Hoe bestuurder JBB zijn cliënten en klachtencommissie minacht

Naast mijn rol als vertrouwenspersoon heb ik zelf ook nog te maken met een OTS en een GI. In mijn situatie is dat Jeugdbescherming Brabant. Ook ik maak, net als de mensen die ik ondersteun, de meest onwaarschijnlijke dingen mee. En denk iedere keer weer: hoe veel dieper kunnen ze nog zinken? Want zoals uit deze blog blijkt legt de bestuurder van JBB, René Meuwissen, met zijn houding een bom onder de relatie tussen zijn JZW-ers en de cliënten, ouders en belanghebbenden en daarmee onder de jeugdzorg in Nederland. Dieper kun je bijna niet komen!

Mijn eigen dossier is, volgens Meuwissen,  inmiddels dusdanig complex dat als er gesprekken gevoerd worden deze plaatsvinden met de bestuurder/directie en advocaten, ook die van JBB, erbij, er onderzoeken lopen door de Nationale- & Kinderombudsman(resp. BOM en KOM), de inspectie G&J met smart op het rapport van de beide ombudsmannen wacht, de gemeente inmiddels een positie heeft ingenomen en er zelfs mediation geadviseerd werd om te zien of partijen alsnog tot een vruchtbare samenwerking konden komen.

De wijze waarop Dekkers liegt tegen de Klachtencommissie toont een groot gebrek aan respect naar de klager en de leden van de commissie maar nog meer het ontbreken van enig fatsoen.

In gesprek blijven

De Inspectie en de BOM/KOM zijn van mening dat partijen, in het belang van de hulpverlening voor de kinderen, in gesprek moeten blijven en adviseren begin december 2017 mediation tussen de GI en mij. Hoewel mijn vertrouwen in de GI en de JZW-er al ver onder het nulpunt was gedaald heb ik, in het belang van de kinderen, ingestemd met dit advies en deze ultieme poging. Het laatste inhoudelijke gesprek met de JZW-er was op 16 oktober 2017 dus het contact lag al even stil. Vanaf die datum heeft de JZW-er, mevrouw L. M., geen inhoudelijke reacties meer willen geven en blijft zij hangen in procedurele antwoorden.  Dat zij daarmee alle wettelijke voorschriften en termijnen negeert is haar kennelijk niet duidelijk of deert haar niet. Inspectie en BOM/KOM geven direct aan dat zij resp. gezien hun positie en de ver uiteen liggende standpunten, voor zichzelf geen rol zien als mediator. De gemeente vindt mediation op dat moment al een gepasseerd station en verwacht daar, gezien de halsstarrige houding van JBB, helemaal niets van. JBB schuift regiodirecteur Miranda Dekkers naar voren als gesprekspartner in de mediation.

Er wordt door mij een voorstel gedaan voor een mediator maar die wordt op basis van onjuiste informatie afgewezen.  Nadat Dekkers gewezen is op deze onjuiste informatie gaat ze schoorvoetend akkoord met de mediator maar krijgt deze op voorhand van Dekkers nog mee dat ze er ook nog van uit gaat dat de BOM als mediator kan gaan optreden. De BOM laat, desgevraagd, opnieuw weten aan Dekkers bij hun eerdere standpunt te blijven: zij gaan geen rol spelen in de gesprekken tussen partijen. Voornaamste reden nu lijkt te zijn om onafhankelijk te blijven in het onderzoek naar JBB wat inmiddels door de BOM en KOM is aangekondigd.  Een nederlaag voor Dekkers: ze zal het moeten doen met deze mediator.

Geheimhoudingsovereenkomst

Kern van een mediation is vertrouwelijkheid. Beide partijen tekenen een geheimhoudingsovereenkomst zodat niets van de mediation en wat er aan tafel besproken wordt naar buiten gaat. Ook een eventuele slotconclusie en alle correspondentie valt onder de vertrouwelijkheid. En mag dus niet gedeeld worden. Ook niet intern. De enige die direct geïnformeerd mag worden is de jeugdzorgwerker L.M. Dit omdat zij inhoudelijk verantwoordelijk is voor het dossier. L.M. zal ook in de mediation betrokken worden en tekent, net als Dekkers, een geheimhoudingsovereenkomst.

