De partijdigheid van de JZW-er blootgelegd

Als ervaringsdeskundige ten aanzien van het falen van de Jeugdzorg in Nederland word ik regelmatig gebeld en gemaild door mensen die ten einde raad zijn. Zo kwam ik begin dit jaar in contact met een moeder bij wie de twee kinderen met medewerking van JBB weggehouden zijn bij hun moeder.

Aan de telefoon gaf ze aan dat een zekere L.M. haar jeugdzorgwerker was. Toevalligerwijs ook mijn JZW-er, en mijn interesse was direct gewekt. Ik heb voor enkele dagen later een afspraak gemaakt. Het gesprek met deze moeder leverde mij een hele middag niet alleen maar deja vu gevoelens op maar ook een grote rij van trieste herkenningen. Ik heb haar verhaal aangehoord wat ze gelijktijdig onderbouwde met duidelijke  bewijzen.

“Bovendien heb ik zelf(bijzonder curator)ervaren dat de voogd(L. M.) die hierbij betrokken was teveel in het kamp van vader is gezogen.”

Dit is ook gelijk mijn werkwijze. Ik wil elk verhaal aanhoren maar pel vervolgens de emotionele schil van het conflict er van af om zo tot de kern van het verhaal te komen en me te richten op de feiten. En die feiten moeten met bewijzen onderbouwd kunnen worden. Ik neem niets zomaar aan en zal geen enkele mening als feit vastleggen als het niet is aangetoond. Als een JZW-er iets stelt in het dossier dan wil ik daarvan ook de bewijzen zien danwel het tegenbewijs ter ondersteuning van de ontkenning. Daarnaast wil ik de vrijheid hebben die bewijzen op echtheid te kunnen toetsen. De adviezen die ik vervolgens geef zijn gericht op wat het in het belang is van de kinderen en de betreffende ouder(s). Een werkwijze waar ik wel eens van denk: dat zouden de jeugdzorgwerkers ook eens moeten doen. En alles wat niet met bewijzen onderbouwd wordt direct opzij leggen en die ouder schriftelijk manen alleen nog maar met feiten te komen. Maar helaas is dat voor de gemiddelde jeugdzorgwerker te hoog gegrepen.

In het kamp van vader gezogen

Terug naar het dossier. Ik heb het volledige dossier in de afgelopen periode bestudeerd en kwam hier een aantal opvallende zaken tegen. Ondertussen heb ik de moeder bijgestaan in de opstart van de nodige procedures tegen de GI.

De betreffende moeder had een lang en zeer vervelend traject met de JZW-er L. M. Er is zelfs extern vastgesteld dat er getwijfeld mag worden aan de neutraliteit van de JZW-er. De bijzonder curator(BC), die door de rechtbank was aangewezen voor dit dossier, stelde in haar rapport aan de rechtbank vast: “Bovendien heb ik zelf(bijzonder curator)ervaren dat de voogd(L. M.) die hierbij betrokken was teveel in het kamp van vader is gezogen.”

Jezelf als JZW-er dan op gelijke hoogte zetten met een NIP geregistreerde psycholoog toont een zeer grote hoogmoedswaanzin.

Ik zal het volgende voorbeeld hierbij geven: in de aanvangsfase van dit dossier heeft  de vader aan de JZW-er L. M.  de wens uitgesproken dat de kinderen naar hem zouden moeten komen en dat zij daar hoofdverblijfplaats zouden moeten krijgen.  Zonder duidelijke aanleiding is de JZW-er het spoor van vader gevolgd. Zij neemt contact op met de advocaat van vader, om gezamenlijk het verzoekschrift voor te bereiden.  Op basis van de aanwezige correspondentie is direct duidelijk dat de JZW-er inderdaad niet neutraal is. Zij stelt de argumenten voor deze UHP op voor de advocaat van vader. Vervolgens adviseert ze  de advocaat van vader om het verzoek zelf in te dienen omdat dat ‘veiliger’ is: dit geeft meer kans van slagen en JBB zou achterover kunnen leunen.

Een ander opvallend punt in dit dossier is onder andere  een RITAX waarin wordt gesteld dat moeder aan borderline zou lijden. Deze conclusie wordt zonder brondocument en verder onderzoek door L.M. vastgelegd in het dossier en komt telkens weer terug.  Moeder is nimmer gediagnosticeerd als borderlinde patiënt. Het blijkt de mening van vader te zijn die door L.M. als feit is vastgelegd. Het is voor moeder een zeer lastig punt: telkens wordt ze geconfronteerd met deze diagnose die niet gesteld is en haar op achterstand zet in haar strijd om haar kinderen en rechten. Hiermee is duidelijk dat de wettelijk verplichte waarheidsvinding bij L.M., en daarmee bij JBB, niet nageleefd wordt. Het zou JBB sieren als zij per direct deze diagnose zouden verwijderen en daarna het complete dossier opnieuw  laten beoordelen door een externe professional met de vraag of, zonder deze onterechte diagnose van borderline, de juiste beslissingen genomen zouden zijn.

