerd. Een ontvoering die van te voren was aangekondigd en dan heb jij het goed gedaan? Totaal geen enkel inzicht in het eigen aandeel en een totaal gebrek aan inlevingsvermogen in haar werk! Maar hierbij wordt ze gedekt door management, directie en bestuurder die al op de hoogte zijn van de mening van de autoriteiten. Kijkend naar de houding van JBB is een grotere minachting naar de familie, (pleeg)ouders, betrokkenen, autoriteiten, de maatschappij, de democratische rechtsstaat en bovenal het slachtoffer, de weerloze baby Hannah, niet mogelijk.

Halsstarrig weigeren

En tot op de dag vandaag weigert JBB ook maar enige erkenning te willen geven voor hun foute handelen. Bestuurder René Meuwissen stuurt (pleeg)ouders waarvan hij denkt dat ze hebben meegewerkt aan het zwartboek een zeer intimiderende brief dat hij in gesprek wil om te horen waar het fout is gegaan volgens deze (pleeg)ouders. Maar de pleegouders en familie van Hannah kregen geen brief. En op de vele verzoeken voor gesprekken en het geven van opening van zaken wordt niet gereageerd. In elke communicatie word vermeden een inhoudelijke reactie te geven en alle toezeggingen worden niet nagekomen. Hiermee aantonend dat hij totaal niet in gesprek wil met al deze (pleeg)ouders, zijn criticasters, maar alleen wil weten wie het zijn om uiteindelijk hen door middel van intimidatie onder druk te zetten. Intimidatie dat ouders hun kinderen niet meer mogen zien, de geijkte methode van de jeugdzorgwerkers van JBB bij ouders die niet luisteren naar hun eisen.

Kijkend naar de houding van JBB is een grotere minachting naar de familie, (pleeg)ouders, betrokkenen, autoriteiten, de maatschappij, de democratische rechtsstaat en bovenal het slachtoffer, de weerloze baby Hannah, niet mogelijk.

Halsstarrig weigert Meuwissen de pleegouders en familie van Hannah inzage te geven in het dossier zonder daar echt gronden voor te hebben. Misbruik makend van de term privacy en alle mogelijke middelen inzetten om te ontkomen aan enige opening van zaken. Meuwissen stelt dat hij geen doofpot wil maar zijn handelen verraadt iets totaal anders. Hiermee de pleegouders en familie het grondrecht op gelijke informatie in de procedures te ontnemen. Maar Meuwissen en JBB vergeten één ding: cliënten van JBB zijn hem en zijn medewerkers echt zat. Ze zullen zich blijven verenigen en de strijd tegen hem en JBB zal harder worden net zolang totdat hij zijn falen in alle zaken zal toegeven en zijn aansprakelijkheid zal erkennen. De lijst met ruim 70 dossiers die nu bekend zijn zal, hoe langer Meuwissen en JBB blijven ontkennen, alleen maar toenemen. De schade voor de kinderen wordt dagelijks groter. Het is daarbij schokkend dat Meuwissen nu niet meer alleen de kinderen en ouders schade berokkent maar juist ook zijn medewerkers laat vallen die nu dagelijks geconfronteerd worden met nieuwe misstanden in zijn organisatie. Medewerkers die nu ook in hun privé leven geconfronteerd gaan worden met hun eigen falen omdat vrienden en familie ook vragen gaan stellen. Een echte bestuurder staat op en toont zijn verantwoordelijkheid en erkent fouten. Het is niet alleen een teken dat de aantijgingen in het zwartboek juist zijn het is ook het teken dat alles en iedereen ondergeschikt gemaakt wordt aan het het imago van de bestuurder en iedereen door hem geslachtofferd wordt als dat nodig is voor zijn doel. Alsof zijn imago en dat van JBB nu nog te redden is?

Hoe wrang is het dan dat JBB namens Hannah een schadevergoeding eist van de ouders die hun kind hebben ontvoerd terwijl de jeugdzorgwerkers en de verantwoordelijke bestuurders hebben weggekeken. Als er al iemand een schadevergoeding zou moeten betalen aan Hannah zijn zij het wel!