Over de mediation kan ik dan ook niets anders zeggen dan dat het een aantal zeer interessante gesprekken heeft opgeleverd die mij veel geleerd hebben over gespreksstrategieën die je kan toepassen als GI. En hoe je dergelijke strategieën kan doorzien in  handelingen, correspondentie en de non-verbale communicatie aan tafel. Na een aantal gesprekken stelt de mediator vast dat zij de mediation gaat staken.  In verband met de geheimhouding kan ik ook daar niets anders over zeggen dan dat de mediator kennelijk van mening is dat er geen basis meer  is om te komen tot vruchtbare gesprekken en dus een samenwerking.

Voor een regio directeur van een GI is het zorgelijk dat ze zulke aannames doet. 

Munitie

Direct aansluitend aan de mededeling van de mediator dat ze de mediation gaat staken, zie ik mails voorbij komen tussen Dekkers en de mediator die mij een vreemd gevoel geven. Enkele dagen na beëindiging van de mediation is er namelijk een zitting gepland met betrekking tot de OTS van mijn kinderen. In de stukken  betreffende deze zitting is al duidelijk dat L.M. poogt een bepaald beeld te schetsen van mij, echter zij beschuldigd mij van veel maar kan geen enkel punt hard maken en onderbouwen met bewijs in die stukken. Er is dus kennelijk meer munitie nodig.

Nu staat er in de geheimhoudingsovereenkomst van de mediation ook dat de mediation niet gedeeld mag worden met de rechter. Maar u voelt hem net zo goed aankomen als ik: L.M. zal in de rechtszaal gaan stellen dat ik de schuldige ben voor het beëindigen van de mediation. Doel hiervan is om aan te tonen: met deze vader valt niet te werken.

Misselijke actie

En zo gebeurde het ook. De zittingsvertegenwoordiger van JBB, F. van A. wapperde kwistig met mails uit de mediation. En citeerde hier letterlijk uit. Hiermee werd niet alleen duidelijk dat de geheimhouding intern geschonden was, F. van A. had de mails immers niet mogen hebben, maar nu ook extern: ze mocht er al helemaal niet over spreken laats staan hieruit citeren. JBB heeft niet alleen de geheimhouding geschonden naar de rechtbank maar in de zaal zat ook mijn ex partner. Er is uiteraard direct in de zitting bezwaar aangetekend bij  de rechter en aangegeven dat met zo’n instelling van de GI er niet verwacht mag worden dat er ooit nog een samenwerking kan komen en er vertrouwen zal zijn. De rechter toonde zich verbaasd over de handelswijze van de GI. F. van A. probeerde nog aan te tonen dat met mijn bezwaar haar onderbouwing (“meneer tekent overal bezwaar tegen aan”) voor het beëindigen van de mediation alleen maar ondersteund werd. Een misselijke actie met als doelstelling het framen van een voor L.M. lastige gezag hebbende ouder zonder enige grond. Het lijkt erop dat L.M. en F. van A. persoonlijk geïnstrueerd zijn door Dekkers zelf om alles te doen wat in hun macht ligt om mij zwart te maken bij de rechter, ook al moeten daarvoor overeenkomsten, wetten en fatsoensnormen geschonden worden. En smaad gepleegd worden.

Na de zitting is Dekkers direct door mij aangesproken. Zij beriep zich op het feit dat ze van mening was dat de mail over de reden van de beëindiging, die overigens voor de beëindigingsbrief kwam en dus binnen de mediation!!, niet meer tot de mediation zou behoren en dus naar buiten gebracht mocht worden. Daar heeft de mediator haar, desgevraagd, heel snel van duidelijk gemaakt dat dat een verkeerde aanname was. Voor een regio directeur van een GI is het zorgelijk dat ze zulke aannames doet wetende waar ze voor getekend heeft. Maar ondertussen was ik al beschadigd in de rechtbank.

Daarmee heeft Meuwissen een bom gelegd onder het respect wat cliënten en jeugdzorgwerkers voor elkaar moeten hebben. Hiermee schaadt hij de belangen van de  jeugdzorg in zijn geheel.

Verzuim

Uiteraard heeft mijn advocaat de GI en Miranda Dekkers persoonlijk in verzuim gesteld. Ze heeft nog gepoogd daar onderuit te komen maar heeft uiteindelijk de aansprakelijkheid doorverwezen naar de aansprakelijkheidsverzekering van JBB. Om tot een oplossing te komen stelde ze een nieuwe mediation voor met een andere mediator. Ook deze zagen we aankomen omdat, zoals al eerder gesteld, de vorige mediator niet haar keus was. Ik denk dat ieder weldenkend mens nu kan inschatten welke strategie Dekkers en L.M. hebben gevoerd en waar op aangestuurd lijkt te zijn in de mediation. En die strategie was niet om er uit te komen met elkaar! Los van de verzuim/aansprakelijkheidsstelling is er uiteraard een klacht tegen Dekkers ingediend bij de Klachtencommissie(KC)van JBB.

