Besluit Inspectie G&J: arrogantie of andere krachten?

Vrijdag 26 oktober werd de Stichting (H)erken Ouderverstoting door een journalist geïnformeerd over het besluit van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd dat er geen onderzoek gaat plaatsvinden naar de misstanden bij Jeugdbescherming Brabant(JBB). Eind september hebben 18 gemeenten uit West Brabant, ondersteund door meerdere gemeenten uit Oost Brabant, de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd een verzoek gedaan om dit onderzoek. Dit nadat er een zwartboek is gepubliceerd waarin de misstanden bij deze GI werden blootgelegd. Het verzoek tot onderzoek werd “ondersteunt” door de bestuurder van JBB. De gemeenten hebben al laten blijken niet blij te zijn met het antwoord van de Inspectie en graag het gesprek aan te willen gaan. Ook de Stichting HOVS en de betrokken ouders willen graag het gesprek met de Inspectie aangaan, echter de stichting heeft tot de dag van vandaag nog helemaal niets vernomen van de Inspectie.

Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. Dat lijkt bij deze Inspectie niet het geval.

Zwartboek

De misstanden werden bloot gelegd in een zwartboek. De rode draad in het zwartboek komt er met name op neer dat beschikkingen van rechters niet uitgevoerd worden, hulpverlening niet wordt opgestart, adviezen van professionals en Raad voor de Kinderbescherming genegeerd worden, er geen of nauwelijks communicatie plaatsvindt, ouders geïntimideerd worden, er niet aan waarheidsvinding gedaan wordt, (kern)beslissingen genomen worden zonder deze te toetsen bij de rechter, wet- & regelgeving niet gevolgd worden, afspraken geschonden, dossiers niet op orde zijn, medewerkers onbereikbaar zijn en er is geen evenredigheid in de contacten tussen GI en cliënten.

Reactie Stichting HOVS op afwijzen onderzoek door Inspectie

Kamervragen over zwartboek

Een kleine maand later heeft de inspectie aan de gemeenten laten weten dat zij vooralsnog geen aanleiding zien om onderzoek te gaan doen naar JBB. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat de Inspectie van mening is dat zij het aantal klachten en de inhoud van de klachten niet bepalend vindt om een onderzoek te doen. Andere bronnen, welke zijn onbekend, zijn hier mede bepalend in. Tevens is een lopend onderzoek door de Nationale Ombudsman naar het dossier van de samensteller een reden voor het niet opstarten van een onderzoek. Ook het feit dat JBB net door het Keurmerk is getoetst en zijn nieuwe certificering heeft gekregen is een reden om geen onderzoek op te starten omdat volgens de Inspectie de GI voldoet aan alle vereisten door verkrijging van de certificering. De GI gaat af op een mondelinge terugkoppeling van het Keurmerkinstituut, het formele rapport is nog niet afgerond. De Inspectie weet dus niet op welke punten de GI wel of niet goed scoort. Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten.

Argumenten boterzacht

We zijn dan ook heel benieuwd welke bronnen de Inspectie heeft gebruikt en hoe die zich verhouden tot het aantal en de inhoud van de klachten. Eén van de andere redenen is ook het nog lopende onderzoek bij de Nationale- & Kinderombudsman. Echter dit onderzoek betreft slechts 1 dossier en is een procesanalyse van dat specifieke dossier. Omdat dit onderzoek zich slechts richt op 1 dossier is het voor JBB relatief eenvoudig om, bij een negatieve uitkomst, dit als een incident af te doen, de betreffende jeugdzorgwerker te slachtofferen en als organisatie de handen in onschuld te wassen en wederom, voor de zoveelste keer, beterschap te beloven. Het zwartboek bestaat uit 30 dossiers en toont een causaal verband aan tussen de werkwijzen in de verschillende dossiers. Het negeren van die signalen door de inspectie is zorgelijk en doet onrecht aan alle ouders en betrokken kinderen die hebben meegewerkt aan het zwartboek. De keuze van de Inspectie brengt direct deze ouders en kinderen in gevaar omdat de rancune en frustratie van JBB op wat er gaande is van elke mail en brief die ze versturen af spat.

Maar de meest opvallende reden is dat het Keurmerkinstituut net JBB ge-audit heeft en dat er een nieuwe certificering is afgegeven. Wanneer die audit heeft plaatsgevonden en of de klachten die in het zwartboek staan zijn meegenomen in die audit is niet bekend. Het lijkt er hiermee op dat de Inspectie geen onderzoek wil, de klachten als vervelend beschouwd, zelf wil bepalen wat ze wel en niet onderzoeken en hiermee klagende burgers en gemeenten arrogant opzij zet. De argumenten van de Inspectie zijn dan ook boterzacht.