Een goede JZW-er laat de conclusies over aan de professionals en gaat aan de slag met de adviezen in plaats van zelf als amateurpsycholoog te gaan spelen.

In het zelfde rapport van de BC, die overigens een psychologische achtergrond heeft met kennis van OVS, wordt gesteld: “Het is niet direct in het belang van de kinderen dat zij de vaste verblijfplaats bij de vader krijgen.”  Elders stelde de BC ook vast dat “vader niet in staat was om weerwoord te bieden aan de kinderen en op één lijn te gaan zitten met de moeder. Hierdoor was duidelijk dat de kinderen de vader emotioneel chanteerden (en andersom) en  de dienst uitmaakten. “

Dergelijke conclusies tonen aan dat er bij vader geen stabiele en goede basis is voor een gezonde opvoeding met een vast verblijf en een bron voor OVS. De rechter neemt het rapport over en beveelt uitvoering te geven aan het rapport. De rechter geeft daarbij aan dat er onderzoek moet komen naar OVS. Desondanks blijft L.M. vast houden aan de ingezette lijn dat de kinderen naar vader moeten. Met het rapport van de BC gebeurt niets. De conclusies van de BC worden weggestreept tegen de bevindingen van L.M. om zo de eigen mening en beleidslijn te vergoelijken en te blijven volgen. Hiermee plaatst L.M. zich op gelijke hoogte met de BC qua positie, qua kennis en expertise. De BC is een  NIP geregistreerde psycholoog terwijl L.M. niet meer en minder is dan een JZW-er zonder verder aantoonbare kwalificaties. Jezelf dan op gelijke hoogte zetten met een geregistreerde psycholoog toont een zeer grote hoogmoedswaanzin met kennelijk als enig doel: je eigen zin doordrijven. Een goede JZW-er laat de conclusies over aan de professionals en gaat aan de slag met de adviezen in plaats van zelf als amateurpsycholoog te gaan spelen.

De zogenaamd verzonden brief

Een ander opvallend punt in dit dossier is een al dan niet verzonden brief door L.M. aan de rechtbank. Er is een zitting geweest waarin een rapport van een externe deskundige besproken is en waarvan de rechter van mening was dat hier wat mee diende te gebeuren.  Op enig moment vraagt moeder bij L.M. naar de stand van zaken. Ze krijgt geen bevredigend antwoord van L. M.  Ze vraagt daarna of L. M. het proces verbaal van de zitting wil opvragen waarin het rapport van de deskundige besproken is en de rechter L. M heeft aangegeven de opmerkingen van de deskundige serieus te nemen.  L.M. zegt toe maar doet wederom niets. Na een tweede verzoek geeft L. M. aan dat zij een brief zal sturen aan de rechtbank met het verzoek voor een proces verbaal. De moeder blijft wachten en krijgt vlak na haar derde(!!) verzoek te horen dat de rechtbank alleen een proces verbaal verstrekt als er een hoger beroep wordt aangetekend. En u raadt het al: door het wachten van L. M. is de beroepstermijn verstreken en kan er geen hoger beroep meer ingediend worden en dus ook geen proces verbaal opgevraagd worden. Hiermee de burgerrechten van een belanghebbende negerend.

Moeder laat het er niet bij zitten en belt de rechtbank. De rechtbank ontkent een brief te hebben gehad van L. M. of de GI met het verzoek tot een proces verbaal.  Daarna handelt deze moeder heel voorzichtig en uiterst slim: ze vraagt aan L. M de brief op. Na enig aandringen krijgt de moeder de brief toegezonden. Het blijkt een word document te zijn.  Een document zonder briefhoofd en ondertekening. Moeder  wordt in de waan gelaten dat de brief verstuurd is. Maar het bleef aan haar knagen. Ze voelde dat er iets niet klopte. Echter toen ik het document onder ogen kreeg en ging bestuderen viel mij iets op: de datum van de brief week totaal af van het moment dat het document voor het eerst was aangemaakt. Het document is voor het eerst aangemaakt op 6 juli 2016 terwijl de brief is gedateerd op 17 mei 2016 ongeveer 6 weken daarvoor. Bij verdere bestudering van de documenteigenschappen bleek dat de brief zelfs nog nooit was afgedrukt. Het document was 9 minuten voordat hij naar moeder werd gemaild  pas gemaakt. Een mooier staaltje van misleiding kun je niet bedenken en een duidelijk signaal dat de brief inderdaad niet verzonden was aan de rechtbank zoals door de rechtbank al eerder bevestigd. CSI was hierbij niet nodig. We kunnen dan ook niet anders vaststellen dat L. M. in dit geval gelogen heeft tegen de moeder. In een eerder blog heb ik al aangegeven dat de gebiedsmanager G.S. van JBB zegt dat hij problemen heeft als zijn mensen liegen! Nou hier heb je er een. Met de vraag wat gaan jullie aan de liegende  L. M. binnen JBB doen?