Diepe droefenis

In de zitting van de KC was de verdediging van Dekkers diepe droefenis. Het was overduidelijk dat zij de zitting niet of nauwelijks had voorbereid. Dekkers was van mening dat de dingen die gezegd zijn in de rechtszaal gezegd konden en mochten worden omdat dat in het belang van de zaak was en er daarmee een compleet beeld gegeven zou worden aan de rechter.  Op de vele vragen van de KC had ze niet of nauwelijks een afdoende antwoord en moest tijdens de zitting zelfs toegeven op een gerichte vraag van de KC dat  de geheimhoudingsovereenkomst inderdaad geen ruimte toeliet om ook maar iets in de rechtszaal te zeggen. Letterlijk gaf Dekkers op die vraag het volgende antwoord: “als u de geheimhoudingsverklaring zo bekijkt heeft u gelijk!” Maar ze zegt ook: “Ik heb mails van de mediator waaruit opgemaakt kon worden dat ze toestemming heeft gehad om dit wel in de rechtszaal te gebruiken.” De KC en ik hebben direct gesteld dat wij die mails wilden zien. Dit was geen probleem volgens Dekkers.

Maar er kwam niets, niet anders dan een mail aan de KC, en niet ook aan mij zoals toegezegd, dat zij toestemming aan de mediator had gevraagd de betreffende mails met ons te delen maar dat ze nog geen reactie had gekregen van de mediator. Vreemd want de mediator reageert normaliter binnen 24 uur.  Zelfs in het weekend.

Het handelen van Miranda Dekkers is ronduit schofferend.

Geen toestemming mediator

Toen ik na een aantal weken nog niets gehoord had, heb ik aan de KC gevraagd wat de stand van zaken was en of de mails er al zijn. De KC wees mij op de eerder benoemde mail  van Dekkers aan de mediator. Ik heb daarna de mediator benaderd en gevraagd of zij Dekkers al geantwoord had. Binnen enkele minuten, zoals te doen gebruikelijk bij deze mediator, melde ze dat ze vrijwel direct geantwoord had aan Dekkers. Ik heb deze informatie doorgezet aan de KC en gevraagd navraag te doen bij Dekkers waar de mails blijven.

Wederom hoorde ik enkele weken niets. Opnieuw naar de mediator met de vraag wat zij dan geantwoord heeft aan Dekkers en of ze mij kon voorzien van de mails. Kort daarna kreeg ik een reactie van de mediator dat zij Dekkers geen toestemming heeft geven die mails te openbaren omdat die onderdeel zijn van de mediation. Met die redenering van de mediator is het dan wel heel vreemd dat diezelfde mediator wel aan Dekkers toestemming gegeven zou hebben om aan de rechter dingen te vertellen.

Dekkers kan haar stelling dat zij toestemming heeft gekregen van de mediator dan ook niet onderbouwen met de door haar zelf benoemde “toestemmingsmails”.  Toen ik de mediator vertelde dat Dekkers bij de KC stelde dat zij toestemming had gehad van de mediator was de reactie van de mediator heel duidelijk: er is nooit toestemming gegeven om ook maar iets met de rechtbank te delen. Niet aan mij en niet aan Dekkers. Uiteraard is de KC volledig op de hoogte van alle informatie die van belang is voor de behandeling van deze klacht. De uitspraak kan dan ook met vertrouwen worden afgewacht.

Schofferend

Het handelen van Miranda Dekkers is ronduit schofferend. De wijze waarop ze de geheimhoudingsovereenkomst schendt toont aan dat ze totaal geen respect heeft voor (de rechten van) de cliënten van haar instelling. De wijze waarop Dekkers liegt tegen de KC toont een groot gebrek aan respect naar de klager en de leden van de commissie maar nog meer het ontbreken van enig fatsoen. Maar dit handelen  toont ook een gebrek aan inzicht en besef van de ernst van de situatie. Het toont een totale onderschatting van de cliënt aan of wellicht nog meer een overschatting van de intimidatiekracht van Dekkers en de GI. Als de situatie al zo op scherp staat weet je dat elke leugen die je doet direct opgepakt wordt. En toch doorgaan in de leugen om zo je hachje te redden in plaats van erkennen dat je een fout gemaakt hebt en daarvoor op de blaren te gaan zitten.