Zwartboek geen loze beschuldiging

Met het schrijven van de inspectie wordt nog meer duidelijk dat het zwartboek “Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdzorg” absoluut geen loze beschuldigingen bevat. Het zijn gedegen dossieronderzoeken waarbij de rode draad in het functioneren van deze GI worden blootgelegd. Het maakt des te meer duidelijker dat de bestuurder van JBB totaal geen grip meer heeft op zijn eigen organisatie en dat jeugdzorgwerkers feitelijk alles kunnen doen wat buiten de wet-& regelgeving valt. Met zijn houding faciliteert hij op deze manier de misstanden in de jeugdzorg en is hij mede schuldig aan een misdrijf tegen de vrijheid: de ontvoering van Baby Hannah. Een dergelijk feit maakt deze man volledig ongeschikt om nog langer aan het hoofd te staan van een organisatie die opkomt voor de bescherming van kinderen. Feitelijk kan hij alleen nog maar zijn conclusies trekken en opstappen. Samen met alle anderen die intern bij dit dossier betrokken zijn. Het is des te zorgelijker dat de Raad van Toezicht, die op de hoogte moet zijn van het schrijven van de inspecties, niet ingrijpt en deze bestuurder en mensen op hun plek laat zitten. Ingrijpen vanuit de inspecties is dan ook zeker wenselijk. Het is op zich al verwonderlijk dat de inspecties met deze conclusies JBB en CJZ niet onder verscherpt toezicht hebben geplaatst.

Hiermee krijgt de jeugdzorgwerker volledig de vrijheid om te allen tijde dossiers te manipuleren, eigen falen in de doofpot te stoppen en eventuele klachtprocedures te beïnvloeden om zo gegrond verklaarde klachten, berispingen of schorsingen te voorkomen.

*De genoemde brieven van 21 augustus en 5 november zijn in het bezit van de auteur.

Achtergrondinformatie:

In februari 2018 werd in Eersel Baby Hannah uit de armen van haar pleegmoeder getrokken en ontvoerd door haar biologische ouders. Hannah was in de pleegzorg terecht gekomen naar aanleiding van vermoedens van kindermishandeling en daardoor uit huis geplaatst. Jeugdbescherming Brabant was door de rechter belast met het toezicht. De Combinatie Jeugdzorg is het pleegzorgbureau wat de plaatsing regelt en verantwoordelijk is voor de begeleiding van de pleegouders.

Pleegouders en verdere familie van Hannah hebben onlangs naar buiten gebracht dat de instanties op de hoogte waren van de ontvoeringsdreiging maar dat zij er niets mee gedaan hebben. Beide instanties hebben steeds gemeld dat zij zich niet herkenden in deze mening. De Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd had in een eerder schrijven aan de pleegouders al gemeld dat alle zorgen klachten die zij hadden ingediend door de inspecties werden onderschreven.

Positie bestuurder Jeugdbescherming Brabant totaal onhoudbaar!

Dat het niet goed zit bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant wordt met de dag duidelijker. De instelling geeft een desolate indruk waarbij bestuurder en management aan het vechten zijn om hun eigen (persoonlijke) imago’s te redden. Dat duizenden kinderen en hun familieleden de dupe zijn van het jarenlange gebrek aan fatsoen en respect voor de democratische rechtsstaat door de handelswijze van bestuurder René Meuwissen lijkt ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen.

Sinds de publicaties van begin september over het falen van JBB in de case Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek, Jeugdbescherming Brabant: de doodlopende weg in de jeugdhulpverlening, komt er dagelijks nieuwe informatie vrij over JBB. Informatie van nieuwe dossiers(inmiddels zijn het er meer dan 70!) die telkens nog schokkender zijn dan de al bekend zijnde dossiers, informatie over onderzoeken tegen JBB, informatie van gemeenten, advocaten, van (oud)medewerkers van ketenpartners en (oud)medewerkers van JBB zelf. Zelfs bronnen die dicht rondom de bestuurder en directie opereren geven aan dat zij zich herkennen in het zwartboek. Maar durven niet openbaar te spreken uit angst voor de reactie van de bestuurder en zijn kompanen!