(NB Ik heb nadat het dossier bij mij binnen kwam navraag gedaan bij de betreffende rechtbank over het beleid rondom het verstrekken van een  proces verbaal. Dit leverde het navolgende antwoord op: “Indien er een Hoger Beroep wordt ingediend wordt er automatisch een proces verbaal uitgewerkt. Indien één van de direct betrokkenen zwaarwegende reden heeft om een proces verbaal te krijgen dan kan hiertoe een verzoek ingediend worden. Het is dan aan de rechtbank te bepalen of het proces verbaal beschikbaar wordt gesteld.” Het antwoord van L.M. aan moeder is dus gedeeltelijk bezijden de waarheid en heeft er alle schijn van dat L.M. bewust wilde voorkomen dat het proces verbaal beschikbaar zou worden gesteld. De rechtbank heeft in dit geval het proces verbaal alsnog beschikbaar gesteld.. L.M. had het proces verbaal dus ook gewoon kunnen verkrijgen.)

Klacht- en tuchtprocedure

De kinderen zijn desondanks, en tegen het advies van de BC, toch definitief bij vader geplaatst op verzoek van JBB. Vader heeft elke poging tot hulpverlening gesaboteerd, onder toezicht van JBB. En na 2 jaar is de OTS beëindigd zonder resultaat. Moeder staat zonder kinderen. Er is niet eens een eindgesprek geweest met moeder. Moeder houdt zich sterk en is bezig met het verwerken van het (inmiddels opgelopen) trauma. Er wordt (ook) in dit dossier door  een externe partij onderzoek gedaan. Er loopt nog een klachtenprocedure bij de GI en de voorbereidingen voor een tuchtprocedure worden opgestart. Ook in die procedures kan moeder op mijn steun blijven rekenen..  Daarnaast zou een excuses van L.M. en het door haar aanvaarden van elke aansprakelijkheid voor de nadelige  gevolgen  die moeder ondervindt  nu zij onterecht heeft vastgelegd dat moeder aan borderline zou lijden, een stapje kunnen zijn om moeder te helpen bij het verwerken van haar trauma.

De pion in het schaakspel

En L.M.? Moeder heeft klachten geuit over het vele falen en het vertrouwen in L.M. opgezegd. Na heftig tegenspartelen is door de gebiedsmanager M.S. uiteindelijk, na 3 maanden strijd, L.M. van het dossier afgehaald. Hiermee lijkt L.M. de pion geworden die geofferd is in het schaakspel tussen moeder en de GI omdat haar falen en partijdigheid niet meer ontkend konden worden. Partijdigheid die door de BC in haar rapport feilloos is bloot gelegd.

Onder de nieuwe JZW-er veranderde er niets in de bejegening van moeder. Kennelijk moest de geofferde pion L.M. nog gewroken worden waarbij de belangen van de kinderen volledig uit het oog verloren zijn gegaan bij de GI.

Het is triest dat iemand als L. M. op een dergelijke functie kan blijven zitten. Ze is in meerdere dossiers betrapt op liegen en verdraaien van feiten. Er zijn zelfs externe deskundigen die niet meer met haar willen communiceren. Er loopt zelfs een aangifte tegen haar wegens smaad. Desondanks laat René Meuwissen, bestuurder van JBB haar zitten. Het lijkt erop dat zij de vuile klusjes van hem en zijn regio directeur Miranda Dekkers moet opknappen. Anders kan je het niet bedenken. Ze is inmiddels in een dusdanige positie geduwd dat ze aangeschoten wild is en alleen nog maar fouten kan maken. Ze is de lokeend die de aandacht moet afleiden van het falen van het grote opperhoofd. En als ze uiteindelijk de onvergefelijke fout maakt dan wordt ze keihard afgeserveerd door Meuwissen en laten ze haar waarschijnlijk keihard vallen.  Het is haar lot: het lot van een pion in het schaakspel van Meuwissen. Hij vergeet daarbij 1 ding: met kinderlevens speel je niet!

Als Meuwissen een echte manager is die een goed hart heeft voor de kinderen en zijn medewerkers dan beseft hij dat hij L.M. niet kan laten lopen als aangeschoten wild. Niet in het belang van L.M zelf maar ook niet in het belang van die kinderen. Ze staat door alle procedures tegen haar onder een dusdanige druk  dat ze niet meer vrij kan handelen in die dossiers. Ieder weldenkende manager kan dat beseffen en zou zijn medewerker in bescherming nemen en haar van haar werkzaamheden vrijstellen. Maar niet René Meuwissen. Dit toont aan dat het bij Meuwissen niet meer gaat om de kinderen maar het overeind houden van zijn imperium. Maar dat imperium staat op wankelen. Er zijn talloze dossiers binnen JBB waar veel mis is. Cliënten verenigen zich en zullen niets meer zomaar aannemen en gaan hun rechten opeisen.  In dat opzicht weet ik dat het voor Meuwissen en heel JBB een hele hete herfst  gaat worden.

Advertenties

2 gedachten over “De partijdigheid van de JZW-er blootgelegd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s