In het bedrijfsleven zou een medewerker, om het even op welk niveau, die dit doet op staande voet zijn ontslagen. Elke andere medewerker van JBB zou eveneens geslachtofferd zijn. Maar niet Miranda Dekkers. Bestuurder René Meuwissen, die als leidinggevende van Dekkers aanwezig was bij deze zitting, en dus getuige van het gedraai en gelieg, houdt Dekkers in functie. Maar met dit falen en deze houding is heeft zij zichzelf totaal onmogelijk gemaakt en onbetrouwbaar. Voor dergelijke mensen is in mij ogen geen plaats in de hulpverlening en al helemaal niet op een plek waarbij zij moet omgaan met cliënten. Deze handelswijze geeft een totaal verkeerd voorbeeld aan de medewerkers en de cliënten, de kinderen, waarvoor zij daar zit. Dekkers is voor mij dan ook geen serieuze gesprekspartner meer omdat ik geen enkel woord van wat zij zegt nog kan vertrouwen dat zij de waarheid spreekt. En heel vervelend niemand die met haar spreekt kan daar nu nog van uit gaan.

Houding bestuurder legt bom onder jeugdzorg

Meuwissen is één van de voormannen van de Jeugdzorg in Nederland. Door niet in te grijpen en Dekkers te laten zitten toont hij zijn complete minachting voor de cliënten van zijn instelling en de leden van de KC. Gezien zijn positie binnen Jeugdzorg Nederland is hij hiermee het toonbeeld geworden voor alle medewerkers van de verschillende Jeugdzorg instellingen in hoe arrogant en minachtend je mag zijn naar cliënten, ouders, andere belanghebbenden en de KC. Want als zij het mogen doen dan mogen wij het ook! Maar ook het werk van de KC wordt zeer bemoeilijkt: de KC kan er niet meer van uitgaan dat de medewerkers van de GI de waarheid spreken nu de directie het al niet doet.

Daarmee heeft Meuwissen een bom gelegd onder het respect en fatsoen wat cliënten en jeugdzorgwerkers voor elkaar moeten hebben. Hiermee schaadt hij de belangen van de cliënten, de belanghebbende ouders, alle jeugdzorgwerkers en de jeugdzorg in zijn geheel.  Voor dit soort opportunisten en minachtend gedrag is geen plek binnen de jeugdzorg. Het zou jeugdzorg Nederland sieren de behoorlijkheidswijzer van de BOM te gaan opleggen aan de GI’s, die na te leven, schoon schip te gaan maken en daarbij te gaan kijken buiten het eigen incestueuze old boys netwerk voor de vervanging van de huidige mastodonten van de jeugdzorg. In het belang van de kinderen die nu en in de toekomst aan clubs als die van Meuwissen worden toegewezen.  Het zou René Meuwissen sieren dat hij daarbij ook zijn conclusies trekt en beseft dat zijn tijd gekomen is om afscheid te nemen.

Geen stap verder

En wat betreft mijn eigen dossier. De mediation is gestaakt, er lijkt geen basis te zijn voor verdere gesprekken. Er is aan beide zijden totaal geen vertrouwen in elkaar. Iedere weldenkende bestuurder, die handelt in het belang van de kinderen, zal dan stellen dat als er geen vertrouwen is tussen partijen dat er ook nooit sprake kan zijn van een samenwerking. Dan beëindig je die. Niet Meuwissen. Zelf stelt hij per mail dat er geen samenwerking meer mogelijk is tussen L.M. en mij en dat dat niet in het belang van de kinderen is. Dan zou je maatregelen verwachten. Helaas ook hier  weigert Meuwissen die te nemen hiermee duidelijk makend dat de belangen van de kinderen hem niets doen. Een grotere bevestiging van zijn minachting voor zijn cliënten – de kinderen die aan JBB zijn toegewezen – en mij kan hij niet geven. En oja, het laatste inhoudelijke gesprek over de OTS dateert nog altijd van 16 oktober 2017. We zijn geen stap verder.

Advertenties

Een gedachte over “Hoe bestuurder JBB zijn cliënten en klachtencommissie minacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s