Het beeld wat ontstaat is er één van een organisatie die als een totaal ongeleid projectiel opereert en waarbij de bestuurder als een ware anarchist zijn eigen regels bepaalt en zich niets aantrekt van de wet- & regelgeving die er in Nederland is vastgelegd. Om zijn eigen positie te beschermen is alles geoorloofd. Variërend van achterhouden van informatie, het in de doofpot stoppen van onderzoeken, smaad/laster, liegen in de rechtbank, het persoonlijk en in zijn bijzijn toelaten van liegen tegen zijn eigen klachtencommissie en intimideren van cliënten. Intimidatie is al jarenlang zijn handelsmerk. Op internet circuleert een brief van zijn hand waar geen enkel middel wordt geschuwd tegen mensen die gebruik maken van hun vrijheid van meningsuiting. De actie om ouders die mogelijk hebben meegewerkt aan het zwartboek rechtstreeks te benaderen is werkelijk waar ongehoord en gaat volgens diverse juristen in tegen elke grondrecht en privacy van de cliënten. Het is een absolute wanhoopsdaad van een bestuurder die de grip op zijn imperium kwijt is. Het handelen van René Meuwissen zou overigens een prachtige intimidatie scene geweest kunnen zijn uit de film ‘The Godfather’.

Zo is er alles aan gedaan om de vernietigende oordelen van de Inspecties over het falen van JBB in de case Baby Hannah in de doofpot te krijgen(de beerput gaat steeds verder open waarbij nieuwe publicaties op handen zijn), zijn er zorgwekkende signalen dat JBB onafhankelijke onderzoeken van de Nationale- en Kinderombudsman probeert te beïnvloeden, worden beleidslijnen in lopende dossiers continue gewijzigd ten einde cliënten onder druk te zetten, worden maatregelen genomen zonder toetsing door de rechter en worden lastige dossiers beëindigd om zo enige aansprakelijkheid en verplichte correctie te voorkomen. En nergens wordt ook maar iets gedaan aan de verplichte waarheidsvinding. In de komende weken zullen nog de nodige opzienbarende zaken uit meerdere dossiers toegevoegd worden aan het zwartboek. Alle zaken stapelen nu in een rap tempo op. De geest is uit de fles en gaat er ook niet meer in terug.

De positie van René Meuwissen is met alle feiten die bekend zijn geworden eigenlijk onhoudbaar geworden. Het is daarom onbegrijpelijk dat de Raad van Toezicht, onder leiding van de Financieel directeur van het LUMC Gerard van Loon, niet ingrijpt en Meuwissen laat doorgaan. Het toont de wijze waarin Meuwissen, op bijna Noord Koreaanse wijze zijn imperium bestuurt en bewaakt. Het is bijna niet voor te stellen dat de voorzitter van de Raad van Toezicht zijn persoonlijke carrière op het spel lijkt te zetten om René Meuwissen de hand boven het hoofd te houden. Een toezicht houder overigens die in gesprekken over JBB zich beroept op de keukentafelervaringen van zijn vrouw, toevallig ook jeugdzorgwerker, en deze N=1 ervaringen afzet als hoe de jeugdzorg in elkaar zit. Een toezichthouder die de Jeugdwet niet kent en bij de wettelijke waarheidsvinding van artikel 3.3.JW zelfs glashard betwijfeld of dit wel in de wet staat. Het is lastig zo’n toezichthouder nog serieus te nemen.

René Meuwissen (63) komt over als een beminnelijke man, de lieve zachte opa die bescheiden op de achtergrond wil blijven. Als bestuurder probeert hij bij dossiers buiten beeld te blijven om zo te voorkomen dat hij verantwoordelijk, lees aansprakelijk, gesteld kan worden voor de handelingen van zijn pionnen op de werkvloer. Met deze werkwijze lijkt hij de ideale werkgever: zijn personeel krijgt veel vrijheid en verantwoordelijkheid. En om hun werk goed te doen stelt Meuwissen ruime beleidskaders vast. Kaders waarbij zij de wet mogen overtreden. Maar de verantwoordelijkheid die ze krijgen is slechts een afleidingsmanoeuvre om zo zelf buiten schootsveld te blijven. Loopt een dossier fout dan is de jeugdzorgwerker de dupe en wordt deze rücksichtslos geslachtofferd.

