Hoe JBB appels en peren met elkaar vergelijkt.

In de afgelopen vakantie heb ik eens de tijd genomen om het jaarverslag van Jeugdbescherming Brabant te lezen. Ik ben uiteraard benieuwd wat de bestuurder van deze GI, René Meuwissen, allemaal aan verantwoording wenst af te leggen aan de Raad van Toezicht, opdrachtgevers zoals gemeenten en rechtspraak, Inspectie G&J, ketenpartners en de betrokken ouders.

Een jaarverslag moet een waarheidsgetrouw beeld geven van de ontwikkeling binnen de organisatie. In hoeverre de waarheid gesproken wordt kan ik niet beoordelen omdat ik de interne cijfers niet heb gezien. Wat ik wel kan beoordelen is of wat er in verslag staat realistisch is en of deze binnen het document elkaar niet tegenspreken. Ook kan ik zaken afzetten tegen oudere jaarverslagen en de vele dossiers die ik gezien heb en waar ik een adviserende rol speel als vertrouwenspersoon.

Je kan dus zeggen dat er nogal wat schort aan de houding en bejegening van de jeugdzorgwerkers en de GI, er terecht vragen zijn over de professionaliteit van de jeugdzorgwerkers en de GI maar bovenal dat het met de belangen en rechten van de cliënten slecht gesteld is bij Jeugdbescherming Brabant en de medewerkers.

Mijn grootste aandachtspunt ging enerzijds naar het financiële verslag maar ook naar het onderdeel over de klachten bij deze GI.

Grote hoeveelheid geld

Ten aanzien van het financiële verslag blijf ik mij verbazen over de grote hoeveel geld die omgaat in een dergelijke instelling. Met een budget (lees subsidies) van € 33 miljoen die niet direct naar zorg gaat, want alle andere kosten voor de inhuur van zorg wordt apart en rechtstreeks door de gemeenten betaald aan de zorgverleners en zit niet in de subsidie aan de GI,  is dat wat mij betreft veel weggegooid geld. Feitelijk moet je stellen dat een GI niet meer en minder is dan een bemiddelingsbureau tussen vraag voor zorg en aanbod voor zorg. Een rol die de gemeenten perfect zelf lokaal kunnen regelen en waar binnen de diverse gemeentehuizen al mensen aanwezig zijn om deze rol op te pakken.

Van die € 33 miljoen gaat 83% naar personeelskosten. Met 422 medewerkers betekend dit een personeelskost van ruim € 65.000 per medewerker. Dit is uiteraard niet het salaris van de medewerkers, maar het zijn de salarissen, af te dragen sociale lasten, pensioenvoorzieningen, reiskosten etc.  Dan mag er op zijn minst ook wel resultaat verwacht worden. Daarnaast is ook niet terug te lezen wat de bezoldigingen van de bestuurders zijn. Elke instelling die het grootste gedeelte van zijn inkomsten verwerft uit subsidies is gehouden aan de Wet Normering Topinkomens. Het salaris van de bestuurders moet daarin verantwoord worden, het is helaas niet te zien. Op basis van het financiële jaarverslag van 2016 is te zien dat de bestuurder ongeveer 2x het bedrag verdient wat er aan een medewerker wordt uitgegeven.

Structurele oplossing

Een budget van 33 miljoen die grotendeels opgaat aan een GI die regionaal of provinciaal werk doet, en daarmee eigenlijk tegen de decentralisatie van de zorg ingaat, is serious business. Want was het niet de bedoeling van de regering in 2015 dat met de decentralisatie de zorg lokaal geregeld moest worden omdat het dan goedkoper, efficiënter, sneller en beter geregeld kon worden? Om vervolgens als overheid te bepalen dat de zorg via een gecertificeerde instelling moet lopen. Alleen al de 15 regionaal of landelijk opererende  GI’s hebben al een gezamenlijk budget van ca. € 500 miljoen.  Hier kan dus een structurele besparing worden gehaald als de decentralisatie verder wordt vorm gegeven. Een structurele besparing die iets kan doen aan de structurele gaten van Rutte die in de begroting komen in de komende weken op weg naar Prinsjesdag.

De appels en peren van de klachten

Maar nog opvallender vind ik het gegoochel met de cijfers rondom het aantal klachten. Volgens Meuwissen is het aantal klachten in 2017 afgenomen. Maar de goede lezer en diegene die het jaarverslag van 2016 erbij pakt ziet direct dat hij appels en peren vergelijkt met elkaar. Voor ik in ga op de cijfers zal ik dat even uitleggen:  tot 1 januari 2017 behoorden de  Veilig Thuis locaties Noord-Oost Brabant en Zuid-Oost Brabant tot de zelfde stichting als waar ook JBB in zat. In het jaarverslag 2016 zijn de cijfers van deze 3 geconsolideerd tot 1 cijfer.