Opvallend was dat Meuwissen 2 weken voor publicaties al door de Inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie.

Totaal onaanvaardbaar

Dat het goed mis zit bij de GI blijkt wel nu er in de afgelopen maanden in meerdere dossiers rechters JBB ontslagen hebben als toezichthouder in de OTS en belanghebbende, omdat ze geen hulpverlening hebben opgestart, oplossingen verder uit beeld zijn gekomen of de belangen van de kinderen niet (juist)hebben behartigd. De beslissing van de Inspectie is des te vreemder omdat diezelfde Inspectie op 21 augustus de handelswijze van JBB in het dossier rondom Baby Hannah totaal afkraakt. Het aantal tekortkomingen in de primaire processen is aanzienlijk en een aantal daarvan hebben zelfs tot verwondering geleid. Het ontbreekt aan voldoende afstemming, informatie uitwisseling en gezamenlijke besluitvorming. Risico’s worden verschillend getaxeerd en hierover wordt geen overleg gezocht. Continuïteit is onvoldoende en medewerkers zijn onervaren.

Het is de Stichting HOVS dan ook totaal onduidelijk op welke argumenten al deze besluiten zijn gebaseerd. De Inspectie heeft de stichting hierover ook niets laten weten. Er is zelfs totaal niet op het zwartboek, laat staan op de brieven en mails nadien, gereageerd. Als overheidsinstelling ben je verplicht om binnen afzienbare tijd te reageren naar de burger die je benaderd. Kennelijk is deze regel niet bekend bij de Inspecteur-Generaal en haar medewerkers. De stichting heeft het besluit van de Inspectie via de media moeten vernemen. Totaal onaanvaardbaar!

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst.

Bom onder stelsel

Met deze keuze heeft de Inspectie een bom gelegd onder de samenwerkingen en financiering van het huidige zorgstelsel en daarbij zichzelf volledig buiten de werkelijkheid geplaatst. Maar het toont ook aan dat het huidige systeem totaal onwerkbaar is en enige intrinsieke motivatie tot betere en openlijke controle van instanties en een totale verbetering van het systeem ontbreekt. Met deze keuze van de Inspectie lijkt de transitie van 2015 ten dode opgeschreven. Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven. Het wachten is nu dan ook op de definitieve ontmanteling van dit stelsel door een volgend kabinet.

Inspectie neemt gemeenten niet serieus

De keuze van de inspectie om de zorgen van ouders en de gemeenten, ondersteunt door JBB, zo te negeren toont ook aan dat er bij de inspectie geen enkel besef bestaat over de complexe materie waar de jeugdzorg zich mee bezig houdt. Maar ook dat men de zorgen van de gemeenten, diegene die de rekeningen moeten betalen, niet serieus neemt. De rode draad in het zwartboek zijn voor de betrokken gemeenten juist voldoende aanleiding om hun zorgen kenbaar te maken, twijfels te hebben over de kwaliteit van JBB en om die reden het verzoek te doen tot onderzoek naar JBB. De inspectie toont aan dat zij de betalers van de zorg niet serieus wenst te nemen. Wellicht dat het een idee is voor de gemeenteraden om het college te vragen voorlopig even de rekeningen van JBB links te laten liggen totdat daadwerkelijk is aangetoond dat JBB zich aan de wet- & regelgeving houdt en zich behoorlijk gedraagt naar de cliënten. Het kan en mag niet zo zijn dat gemeentelijke gelden worden overgemaakt aan organisaties die zich niet aan wet- & regelgeving houden. Een wethouder die dit doet kan daar later hele vervelende politieke consequenties van ondervinden. Deze verstrekkende consequenties en maatschappelijke ongewenstheid lijken bij de beslissingen van de inspectie geen rol te hebben gespeeld. Hiermee toont wat mij betreft de inspectie ook aan geen besef te hebben van de noodzakelijke coherentie van de democratie en de verre gaande gevolgen van een op het oog eenvoudige beslissing om geen onderzoek te doen.