Binnen zijn organisatie heeft Meuwissen een aantal getrouwen om hem heen verzameld die zijn werkwijzen ondersteunen en zijn beleidslijnen uitdragen. Uiteraard de voorzitter van de Raad van Toezicht Gerard van Loon, regiodirecteur Miranda Dekkers en gebiedsmanagers Gerard Stoop en Mathi Schipper zijn de voornaamste met daaronder een keur aan JZW-ers die, vaak uit angst voor hun baan en de lange arm van Meuwissen, niet durven af te wijken van zijn beleidskaders. Ondanks de vele, vaak gegronde, klachten en overduidelijke overtredingen van wet- & regelgeving mogen/moeten zij onbelemmerd doorgaan in het mishandelen en beschadigen van kinderen en ouders die toch al kwetsbaar zijn. Op geen enkel moment is er enige zelfreflectie en wordt er nimmer de-escalerend gehandeld. De behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman, de handleiding hoe je als (semi) overheidsinstelling moet omgaan met de burger, wordt volledig genegeerd. Niet verwonderlijk dat toen de ombudsman aangaf het handelen van JBB naast deze handleiding te willen gaan leggen, er ineens druk werd uitgeoefend om het onderzoek een andere wending te geven. Zonder succes overigens.

Meuwissen kent een lang track record binnen de jeugdzorg. Hoe lang is niet duidelijk te krijgen, op social media is hij niet tot nauwelijks te vinden, en op internet zijn slechts wat flarden te zien van zaken waar hij bij betrokken is. Maar wel dat hij in 2014 zich al sterk bezig hield met het ondergeschikt maken van de werkelijke zorg aan het verdienmodel van de instellingen. Van recentere datum is zijn oproep om de klachtmogelijkheden voor cliënten in te perken en het rapport van de Ombudsman Rotterdam waarin JBRR, de voormalige instelling waar Meuwissen voor werkte, op de vingers getikt werd wegens intimidatie van cliënten. In de media weet Meuwissen vooral te melden hoe goed zijn mensen het moeilijke werk doen en dat als er iets is de schuld altijd bij een ander ligt. Nergens is er enige zicht op zelfkritiek over het eigen aandeel en handelen in het werk. Zijn club is fantastisch en foutloos!

Het inperken van de klachtmogelijkheden past natuurlijk volledig binnen de zienswijze van René Meuwissen. Een wijze waarop hij de rechten van cliënten wil inperken om zo ongestoord zijn imperium buiten elk zicht van controleurs te houden. Ook omdat hij van mening is dat gemeenten, ondanks dat zij betalen voor zijn zorg, van hem geen inzage mogen hebben in de voortgang van dossiers en zijn bedrijfsvoering. Indien noodzakelijk worden de gemeenten voorzien van onjuiste of onvolledige informatie of wordt informatie volledig verzwegen. Privacy is daarbij zijn toverwoord. Maar dat het onwenselijk is de klacht mogelijkheden in te perken blijkt wel uit de cijfers van JBB: meer dan 50% van de klachten wordt gegrond verklaard. Logisch dat je dan minder klacht mogelijkheden wil hebben voor de cliënten. Maar hij kan natuurlijk ook aan de kwaliteit gaan werken van zijn dienstverlening. Maar dan moet er betere mensen aangenomen worden en die laten zich niet leiden door een feodale leider als René Meuwissen.

De tik op de vingers van de Ombudsman Rotterdam is natuurlijk een gevoelige. Want hier is vastgesteld dat JBRR cliënten intimideerde. Het opzetten van een intimidatiecultuur lukt niet van vandaag op morgen. Daarvoor moet je een organisatie opzetten van vertrouwelingen die jouw handelswijze ondersteunen maar waarvan je ook als bestuurder moet weten dat ze te vertrouwen zijn. Dat kost even tijd. Het rapport van de ombudsman gaat gedeeltelijk over de periode dat Meuwissen al weg was bij JBRR, echter de mate waar in de intimidatie plaatsvond is onmogelijk op te zetten door de opvolger van Meuwissen in zo’n korte tijd.

De rol van Meuwissen is een gevaarlijke voor de hele jeugdzorg in Nederland. Want hij is niet alleen bestuurder van JBB maar ook vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. In deze functie schuift hij aan bij allerlei belangenclubs en op basis van zijn lange staat van dienst geniet hij een hoog aanzien in de jeugdzorgwereld. Hierdoor is hij in staat zijn werkwijzen breder uit te dragen en landelijk in beleidskaders onder te brengen. Hiermee de olievlek van zijn anarchistische bolwerk wijd verspreidend.