Wie het jaarverslag 2017 leest ziet in de grafieken op alle vlakken een daling in het aantal klachten. In de kleine lettertjes staat dan dat de klachten van Veilig Thuis niet meer zijn meegenomen in de cijfers van 2017. Maar ze zijn niet verwijderd uit de cijfers van 2015 en 2016. Het aantal klachten in 2016 was al  hoger dan in 2015. Door nu de klachten van 2017, zonder VT, te vergelijken met die van 2016, inclusief VT, kun je eenvoudig wijzen op goede resultaten maar die worden nergens onderbouwd. Gezien de ontwikkelingen is de claim dat het aantal klachten afneemt dan ook niet hard te maken op basis van deze cijfers. Ergo uit betrouwbare bronnen, weet ik dat het aantal klachten toeneemt en zelfs de klachtencommissie spreekt over werkdruk.

56% van de klachten gegrond

Daarnaast worden ingetrokken klachten en  geslaagde bemiddelingspogingen opgenomen in de cijfers om aan te geven hoe positief het gesteld is met de klachtontwikkeling. Maar als we de klachten gaan bekijken die daadwerkelijk door de klachtencommissie worden behandeld dan zien we dat 56% van de klachten gegrond verklaard worden. Dat is een enorm hoog percentage. De ervaring van cliënten is dat er vervolgens een excuus brief wordt verzonden maar dat er niets gebeurd aan de afhandeling van de klacht. Met andere woorden: bedankt dat u ons op onze fout hebt gewezen, we zullen het nooit meer doen en we bieden ons excuus aan. De gevolgen en schade worden niet hersteld. We drinken een glas, doen een plas en alles blijft zoals het was.

Klachten worden volgens het verslag ondergebracht in verschillende categorieën:

  1. houding en bejegening (bv. luisteren naar de cliënt, fatsoenlijke bejegening, onpartijdigheid)
  2. professionaliteit (bv. de-escalatie, coulante opstelling)
  3. gebruik van bevoegdheden (bv. evenredigheid, integriteit)
  4. omgaan met de belangen en rechten van de cliënt (bv. respecteren grondrechten, bijzondere zorg, fair play, samenwerking, betrouwbaarheid)
  5. informatieverstrekking
  6. besluitvorming (bv. transparant, goede voorbereiding, redelijkheid, goede motivering, maatwerk)
  7. voortvarendheid
  8. administratieve zorgvuldigheid
  9. overig

92% van de gegronde klachten gaat over de punten 1,2 en 4!

Elke klacht kan meerdere onderdelen bevatten. Maar als we de cijfers bekijken dan zijn er 82 klachten gegrond verklaard op de bovenstaande punten 1, 2 en 4. Dat is 92%(!!!!) van het aantal gegrond verklaarde klachten. Je kan dus zeggen dat er nogal wat schort aan de houding en bejegening van de jeugdzorgwerkers en de GI, er terecht vragen zijn over de professionaliteit van de jeugdzorgwerkers en de GI maar bovenal dat het met de belangen en rechten van de cliënten slecht gesteld is bij Jeugdbescherming Brabant en de medewerkers. Ik had graag de vergelijking gemaakt met het jaar ervoor, maar u begrijpt het al: in die cijfers zitten de klachten van Veilig Thuis nog verwerkt.

Naar aanleiding van de klachten komt de klachtencommissie ook met aanbevelingen. Die aanbevelingen zijn ook opgenomen in het jaarverslag. De bestuurder stelt dat er op basis van die aanbevelingen maatregelen zijn genomen. Maar hoe die genomen zijn en hoe die geborgd zijn in zijn organisatie wordt niet duidelijk gemaakt. Opvallend is dat een van de maatregelen gaat over het correct volgen van de procedure “inzage dossier”. Het is dan zorgelijk om vast te stellen dat de bestuurder maatregelen zegt te nemen die hij vervolgens enkele weken nadien, het jaar was nog geen 4 weken oud, zelfstandig negeert om in een dossier het inzage recht “on hold” te zetten zonder gegronde redenen. Dus in hoeverre we de maatregelen die genomen zijn serieus moeten nemen, net als de cijfers in zijn jaarverslag, is de grote vraag.

Het is onbegrijpelijk dat een Raad van Toezicht van de GI, waar toch niet de minsten inzitten,  deze simpele dingen zelf niet zien en zich kennelijk laat ringeloren door hun eigen bestuurder. Het is daarnaast triest dat met deze cijfers gepoogd wordt om ketenpartners en gemeenten om de tuin te leiden over hoe goed deze GI functioneert.

Hier kan dus een structurele besparing worden gehaald als de decentralisatie verder wordt vorm gegeven. Een structurele besparing die iets kan doen aan de structurele gaten van Rutte die in de begroting komen in de komende weken op weg naar Prinsjesdag.

Advertenties

2 gedachten over “Hoe JBB appels en peren met elkaar vergelijkt.

  1. dat zal ik zeker gaan doen, ook al is mijn zoontje nu bij vader in Zuid Limburg geplaatst,(we hebben nog steeds de zelfde jeugdbeschermer van jbb)…. ook daar zal ik ze deze info geven, en de nieuwe school van mijn zoontje ook.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s