Werkwijzen Rotterdam nu zichtbaar in Brabant

Ook is inmiddels een onderzoek naar de rol van JBB in het afwijzen van dit onderzoek wenselijk. JBB “ondersteunt” dit onderzoek weliswaar, het is echter algemeen bekend dat JBB en Jeugdzorg Nederland niet zitten te wachten op onderzoeken naar hun werkwijzen en functioneren. Met name de rol van bestuurder René Meuwissen, die op basis van betrouwbare bronnen nauwe banden heeft met Inspectie en ministerie, is discutabel. Enkele jaren voor zijn pensioen zit hij niet te wachten op een onderzoek naar het functioneren van zijn organisatie. Zeker niet met in het achterhoofd het rapport van de Ombudsman Rotterdam van eerder dit jaar waarin naar voren kwam dat JBRR, de organisatie waar Meuwissen eerder bestuurder was, cliënten intimideerde. Opvallend is dat de werkwijzen van destijds in Rotterdam nu zichtbaar worden in Brabant. Dit rapport uit Rotterdam is al een smet op zijn carrière, een nieuw onderzoek naar een organisatie waar hij eindverantwoordelijk is kan zijn ego niet aan. Meuwissen zal niet rusten totdat hij een ieder die heeft meegewerkt aan het zwartboek het leven heeft zuur gemaakt en waar nodig opdracht heeft gegeven tot verregaande maatregelen tegen de kinderen van deze ouders. Ouders die juist opkomen voor de belangen van deze kinderen.

Zorgen van de gemeenten, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het betalen van de gecertificeerde Jeugdbeschermings Instellingen, worden ogenschijnlijk arrogant aan de kant geschoven.

Op de vingers getikt

Dat hij niet zit te wachten op onderzoeken en niet openstaat voor kritieken blijkt ook wel uit de wijze waarop hij reageerde op de publicaties rondom baby Hannah en het zwartboek. Hij herkende zich er niet in en deed de verhalen af als die van emotionele ouders. Opvallend was dat hij 2 weken voor publicaties al door de inspectie op de vingers was getikt over aanzienlijke tekortkomingen in de primaire processen binnen zijn eigen organisatie, desondanks hield hij vol zich niet te herkennen in de klachten over JBB. Opmerkelijk is dat de inspectie normaliter elke aanwijzing vrijgeeft maar deze niet. Maar met de wetenschap dat de inspectie JBB net fors heeft aangesproken is het verbazingwekkend, maar meer nog zorgelijk, dat als er nog meer signalen komen over misstanden de inspectie vervolgens besluit dat verder onderzoek niet nodig is. De vraag is dan ook welke krachten hierbij een rol hebben gespeeld.

Ook opvallend is de wijze waarop Meuwissen omgaat met lopende onderzoeken. De Kinderombudsman schrijft in een brief met betrekking tot het lopende onderzoek naar JBB dat zij bemerkt dat er gepoogd wordt het onderzoek te sturen omdat het lopende onderzoek niet het onderzoek is wat men wenste. Maar ook uitspraken van zijn eigen klachtencommissie over zijn eigen functioneren worden stelselmatig genegeerd. Meuwissen reageert per definitie niet op mails of weigert die in behandeling te nemen. De lijst van blunders en onbehoorlijk gedrag van Meuwissen neemt steeds grotere vormen aan en langzaam aan komen er steeds meer zaken naar boven over zijn staat van dienst. Het lijkt daardoor begrijpelijk dat Meuwissen zelf, Jeugdzorg Nederland maar ook de Inspectie niet zitten te wachten op een onderzoek waaruit mogelijk veel misstanden naar voren komen met mogelijke aansprakelijkheden tot gevolg.

Gemiste kans

Het niet opstarten van een onderzoek is een gemiste kans. Want Jeugdzorg moet boven elke twijfel verheven zijn. Kinderen in nood moeten kunnen vertrouwen op volwassenen die hun belangen voorop stellen. De vele aangetoonde misstanden bij JBB tonen aan dat er terechte zorgen zijn. En als die zorgen geuit worden door neutrale partijen als gemeenten dan mag de Inspectie niet wegkijken en een onderzoek afwijzen. Het is nu dan ook aan Minister Hugo de Jonge om actie te ondernemen en zorg te dragen voor een onafhankelijk onderzoek naar de misstanden bij JBB en hier open over te rapporteren. In het belang van de kinderen en hun toekomst. En de Inspecteur-Generaal heeft het nodige om zich voor te gaan schamen in de komende tijd nu blijkt dat een veilige jeugdzorg geen prioriteit lijkt te zijn en men niet direct wenst in te grijpen bij misstanden.