Het is zorgelijk dat hier nog nooit op ingegrepen is door de overheid. Daarom is het goed dat enkelen het nu aangedurfd hebben om Meuwissen en zijn club aan te spreken op de schade die hij in de afgelopen jaren heeft aangericht.

Meuwissen is inmiddels verworden tot de vis die op het droge aan het spartelen is, aangeschoten wild! Die de grip verliest op zijn imperium. Die vanuit zijn eigen achterban de vragen krijgt hoe dit allemaal mogelijk is en hoe het kan dat alles wat hij de jeugdzorgwerkers heeft voorgehouden kennelijk toch anders is. Dat hij druk bezig om is zijn eigen imago en dat van JBB op te poetsen blijkt wel uit de opdracht die hij intern heeft gegeven na de negatieve publiciteit over Baby Hannah en de publicatie van het zwartboek: het werd tijd dat JBB positief in het nieuws kwam! Enkele dagen later verscheen er een spoed vacature voor een nieuwe communicatie medewerker. Het zal u dan ook duidelijk zijn dat bestuurder en woordvoerder kennelijk een andere visie hadden over wat er dan gebracht kon en moest worden.

Er moet schoon schip gemaakt worden bij JBB, dergelijke bestuurders en medewerkers horen niet thuis in de jeugdzorg. Kinderen en ouders die aan een GI worden toevertrouwd moeten er er meer dan 100% van op aan kunnen dat hun belangen gewaarborgd zijn, dat ze de beste hulpverlening krijgen en dat hun wettelijke grondrechten gerespecteerd worden. Dat GI’s eerlijk zijn en zich inderdaad aan de waarheid houden. Dat JZW-ers zich beroepen op feiten in plaats van hun eigen visies die ze nergens toetsen of wetenschappelijk niet onderbouwen. Daarom moeten de rotte appels uit de JBB mand geschud worden. En moeten de JZW-er zichzelf gaan afvragen of zij nog wel geschikt zijn voor hun werk, of ze zichzelf wel in de spiegel kunnen aankijken zonder dat hij barst van de vele leugens en hoeveel kinderen ze onrecht hebben aangedaan door ze weg te houden bij een ouder, opa’s en oma’s en broers of zusters! En elke jeugdzorgwerker die een contactverbod heeft gevraagd of ondersteund dient per direct op stappen omdat dat nooit in het belang van een kind is! Dergelijke pseudo psychologische prutsers horen niet thuis in de jeugdzorg!

Ik kan Meuwissen, en zijn getrouwen van Loon, Dekkers, Stoop, en Schipper nu maar 1 advies geven: hou de eer aan jezelf en stap zelf met onmiddellijke ingang op. Jullie falen en handelen wordt langzaam aan bloot gelegd en uiteindelijk zal dit ook voor jullie leiden tot een onhoudbare positie binnen de jeugdzorg. Met verstrekkende gevolgen van dien omdat naast bestuursrechtelijke feiten er ook nog juridisch strafrechtelijke feiten zijn gepleegd die hoe dan ook op enig moment op jullie bordje gaan komen.

Schokkend: 2 kinderen per uur slachtoffer van ouderverstoting!

Twee kinderen per uur!! Twee kinderen per uur die het contact met een ouder kwijtraken omdat één van de ouders niet wil dat de andere ouder in het leven van het kind zichtbaar is. Twee kinderen per uur die vervolgens voor de rest van hun leven zo beschadigd zijn dat hun kansen op een normaal sociaal en werkzaam leven zo goed als verpest zijn. En waarom? Omdat één van de ouders niet in staat is om te delen en los te laten. Niet in staat is om de kinderen te bieden wat ze nodig hebben: een onbelast contact met beide ouders. Noodzakelijk voor hun sociaal emotionele- en identiteitsontwikkeling.

2 kinderen per uur. Dat zijn er 48 per dag, 1.400 per maand, 16.000 per jaar. Dat is meer dan het aantal kinderen dat in juli 2018 in Nederland geboren is. Dat is meer dan het aantal mensen dat gemiddeld per dag naar de Efteling gaat.

Ouder onwaardig

Stelt u eens voor: uw kind zit in een klas van 32 kinderen. Na 1 schooldag heeft de helft van deze kinderen geen enkel contact meer met een vader of moeder. Na 2 dagen hebben al deze kinderen totaal geen contact meer met een vader of moeder…. Bedenkt u zich eens wat dat betekent voor die kinderen, de verstoten ouder, opa’s en oma’s, andere familieleden, vrienden enz. Mensen die deze kinderen van de één op de andere dag niet meer zien, soms zelfs nooit meer omdat ze overlijden voordat er een stap gemaakt wordt in een oplossing! Wat een leed…. en dat alleen omdat één van de ouders het de kinderen niet gunt dat ze ook nog een andere ouder hebben. Want dat is het: ze gunnen hun eigen kinderen de andere ouder niet! Ze denken dat ze de andere ouder raken, maar ze raken nog veel meer hun eigen kind op een manier die een ouder onwaardig is!

Een verstotende ouder wordt vaak gesteund door een netwerk van nieuwe partner, (groot)ouders, familie, vrienden en collega’s. Met deze ondersteuning zijn zij ook geen haar beter dan de verstotende ouder zelf. Want geen enkel kind wijst een ouder uit zichzelf af. Dat doen ze omdat ze dat opgedragen wordt, ze met dure cadeaus gekocht worden of omdat het te onveilig is voor ze om de andere ouder lief te hebben en daarbij  bedreigd worden in hun basale levensbehoeften als ze wel positief zijn over de verstoten ouder.

De autoriteit op het gebied van OVS, Dr. Childress, heeft inmiddels aangetoond dat als kinderen zo snel als mogelijk worden weggehaald uit de vergiftigde omgeving ze nog redelijk kunnen worden geholpen

Waarom leven kinderen verwoesten?

De schade voor de kinderen door OVS is zo groot dat de maatschappij straks wordt opgescheept met 16.000 volwassenen per jaar  die onherstelbare trauma’s hebben overgehouden aan hun jeugd. Kent u nog de verontwaardiging van jaren terug als er bij criminelen en verslaafden gesteld werd: ‘hij heeft zo’n slechte jeugd gehad’ en de straf mild was. Kinderen die te maken hebben met OVS raken vaker verslaafd, vallen vaker uit op school, komen eerder in het criminele circuit terecht, hebben mindere kansen op de arbeidsmarkt en zijn slechter in staat om relaties aan te gaan en te onderhouden. En de veroorzaker, de verstotende ouder, geeft dan als het zover is niet thuis en geeft de schuld aan de kinderen of zelfs de verstoten ouder: zij wilden of hadden immers geen contact. Daarmee toont de verstotende ouder aan het eigen aandeel niet in te willen of kunnen zien.

Maar als ouder wil je toch dat je kinderen goed op groeien? Waarom dan het leven van de kinderen zo verwoesten? Daarom is OVS ook maatschappelijk onaanvaardbaar. Maar de verstotende, pathogene, ouder beseft dat niet. Die denkt  alleen maar dat zij goed en in het belang van het kind handelen. Niet openstaand voor enige zelfreflectie of aanwijzingen dat hun handelen ongezond is. Om vervolgens de veiligheid te zoeken van het eigen netwerk die net zo min in staat is om te beseffen wat de kinderen wordt aangedaan.

We laten een kind toch ook niet bij een mishandelaar of misbruiker? Waarom dan wel bij een ouder die het kind het recht ontneemt om contact te hebben met de andere ouder.

Sekte

Onlangs heb ik gesproken met Emeritus Hoogleraar Louis Tavecchio. In Nederland de autoriteit op het gebied van OVS. “Ouderverstoting leidt tot een ernstige verstoring van het hechtingssysteem van een kind. Daarnaast ontstaat bij het kind het Stockholmsyndroom (een syndroom waarin het, door de afhankelijke positie waar het in verkeert, de verstotende ouder gaat ver idealiseren). Alleen al daarom moet een kind die te maken heeft met OVS ten alle tijde psychologische hulp krijgen”, aldus Tavecchio. Hulp die per definitie door de verstotende ouder, vaak ondersteund door een jeugdzorgwerker, geweigerd wordt. “Maar bij enig vermoeden van OVS is de inzet van een klinisch psycholoog absoluut noodzakelijk. Hier kan niet meer worden volstaan met een jeugdzorgwerker of een gedragswetenschapper die de kinderen, al dan niet zelf, ziet”, stelt Tavecchio.