Overigens gaat de certificering meer over de bedrijfsmatige processen en wordt er niets inhoudelijk gecontroleerd. Deskundigen noemen het certificeringsproces een wassen neus.

Advertenties

Een gedachte over “Besluit Inspectie G&J: arrogantie of andere krachten?

  1. Het is vreemd dat de inspectie over jeugdzorg en jeugd-gezondheidszorg zo wars is van meldingen van ouders, nu de minister een actieplan verbeterd feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen heeft gepresenteerd vanwege de vele klachten van ook de deskundigen van ouders.
    Waar ouders vragen om een echte open diagnose, worden deze ouders bij de rechter voorgesteld als ‘tegenwerkend’. Die ouders (BW1:247) voldoen juist aan de wet en wensen normaal handhaving van het kinderrecht, artikel 24 lid 1 van het kinderrechtenverdrag (IVRK dat Nederland heeft geratificeerd: onbelemmerde toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg, zeker waar er gedacht wordt aan uithuisplaatsen of gemakzuchtig éénoudergezag na scheiding).
    Het gaat om de geestelijke en fysieke gezondheid van een opgroeiende!
    Zeer vreemd is dat de inspectie, zoals in heel de jeugdzorgketen, geen rekening wenst te houden met recente bevindingen van onafhankelijke wetenschappers, zoals Joseph J. Doyle, 2007, arts Ursula Gresser, 2015, Daniel Weinberger, 2018, etc. [o.a. op: https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wertenschap-kind-oudercontact-schaden-is-schadelijk/ ]). Zij vonden naast anderen dat het wegplaatsen van het kind van één of beide ouders zeer ernstig bedreigend en schadelijk is voor dat kind, niet alleen psychisch!
    Zo schreef bijvoorbeeld Daniël Weinberger, 2018, in “Extreme Stress in jeugdzorg is giftig voor het DNA!”:
    “Het echte gevaar van het scheiden van kinderen van ouders is niet de psychologische stress – het is de biólogische tijdbom. Het geschreeuw en het gehuil, de angst en de verlatenheid zijn hartverscheurend (https://www.youtube.com/watch?v=tYpDhlgD3y0). Maar deze fall-out verbleekt in vergelijking met de minder zichtbare langetermijneffecten die meer sinister en gevaarlijk zijn.
    Het scheiden van kinderen van hun ouders, in een UitHuisPlaats-setting of buitenlandse adoptie, naar vreemden {of het weghouden van één der ouders na scheiding met omgangssabotage}, veroorzaakt de meest extreme levensstress die een kind kan ervaren. En het veroorzaakt diepgaande en onomkeerbare veranderingen in de manier waarop hun DNA wordt verpakt en welke genen aan en uit worden gezet in de cellen van het lichaam, in organen zoals de pancreas, de longen, het hart en de hersenen – wat leidt tot levenslange veranderingen in de structuur en functie ervan.”
    Dat dit ook voor Nederlandse kinderen geldt maken Nederlandse wetenschappers duidelijk. R.J. van der Gaag schreef in diens oratie dat voor de toegangspoort tot jeugdbescherming er ‘zwaargewichten, diagnostici, het gezinssysteem moeten onderzoeken, uiteraard naar hun beroepscode, het gezin zèlf ziend.
    Die (buitenlandse) wetenschappelijke inzichten, conform wat prof.dr. Jo Hermanns in Zeeland vond, duiden dat de weging tot uithuisplaatsen, of beslissen tot éénoudergezag , veel beter en dus naar IVRK artikel 24 lid 1 diagnostischer gemeten moet worden. Ook de adoptiewetenschappen duiden er op dat er veel meer rekening gehouden moet worden met latere ontwikkelingsfasen van de opgroeienden, wetende dat ze hun historie zullen ontdekken en dit ook een groot gevolg in hun leven kan innemen (Susan L. Smith, 2010).
    Gaat het niet om de gezonde ontwikkeling van het kind? Gaat het niet om open diagnosticeren onder de medische standaard en code, waarop ouders kunnen worden voorgelicht en in overleg het meest optimaal passende hulptraject of therapie gevonden kan worden?
    Het lage niveau van ‘jeugdzorg’, dat niet medisch bevoegd is (Jw3.2 lid 2), kan op wat meningen uit het veld geen diagnose vaststellen of juist doorverwijzen naar de passend specialist, zeker waar de jeugdzorg zich moet conformeren met de ambtelijke inkoop aan jeugdhulp. Dat is volgens de inspectie niet waard om te onderzoeken???

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s