“De aanwezigheid van een kind bij een ouder die aan OVS doet moet je vergelijken met een kind wat is opgenomen in een sekte. De hele dag door worden er door de verstoter en diens netwerk waanbeelden geschetst over de verstoten ouder. Iedere dag worden die beelden erger en erger gemaakt waardoor het voor de kinderen geloofwaardig wordt en ze zo afhankelijk en bang zijn geworden dat ze niet meer terug kunnen of durven”, gaat Tavecchio verder.

“Ouderverstoting leidt tot een ernstige verstoring van het hechtingssysteem van een kind. Daarnaast ontstaat bij het kind het Stockholmsyndroom.” (Louis Tavecchio)

Onwenselijk

Kinderen die met OVS te maken hebben moeten daarom zo snel als mogelijk weg gehaald worden bij de verstotende ouder. De verstotende ouder en het netwerk heeft een dusdanig negatieve invloed op het kind dat een langer verblijf absoluut onwenselijk is. We laten een kind toch ook niet bij een mishandelaar of misbruiker? Waarom dan wel bij een ouder die het kind het recht ontneemt om contact te hebben met de andere ouder.

De autoriteit in de wereld op het gebied van OVS, Dr. Childress, heeft inmiddels aangetoond dat als kinderen zo snel als mogelijk worden weggehaald uit de vergiftigde omgeving ze nog redelijk kunnen worden geholpen en, mits goed begeleidt, het hechtingssysteem redelijk kan herstellen. Maar dan is het wel noodzakelijk dat de volledig achterhaalde stelling van rust, zoals die nu door de GI’s wordt gepropageerd, wordt losgelaten. De strategie van rust leidt alleen maar tot verdere beschadiging omdat de verstoter de vrije hand heeft de verstoting door te zetten. Het kind zo snel als mogelijk onderbrengen bij de verstoten ouder geeft het kind niet alleen de rust om zichzelf te zijn maar ook, om zonder negatieve druk, van de verstoten ouder te houden en de noodzakelijke affectieve band op te bouwen. Maar ook kan dan het negatieve geschetste beeld over de verstoten ouder weggehaald worden. Daarom is het onbegrijpelijk dat alle zichzelf respecterende jeugdzorgwerkers dit simpele feit niet in willen zien en blijven hangen in niet bewezen theorieën.

“De aanwezigheid van een kind bij een ouder die aan OVS doet moet je vergelijken met een kind wat is opgenomen in een sekte.” (Louis Tavecchio)

2 kinderen per uur. Dat is heel veel. Dat zijn er 48 per dag, 336 per week, 1.400 per maand, 16.000 per jaar. Dat is meer dan het aantal kinderen dat in juli 2018 in Nederland geboren is. Dat is meer dan het aantal mensen dat gemiddeld per dag naar de Efteling gaat.

Sta op!

Dit laten we toch niet gebeuren in Nederland? Sta op tegen OVS. Spreek de verstotende ouder en hun netwerk aan, zeg dat je het onaanvaardbaar vindt dat kinderen de andere ouder niet zien, dat het geen eigen keuze is van het kind. Ken je OVS situaties waar al hulpverleners bij betrokken zijn? Spreek de hulpverleners aan, doe meldingen bij Veilig Thuis, stuur mails naar de Gecertificeerde Instellingen en wijs ze op hun bijdrage aan kindermishandeling. Maak de verontwaardiging groter en groter. Deel deze blog met landelijke en lokale media en volksvertegenwoordigers en wijs ze op hun verantwoordelijkheid. Spreek de Wethouders Jeugd aan en wijs ze op hun verantwoordelijkheden als controleur en budgetbewaker van de jeugdzorginstellingen. Maak Nederland kenbaar dat we dit niet meer accepteren! OVS is onaanvaardbaar!

De schade voor de kinderen door OVS is zo groot dat de maatschappij straks wordt opgescheept met 16.000 volwassenen per jaar  die onherstelbare trauma’s hebben overgehouden aan hun jeugd.